35 jaar geleden, Hugo Van Den Berghe, pannellid in de Wies Andersen Show.

Hugo Van den Berghe, geboren op 19 juni 1943 in het Oost-Vlaamse Wetteren, zette zijn eerste stappen in de acteerwereld al op jonge leeftijd.

In 1958 sloot hij zich aan bij het liefhebberstoneel ‘Vrank en Vrij’ in zijn geboortedorp.

Zijn talent bleek al vroeg, want nog tijdens zijn theateropleiding aan het conservatorium van Gent presenteerde de toen achttienjarige Van den Berghe het jongerenprogramma ‘Tienerklanken’ (1961-1965).

Na zijn studies debuteerde hij professioneel in ‘De Kleine Johannes’ bij Toneel Vandaag in Brussel.

Opmerkelijk genoeg volgde hij er vrijwel meteen zijn mentor Rudi Van Vlaenderen op als directeur en speelde hij mee in de geruchtmakende productie ‘Thyestes’ van Hugo Claus.

Toch verliet hij Brussel na een jaar voor het Nederlands Toneel Gent (NTG).

Die overstap bleek bepalend, want daar leerde hij niet alleen zijn echtgenote Blanka Heirman kennen, maar bouwde hij ook een indrukwekkende carrière uit.

Zijn talent werd er bekroond met de Oscar De Gruyter-prijs voor zijn rol in ‘Nooit te bereiken’ van Simon Gray.

Als regisseur bij het NTG toonde Van den Berghe een duidelijke voorliefde voor het werk van Cyriel Buysse; maar liefst drie van zijn eerste vier regies waren stukken van deze auteur.

“Ik ben begonnen via zijn meest bekende stuk, ‘Het gezin Van Paemel’, en nadien ben ik hem grondig gaan lezen en ik moet zeggen: ik had daar heel veel binding mee,” lichtte hij die keuze ooit toe.

Zijn regiewerk strekte zich ook uit tot televisie, met onder meer het tv-feuilleton ‘Het gezin van Paemel’ in 1978.

Naast het regisseren bleef hij zelf een gevierd acteur en speelde hij bijvoorbeeld de glansrijke hoofdrol van Dore Maersschalck in “Daar is een mens verdronken” (1983).

Zijn visie als NTG-directeur was helder, zoals bleek uit zijn ‘beginselverklaring’: “Het NTG richt zich ondubbelzinnig naar een jong publiek.

Dit wil zeggen: een publiek dat zich jong voelt, dat openstaat voor de trilling van de tijd, voor vernieuwing, voor avontuur, voor vers talent, voor ongewone visies.

Een publiek dat niet blind is voor wat gebeurt op deze planeet en daarom niet kan zonder de zuurstof van de allesrelativerende humor, ironie en zelfspot.”

Zelfs tijdens zijn drukke directeurschap bij het NTG bleef Van den Berghe een bekend gezicht op televisie.

Op uitnodiging van collega-acteur en VTM-programmadirecteur Mike Verdrengh presenteerde hij programma’s als ‘Sanseveria’ en ‘Kort Vlaams’.

In 1990 nam hij met een rol in ‘Elektra’, geregisseerd door Dirk Tanghe, voor lange tijd afscheid van het theater.

Hij bleef echter zeer actief op het kleine scherm, met rollen in populaire series als ‘Familie’, ‘Flikken’, ‘Recht op Recht’, ‘Spoed’ en ‘Dirk Tanghe’, en bleef ook regisseren voor televisie.

Jarenlang meed hij het schouwburgpodium, tot actrice Chris Lomme hem in 2005 kon overtuigen om terug te keren in het stuk ‘Het licht in de ogen’.

Na een herseninfarct, waar hij redelijk goed van herstelde, vond hij rust in De Haan, waar hij met zijn vrouw naast Koen Crucke woonde.

Toch bleef de passie voor het podium trekken. “Ik kan het acteren niet laten en ik ben zeer blij dat ik het weer doe,” vertelde hij eind 2012 in De Gentenaar.

“Straks kan ik weer op de grote scène staan in Platonov. Ik voel dat ik weer onder de mensen ben.

Na mijn herseninfarct doet dit deugd.” Hij voegde de daad bij het woord en was in 2014 ook nog te zien als bisschop in de film ‘Café Derby’.

De laatste jaren van zijn leven ging zijn gezondheid achteruit.

Acteur en regisseur Hugo Van den Berghe overleed uiteindelijk op 23 februari 2020 op 76-jarige leeftijd in zijn woonplaats De Haan.

Kan een afbeelding zijn van 3 mensen en tekst

Chris Lomme viert vandaag haar 85ste verjaardag.

Chris Lomme werd geboren in Kortrijk op 5 december 1938, als tweede van vier zussen.

Haar ouders waren kunstminnend en stimuleerden haar om toneel te spelen.

Op haar zestiende maakte ze haar debuut in Antigone.

