Vandaag is het ook al 40 jaar geleden dat actrice Elisabeth Bergner overleed

Elisabeth Bergner was een uiterst persoonlijke en instinctieve actrice met een vleugje genialiteit, die haar roeping als een kwetsbare maar gepassioneerde vrouw ten volle beleefde.

Hoewel ze in het dagelijks leven misschien niet over de meest klassieke of fotogenieke schoonheid beschikte en nogal klein van stuk was, bloeide ze op wonderbaarlijke wijze op zodra ze in de schijnwerpers stond.

Ze had een diepe afkeer van alles wat niet met de essentie van haar kunst te maken had.

Op het toneel leek ze welhaast fysiek te groeien en werkte ze met groot succes in dienst van meesterlijke toneelschrijvers zoals Shakespeare, Ibsen, Strindberg, Shaw en Giraudoux.

Omdat ze in haar jonge jaren de uiterlijke kenmerken van een kindvrouw had, nam men haar aanvankelijk niet altijd serieus.

Dit leidde in het begin tot bittere teleurstellingen, maar dankzij haar ijzeren wil en vasthoudendheid bereikte ze uiteindelijk een glorieuze status.

Ze werd op 22 augustus 1897 geboren als Ella of Ettel Bergner in het Galicische Drohobytsj, een stad in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije en het huidige Oekraïne, en dus niet in Wenen, zoals later weleens ten onrechte werd beweerd.

Ze groeide op in een seculier Joods gezin, kende een jeugd in een burgerlijk milieu zonder verdere opvallende bijzonderheden en ontdekte al vroeg haar onweerstaanbare liefde voor het theater.

Na thuisonderwijs van een privéleraar en studies aan de universiteit van Wenen, stond ze op veertienjarige leeftijd voor het eerst op de planken.

Niet veel later toerde ze met een Shakespeare-gezelschap door de Oostenrijkse en Duitse provincies, waarmee ze de basis legde voor haar latere toneelcarrière.

In haar jonge jaren werkte ze bovendien als model voor de expressionistische beeldhouwer Wilhelm Lehmbruck, die hopeloos verliefd op haar werd en diverse kunstwerken op haar baseerde.

Haar tijd aan het Conservatorium viel haar echter behoorlijk tegen en ze slaagde slechts met grote moeite voor haar toelatingsexamen.

Toen ze op achttienjarige leeftijd naar werk zocht, leverden haar verlegenheid en kleine gestalte haar keer op keer afwijzingen op. Toch verloor ze haar zelfvertrouwen nooit.

Na veel tegenslag bemachtigde ze haar eerste bescheiden contract van vier maanden in Innsbruck.

Hoewel de rollen die ze daar kreeg ondankbaar waren, beschouwde ze dit als een belangrijke springplank.

Ze schreef vervolgens onvermoeibaar tientallen theaterdirecteuren aan.

Dit wierp zijn vruchten af toen de directeur van een theater in Zürich haar uitnodigde, geraakt door haar aandoenlijke volharding.

Ze overtuigde hem volkomen met een reeks fragmenten uit Faust en werd direct aangenomen.

Na een jarenlange verbintenis in Zürich beproefde ze haar geluk in München en Berlijn, alsook in Wenen, waar ze onder leiding van de bekende regisseur Barnowsky werkte.

Haar aanzien groeide snel na deze veelgeprezen optredens en het werd al gauw duidelijk dat ze een zeldzaam theatraal talent bezat.

Telkens als ze op het podium verscheen, verdween elke vorm van kwetsbaarheid en elektriseerde ze de zaal.

Ze had een onfeilbaar instinct voor de perfecte timing en groeide uit tot een van de meest gevierde en succesvolle actrices van de Weimarrepubliek.

Daarnaast werd algemeen aangenomen dat zij de inspiratie vormde voor het personage Dora Martin in de beroemde roman Mephisto van Klaus Mann.

