Blancke Karel was een Vlaamse priester en schrijver die zich inzette voor de Vlaamse beweging.
Hij studeerde aan het Klein Seminarie van Roeselare, waar hij Hugo Verriest als leraar had en Zeger Maelfait als medeleerling.
Hij was actief in de letterkundige kring en als voorzitter moedigde hij de leerlingen aan om deel te nemen aan de Vlaamse strijd.
Hij ging verder studeren aan het Grootseminarie in Brugge, waar hij bevriend raakte met Amaat Vyncke.
Hij werd kapelaan en werkte mee aan verschillende Vlaamse tijdschriften, zoals De Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen, De Vlaamsche Vlagge en Rond den Heerd.
Hij was ook een van de stichters van de volksalmanak ’t Manneke uit de Mane.
In De Vlaamsche Vlagge schreef hij vooral over godsdienstige en zedelijke onderwerpen, maar ook over de Vlaamse strijd.
Hij riep de lezers op om de Vlaamse taal te beminnen, het ‘vreemde juk’ af te schudden en zich in te spannen om een sterk en katholiek Vlaanderen op te bouwen.
In 1925 verbrak hij echter zijn banden met De Vlaamsche Vlagge, nadat de bisschoppen het Vlaams-nationalisme hadden veroordeeld.
Hij vond dat het blad moest stoppen of zijn propaganda moest staken.
De meeste redacteurs waren het niet met hem eens en hij verliet de redactie om problemen met zijn bisschop te vermijden.
Als pastoor in verschillende gemeenten, waaronder Kortemark vanaf 1908, was hij betrokken bij het sociaal-culturele leven en ijverde hij voor de vervlaamsing van het openbaar leven.
Hij was ook een van de leiders van de katholieke partij in Kortemark.


Gisteren nog vandaag
