Albert Josse Louis Mechelynck was de zoon van de voorzitter van het hof van beroep in Gent, Louis Mechelynck, en van Pauline Delehaye, een dochter van de Gentse burgemeester Josse Delehaye.

Albert studeerde aan het Atheneum aan de Ottogracht en aan de Gentse universiteit, waar hij in 1876 doctor in de rechten werd.
In 1879 schreef hij zich in aan de Gentse balie, waar hij naam maakte.
In 1880 trouwde hij met Anne Pauline Barbanson, uit de gelijknamige invloedrijke Brusselse familie.

In 1879 werd Mechelynck lid van het dagelijks bestuur van de Association libérale, constitutionelle et démocratique de l’arrondissement de Gand-Eeclo of arrondissementsfederatie.
In 1884 werd hij verkozen tot provincieraadslid voor Oost-Vlaanderen.
Tijdens zijn twintigjarig lidmaatschap ontwikkelde hij een politiek netwerk dat de liberale tenoren uit zijn tijd, maar ook gematigde oppositiefiguren bereikte.
In 1904 werd hij verkozen tot volksvertegenwoordiger en bleef dit mandaat bekleden tot aan zijn dood.

Van 1919 tot 1924 was hij ondervoorzitter van de Kamer.
Mechelynck was lid van de Gentse vrijmetselaarsloge Septentrion, waarvan hij van 1891 tot 1895 de Achtbare Meester was.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte Mechelynck zich in Gent verdienstelijk als leider van het Gentse comité binnen het Nationaal Comité voor Hulp en Voedselvoorziening (Comité national de secours et d’alimentation), dat tot het einde van de oorlog actief was.
Hij was ook een actief lid van het Comité voor Vaderlandslievende Acties dat het morele verzet tegen de bezetter stimuleerde.
Als advocaat verleende hij juridische bijstand aan beklaagden van verzetsdaden die voor de Duitse rechtbanken moesten verschijnen.
Hij kwam te overlijden op 9 maart in zijn woning, gelegen in de Brabantdam 56, vroeger nr 51 (foto 1 en 2 van zijn woning, en het huis bestaat nog steeds en is nu een winkel)




