Wetenschappelijke congressen te Gent in april 1936

In april 1936 trokken de wetenschappelijke congressen in Gent opnieuw veel belangstelling.

De geschiedenis van deze bijeenkomsten gaat terug naar 1897, inmiddels 139 jaar geleden, toen in Gent de eerste grote Vlaamse wetenschappelijke bijeenkomst plaatsvond in de vorm van het eerste congres voor natuur- en geneeskunde.

Destijds waren er 23 sprekers en 101 deelnemers, van wie zelfs niet iedereen een universitaire achtergrond had.

De pionier van dit initiatief was Julius Mac Leod (1857-1919), een invloedrijke botanicus en hoogleraar aan de Universiteit Gent.

Hij speelde een cruciale rol in de Vlaamse beweging en zette zich onvermoeibaar in voor de vernederlandsing van het hoger onderwijs.

Zijn visie was dat het volk zich alleen intellectueel en sociaal kon ontwikkelen als wetenschap en onderwijs in de eigen taal werden aangeboden.

Als directeur van de Plantentuin in Gent legde hij met de oprichting van dat eerste congres de basis voor de latere wetenschappelijke congressen.

In 1910 vonden er drie congressen plaats en in 1920 ontstonden de Vlaamse Wetenschappelijke Congressen onder leiding van een gezamenlijke regelingscommissie.

Vanaf 1926 werden verschillende congressen afwisselend in Nederland en bij ons georganiseerd.

In 1934 telde men in Leuven 279 sprekers, waaronder 52 Nederlanders, en bijna 5000 leden.

Toch was er destijds een gebrek aan blijvend contact en continuïteit.

Afzonderlijke wetenschappelijke initiatieven en intellectuele bijeenkomsten misten de gewenste slagkracht.

Er bestond nog geen algemeen centraal kaartsysteem en ook geen tijdschrift.

Daarom werd op 27 januari 1935 de Vereniging voor Wetenschap opgericht als een direct resultaat van de congressen.

Deze vereniging gaf het blad Wetenschap in Vlaanderen uit, dat al in 1936 werd omgedoopt tot Wetenschappelijke Tijdingen.

Hoewel de vereniging in 2004 werd stopgezet, leeft het tijdschrift vandaag de dag nog steeds voort onder de naam WT, al ligt de focus nu volledig op de geschiedenis van de Vlaamse beweging.

In 1936 waren er twaalf congressen gepland, waarbij vooraanstaande Vlaamse geleerden zouden meewerken.

De Vereniging voor Wetenschap probeerde destijds ook de culturele band met Nederland en Zuid-Afrika te versterken.

De foto’s tonen het volgende: 1. De openingsvergadering in de aula van de Universiteit Gent tijdens de toespraak van dr. Van Broekhuizen, gezant van Zuid-Afrika in Den Haag. 2. Dr. Van Broekhuizen spreekt over Zuid-Afrika. Ook een beeld van de eretribune. 3. De boekententoonstelling. 4. Oude kranten op de afdeling dagbladwetenschap. 5. Een tentoonstelling van wetenschappelijke boeken voor de jeugd.

De Britse actrice Jill Ireland bouwde een veelzijdige carrière op met rollen in films als Simon and Laura, The Big Money, Hell Drivers en Three Men in a Boat.

Sciencefictionfans herinneren haar zich wellicht ook van die ene gedenkwaardige aflevering in Star Trek.

Daarin speelde ze Leila Kalomi, de vrouw die het onmogelijke presteerde: ze wist het hart van de logische Mr. Spock te veroveren.

Haar liefdesleven leest haast als een filmscript met een profetisch randje. Ireland was aanvankelijk getrouwd met David McCallum, met wie ze later te zien zou zijn in zijn hitserie The Man from U.N.C.L.E.

Het huwelijk kwam echter onder druk te staan na een ontmoeting op de set van de film The Great Escape in 1963. McCallum speelde daarin samen met Charles Bronson.

Tijdens de opnames zou Bronson tegen zijn collega McCallum gezegd hebben: “Ik ga met je vrouw trouwen.” Wat toen klonk als een brute grap, werd jaren later werkelijkheid.

Na haar scheiding van McCallum vormde ze met Bronson een onafscheidelijk duo, zowel privé als op het witte doek.

Ze speelde in maar liefst vijftien films aan zijn zijde, waaronder klassiekers als The Mechanic, Assassination en Death Wish II.

In latere jaren werkte ze ook achter de schermen als co-producente van hun gezamenlijke films.

Haar status in Hollywood werd vereeuwigd met een ster op de Walk of Fame, die symbolisch genoeg vlak naast die van Bronson ligt.

De laatste jaren van haar leven stonden in het teken van een zware strijd, maar ook van grote daadkracht.

Nadat in 1984 borstkanker bij haar was vastgesteld, ontpopte Ireland zich tot een belangrijk boegbeeld voor lotgenoten.

Ze doorbrak taboes door in haar boek Life Wish openhartig te schrijven over haar ziekte en ze getuigde zelfs voor het Amerikaanse Congres over de kosten van kankerbehandelingen.

Vlak voor haar eigen einde kreeg ze echter nog een verschrikkelijke klap te verwerken: haar geadopteerde zoon Jason overleed in 1989 op 27-jarige leeftijd aan een overdosis drugs.

Ze legde haar verdriet en zijn strijd vast in het aangrijpende boek Life Lines.

Uiteindelijk verloor Jill Ireland in 1990 zelf de strijd tegen kanker; ze werd slechts 54 jaar oud.