Deze jeugdreeks groeide uit tot een onvergetelijk stuk Vlaamse televisiegeschiedenis en werd onmiddellijk ontzettend populair.
De serie vertelt het verhaal van Johan Claeszoons, een jonge chirurgijn gespeeld door Frank Aendenboom, die rond 1650 in het Nekkersbos een bijzonder mannetje ontmoet.
Dit wezentje, vertolkt door Jef Cassiers, blijkt een alverman te zijn die door zijn koning uit de mythische wereld Avalon is verbannen.

Zijn straf voor nieuwsgierigheid is dat hij pas mag terugkeren als hij iets vindt dat van nut kan zijn voor zijn volk.
Zijn onverstaanbare taal klonk als “mallapatta kling kling!”. Gelukkig staan zijn magische fluit en toverring Fafifoerniek hem bij tijdens zijn avonturen in de mensenwereld.
Het succes van de reeks was te danken aan een combinatie van factoren.

De verzorgde opnamen op historische locaties zoals het Kasteel van Gaasbeek, de mergelgrotten van Folx-les-Caves en het openluchtmuseum van Bokrijk gaven de serie een authentieke en magische sfeer.
Ook de muziek speelde een cruciale rol. Het thema, dat als een leidmotief door het verhaal verweven zit, versterkte de sfeer aanzienlijk.
Zoals wel vaker in die tijd, leende componist Pieter Verlinden de muziek uit een bestaande filmscore: ‘The Duchess of Brighton’ van Miklós Rózsa.

Een bijzonder detail is dat de chemie tussen de hoofdrolspelers ook buiten de set oversloeg: acteur Frank Aendenboom trouwde in het echt met zijn tegenspeelster Rosemarie Bergmans, die in de serie de rol van Rosita speelde.
De populariteit van ‘Johan en de Alverman’ beperkte zich niet tot Vlaanderen.
De serie werd ook in Nederland en Italië uitgezonden en is later meermaals herdrukt als boek en uitgebracht op dvd.
Mede door de sterke acteursregie van Senne Rouffaer en de beeldregie van Bert Struys, wordt de reeks nog steeds beschouwd als een van de beste jeugdproducties die de BRT ooit heeft gemaakt.