In 1923 maakte ze haar filmdebuut in Der Evangelimann.

De politieke ontwikkelingen in nazi-Duitsland dwongen haar echter om van koers te veranderen.

Toen de nazi’s in 1933 de macht grepen, zag ze als Joodse vrouw het enorme gevaar en werd het voor haar onmogelijk om in Duitsland te blijven werken.

Ze vluchtte datzelfde jaar naar Londen in het gezelschap van regisseur en filmmaker Paul Czinner, met wie ze toen ook in het huwelijk trad.

Tijdens haar verblijf in Londen in de jaren dertig zette ze bovendien haar eigen financiële middelen in om andere acteurs en kunstenaars te helpen veilig uit nazi-Duitsland te ontsnappen.

Hoewel ze eerder een verschrikkelijke ervaring had overgehouden aan een filmopname met hem en een grote aversie had tegen de camera, wist hij haar te overtuigen van de onbegrensde mogelijkheden van het witte doek.

Dit betekende het begin van een uiterst vruchtbare artistieke samenwerking.

Gisteren nog vandaag

In Groot-Brittannië wist ze haar succes moeiteloos voort te zetten.

Ze werd warm onthaald in Londen en scoorde een ongekende hit met het speciaal voor haar geschreven stuk ‘Escape Me Never’.

Toen ze tijdens de looptijd van het stuk ziek werd, sloot het theater tijdelijk de deuren, omdat men simpelweg weigerde haar te vervangen.

De voorstelling verhuisde later met veel succes naar Broadway en werd uiteindelijk met haar in de hoofdrol verfilmd.

Voor haar rol in deze film, die in 1935 verscheen, ontving ze een Oscarnominatie voor Beste Actrice.

In 1936 speelde ze eveneens de rol van Rosalind in de film As You Like It, met Laurence Olivier tegenover zich als Orlando.

Dit was niet zomaar een film, maar de allereerste geluidsfilm van een Shakespeare-toneelstuk die in Engeland werd geproduceerd.

Haar talent kreeg zo internationale erkenning en in 1938 werd ze officieel tot Brits staatsburger genaturaliseerd.

Het enige echte dieptepunt in haar verdere Britse theatercarrière was de tegenvaller van The Boy David in 1936.

De beroemde auteur J.M. Barrie, wereldwijd bekend als de geestelijk vader van Peter Pan, schreef dit allerlaatste toneelstuk van zijn hand speciaal met haar in gedachten voor de hoofdrol.

Tijdens de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog week het echtpaar uit naar de Verenigde Staten.

Haar resolute weigering om tijdens de zware bombardementen naar Londen terug te keren voor studio-opnames kostte haar haar rol in de film The 49th Parallel.

In Amerika bleef ze decennialang actief in films en op het toneel, met rollen in Amerikaanse filmproducties zoals Paris Calling in 1941 en diverse toneelstukken op Broadway.

Een groot succes op de bühne was The Two Mrs. Carrolls, waarmee ze onverminderd hoogtij vierde.

Tijdens haar optreden in dit stuk in de Verenigde Staten kreeg ze medelijden met een jonge vrouw die dagenlang in de kou buiten het theater op haar wachtte.

Bergner nam haar in dienst als secretaresse, waarna de jonge vrouw langzaam maar zeker probeerde het leven en de carrière van de actrice over te nemen.

Bergner vertelde deze opmerkelijke anekdote aan de schrijfster Mary Orr, die er het verhaal ‘The Wisdom of Eve’ van maakte, wat vervolgens de directe inspiratiebron was voor de waargebeurde en met Oscars overladen film ‘All About Eve’ uit 1950.

Na de oorlog keerde ze nog sporadisch terug naar Duitsland en Oostenrijk voor acteerwerk.

Ze zette zich over haar aanvankelijke weerzin heen om opnieuw op de Duitse planken te staan.

Het publiek was haar allerminst vergeten en sloot haar met luid applaus weer in de armen.

