65 jaar geleden te gast bij de Antwerpse kunstschilder Bert Hildebrandt.

Bert Hildebrandt, geboren in 1906 in Antwerpen, begon hij als leerling in het atelier van Henri Luyten.

Hij volgde opleiding aan de Academie van Antwerpen en aan het NHISKA.

Hij studeerde onder leiding van gerenommeerde kunstenaars zoals Isidoor Opsomer, Julien Creytens en Albert Saverys.

Hij was bevriend Edmond Van Dooren (die kubisme en futurisme combineert met neoromantische toekomstvisioenen)

Ook was hij vriend van Richard Baseleer, Vic van Berkelaere, Jos Mous, Ivo Van Hool en zijn zoon Gilbert Van Hool en onderhoudt contacten met Alois De Laet.

Hij stond bekend om zijn gedurfde gebruik van kleur en zijn expressieve stijl.

Zijn werk wordt vaak gekenmerkt door een zekere melancholie en een gevoel van vervreemding.

Hildebrandt won tijdens zijn carrière verschillende prijzen en onderscheidingen.

Zijn werk werd aangekocht door de Belgische staat in 1959 en 1968/1969.

Bert Hildebrandt schilderde ook vaak op glas dat hij toen noemde als de vergeten kunst in Vlaanderen.

Werken van Bert Hildebrandt zijn te zien in verschillende musea, waaronder het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen.

Bert Hildebrandt overleed in 1974 in Spanje.

40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert.

André Bogaert studeerde aan de Academie van Dendermonde en later aan het Hoger Instituut van Antwerpen.

Om te schetsen en studies te maken, ging hij onder andere in de leer bij Emile Claus, Prosper De Troyer en Albert Saverys.

Hij was assistent bij Floris Jespers en de Amerikaan Steinbech.

In 1953 behaalde hij de Prijs Laurent Meeus en in 1956 de prijs Burgemeester Camille Huysmans.

André Bogaert verkreeg in 1958 de beurs van de Unesco bij atelier Kokoscka voor München en Salzburg.

Verder werd hij vermeld bij de Talensprijs, de Olivettiprijs en de Prijs van de Jonge Belgische Schilderkunst.

In In 1958 trad hij toe tot de “G58”-groep in Antwerpen.

Hij was aanvankelijk actief als schilder, maar vanaf het midden van de jaren 60 begon hij allerlei reliëfs te assembleren, met behulp van verschillende materialen zoals hout, vilt, schuim, polyester, textiel en machineonderdelen.

In België werd assemblage kunst beschouwd als: de metamorfose van het object.

Toonaangevend binnen de Belgische moderne kunst waren de activiteiten van de Antwerpse G58 en de Gentse-Forum tentoonstellingen.

Manifestaties waar Bogaerts werk meermaals vertoond werd en door kunstcritici en pers positief onthaald.

Er begon zich een Belgische groep van assemblagekunstenaars te manifesteren: Camiel Van Breedam, Vic Gentils, Paul Van Hoeydonck, Remo Martini en Annie Debie.

In 1964 werd hun lidmaatschap uitgebreid met Bogaert en enkele andere oude G58ers.

Rond 1974 keerde hij terug naar het schilderen en schilderde hij landschappen, struiken en bomen, waaraan hij vreemde elementen toevoegde zoals witte cirkels, vierkanten of abstracte figuren.

Zijn werken werden geëxposeerd in 32 tentoonstellingen te Antwerpen, Gent, Brussel, Leuven, Sint-Niklaas, Ronse, Lokeren (Parkhotel en galerie De Vuyst), Luik, Rotterdam, Milaan en Londen, zowel tijdens zijn leven als na zijn dood.

In diverse musea zijn werken van hem te vinden, onder andere in het SMAK en in het Museum voor Moderne Kunst te Brussel.

In Zele-Durmen werd de “Durmeboorden Wandelroute” geopend, waarlangs een 25-tal reproducties van werken van Dré Bogaert werden geplaatst. (Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 17 mei 1981)

40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert
40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert
40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert
40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert