Het verhaal van de Oostenrijkse muzikant Anton Karas die beroemd werd door zijn citermuziek voor de film The Third Man.

Anton Karas ontmoette de regisseur Carol Reed in 1948, toen Reed in Wenen was om de film te draaien naar een verhaal van Graham Greene.

Met in de hoofdrol Orson Welles, Joseph Cotten, en Alida Valli.

Reed was onder de indruk van Karas’ spel in een Heuriger, een typisch Weens wijnbar, en nodigde hem uit om in zijn hotel voor hem te spelen.

Reed besloot om Karas de muziek voor de film te laten componeren en nam hem mee naar Londen voor 12 weken.

Hij schreef muziek voor elke scène van de film, maar het beroemdste stuk, het Harry Lime Theme of The Third Man Theme, had hij al zo’n 20 jaar eerder gemaakt.

De film werd eind 1949 uitgebracht in Engeland en werd een groot succes.

Dankzij de film kreeg Karas al snel aanbiedingen van muziekuitgevers en zelfs een uitnodiging van de koninklijke familie om in Londen een concert te geven.

Het nummer The Third Man Theme werd een grote hit en maakte Karas wereldberoemd.

Het nummer bereikte de eerste plaats in de Amerikaanse en Britse hitlijsten, en bleef daar wekenlang staan.

Het wordt geschat dat er meer dan 40 miljoen exemplaren van het nummer zijn verkocht, zowel op plaat als op bladmuziek.

Het thema van The Third Man wordt nog steeds beschouwd als een iconisch stukje filmgeschiedenis, en een meesterwerk van muzikale sfeer.

Anton Karas overleed op 10 januari 1985 en werd begraven op een begraafplaats in Sievering in Wenen.

Bobby Henrey in de film The Fallen Idol (1948)

Bobby Henrey was een kindacteur die bekend werd door zijn rol in de film The Fallen Idol uit 1948, geregisseerd door Carol Reed.

Hij speelde de rol van Philippe, een jongen die getuige is van een moord en verstrikt raakt in een web van leugens en bedrog.

Henrey was slechts acht jaar oud toen hij de rol kreeg, en had geen acteerervaring.

Hij werd gecast nadat Reed hem zag op een foto in een boek over zijn vader, Robert Henrey, een Franse diplomaat en schrijver.

Henrey’s acteerprestaties werden geprezen door de critici en het publiek, en hij werd een ster in Engeland en Amerika.

Hij verscheen in nog twee films, The Wonder Kid (1951) en Little Boy Lost (1953), voordat hij zich terugtrok uit de filmwereld.

Hij had moeite om zich aan te passen aan het normale leven na de roem, en worstelde met depressie, drugsverslaving en alcoholisme.

Hij schreef later een autobiografie over zijn ervaringen als kindster, getiteld A Minor Consideration (1989).

Henrey leeft nu in de Verenigde Staten en werkte daar als leraar en vertaler. Hij heeft twee kinderen en vier kleinkinderen.

Hij heeft geen spijt van zijn filmcarrière, maar zegt dat hij het niet opnieuw zou doen.

Hij beschouwt The Fallen Idol als zijn beste werk, en zegt dat hij nog steeds een speciale band voelt met Carol Reed, die als een vaderfiguur voor hem was.