In 1962, na vijftien jaar afwezigheid uit de filmwereld, bewees ze in Die glücklichen Jahre der Thorwalds dat haar talent op het scherm nog steeds onaangetast was.

Ook in latere films zoals Michel Strogoff uit 1970 drukte ze haar stempel.

Ondanks deze uitstapjes naar film, bleef het theater haar ware en grootste liefde die haar de meeste voldoening schonk.

Ze bleef acteren tot in de jaren tachtig. Na het overlijden van haar echtgenoot in 1972 keek ze terug op een prachtig en rijkgevuld bestaan.

Tot op hoge leeftijd behield de actrice haar innemende ogen en kenmerkende, fijne gelaatstrekken.

Elisabeth Bergner stierf deze maand exact veertig jaar geleden, op 12 mei 1986, in Londen op 88-jarige leeftijd.

Wetenschappelijke congressen te Gent in april 1936

In april 1936 trokken de wetenschappelijke congressen in Gent opnieuw veel belangstelling.

De geschiedenis van deze bijeenkomsten gaat terug naar 1897, inmiddels 139 jaar geleden, toen in Gent de eerste grote Vlaamse wetenschappelijke bijeenkomst plaatsvond in de vorm van het eerste congres voor natuur- en geneeskunde.

Destijds waren er 23 sprekers en 101 deelnemers, van wie zelfs niet iedereen een universitaire achtergrond had.

De pionier van dit initiatief was Julius Mac Leod (1857-1919), een invloedrijke botanicus en hoogleraar aan de Universiteit Gent.

Hij speelde een cruciale rol in de Vlaamse beweging en zette zich onvermoeibaar in voor de vernederlandsing van het hoger onderwijs.

Zijn visie was dat het volk zich alleen intellectueel en sociaal kon ontwikkelen als wetenschap en onderwijs in de eigen taal werden aangeboden.

Als directeur van de Plantentuin in Gent legde hij met de oprichting van dat eerste congres de basis voor de latere wetenschappelijke congressen.

In 1910 vonden er drie congressen plaats en in 1920 ontstonden de Vlaamse Wetenschappelijke Congressen onder leiding van een gezamenlijke regelingscommissie.

Vanaf 1926 werden verschillende congressen afwisselend in Nederland en bij ons georganiseerd.

In 1934 telde men in Leuven 279 sprekers, waaronder 52 Nederlanders, en bijna 5000 leden.

Toch was er destijds een gebrek aan blijvend contact en continuïteit.

Afzonderlijke wetenschappelijke initiatieven en intellectuele bijeenkomsten misten de gewenste slagkracht.

Er bestond nog geen algemeen centraal kaartsysteem en ook geen tijdschrift.

Daarom werd op 27 januari 1935 de Vereniging voor Wetenschap opgericht als een direct resultaat van de congressen.

Deze vereniging gaf het blad Wetenschap in Vlaanderen uit, dat al in 1936 werd omgedoopt tot Wetenschappelijke Tijdingen.

Hoewel de vereniging in 2004 werd stopgezet, leeft het tijdschrift vandaag de dag nog steeds voort onder de naam WT, al ligt de focus nu volledig op de geschiedenis van de Vlaamse beweging.

In 1936 waren er twaalf congressen gepland, waarbij vooraanstaande Vlaamse geleerden zouden meewerken.

De Vereniging voor Wetenschap probeerde destijds ook de culturele band met Nederland en Zuid-Afrika te versterken.

De foto’s tonen het volgende: 1. De openingsvergadering in de aula van de Universiteit Gent tijdens de toespraak van dr. Van Broekhuizen, gezant van Zuid-Afrika in Den Haag. 2. Dr. Van Broekhuizen spreekt over Zuid-Afrika. Ook een beeld van de eretribune. 3. De boekententoonstelling. 4. Oude kranten op de afdeling dagbladwetenschap. 5. Een tentoonstelling van wetenschappelijke boeken voor de jeugd.