Twee jaar later verhuisde ze naar Brussel, waar ze de kans kreeg om de koningin Elisabethwedstrijd te presenteren, in het Frans en het Nederlands.

Ze vertelde ooit dat ze in die periode allerlei baantjes had om rond te komen, zoals naakt poseren, frieten bakken en nachtwerk doen.

Ze wilde koste wat kost vermijden om terug te keren naar Kortrijk.

Haar grote doorbraak kwam met de rol van Marieke in Schipper naast Mathilde, de populaire tv-serie die liep van 1955 tot 1963.

Daarin werd ze voor altijd Chris Lomme, want iemand bij de BRT vond Christine te lang voor de aftiteling.

In 1963 trad ze toe tot het KVS-ensemble, waar ze samenwerkte met grote namen als Dora Van Der Groen, Yvonne Lex, Senne Rouffaer en Ann Petersen.

Haar man Nand Buyl werd er later directeur en ze bleef er tot 1992.

Na een moeilijke periode sloeg ze een nieuwe weg in en speelde ze bij de Blauwe Maandag Compagnie in stukken als Het mens van Benno Barnard en De Meeuw.

In de jaren tachtig was ze ook te zien op tv in Hard Labeur, een realistisch boerendrama met Jo De Meyere, geregisseerd door Vincent Rouffaer.

Ze werd ook bezongen door De Kreuners in hun hit Verliefd Op Chris Lomme.

Haar echtgenoot Nand Buyl overleed in 2009 op 86-jarige leeftijd aan een hersenbloeding.

Ze ontving in november 2009 de prijs van verdienste uit handen van de Vereniging van de Vlaamse filmpers.

In februari 2011 viel ze in de prijzen tijdens de Nacht van de Vlaamse Televisiesterren, ze werd toen uitgebreid in de bloemetjes gezet voor haar hele carrière.

In 2019 ontving ze een Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap.

40 jaar geleden, portret van het Gentse anti-sterretje Caroline Vlerick (De Post 15 februari 1981)

40 jaar geleden, portret van het Gentse anti-sterretje Caroline Vlerick (De Post 15 februari 1981)
40 jaar geleden, portret van het Gentse anti-sterretje Caroline Vlerick (De Post 15 februari 1981)

De laatste film die in het zogenaamde ‘wonderjaar van de Vlaamse film’, het jaar 1980, werd geproduceerd, is Peter Simons’ Het einde van de reis. Van Simons, die als assistent-realisator van Roland Verhavert (o.m. bij de realisatie van Rolande met de bles en De Loteling) en als t.v.-regisseur van de Dienst Drama van de B.R.T. in tegenstelling met heel wat andere jonge cineasten de gelegenheid kreeg om filmervaring op te doen, werd in het vlak van de lange speelfilm heel wat verwacht.

De teleurstelling kwam des te harder aan. Het einde van de reis bleek in vergelijking met zijn t.v.-films als De zuiverste nacht, Mijn mooie bioscoop (beide van 1979) en De eerste sleutel (1980), alle drie naar interessante scenario’s van filmfreak Pierre Platteau, een miskleun.

De oorzaak van dit falen ligt zowel in de keuze van het scenario, een werkstuk van Willy van Sompel (enkele jaren geleden bekroond met de Prijs voor het beste filmscenario door het Ministerie van Nederlandse Cultuur), als in het onvermogen van de cineast om dat script in overtuigende filmtaal om te zetten.

De film is een psychologisch portret van een veertigjarige vrouw, Maria Levy (een soms theatrale Chris Lomme), die verlaten door haar echtgenoot (een eens te meer overtuigende Hugo van den Berghe) en haar achttienjarige dochter Lily, ook haar jongere dochter Valérie vreest te verliezen.

Het hoofdpersonage stort psychisch in elkaar wanneer aan het slot uiteindelijk ook Valérie besluit haar eigen weg te gaan. Maria’s ziekelijke hoop op de terugkeer van Lily uit Amerika en haar redeloze angst en bezorgdheid om Valérie vormen de thematiek van de film.

Het spreekt voor zich dat een dergelijk intimistisch portret vol familiale tafereeltjes en waarin elke dramatische actie tot een minimum herleid is, hoge eisen stelt aan een cineast. ‘Maria Levy’s uitzichtloze verlangen naar betere tijden, toen Lily nog bij haar was,’ zou, althans volgens Simons’ interpretatie van het scenario in de persmap, een metafoor zijn waarachter de wanhoop schuilt van de generatie van mei ’68. Of hoe een cineast zijn film een dubbele bodem toedicht.‘Weinig zag ik bij ons een scenario met zulk een gave tekstuur zulk een fascinerende sfeer, zulk een indringende karaktertekening, en dat met zulk een economie der middelen,’ luidt daarenboven zijn in gebrekkig Nederlands gestelde apologie voor het scenario.

Het bedenkelijke feit dat een terecht of ten onrechte bekroond scenario nu eenmaal gemakkelijker door de mazen van de filmcommissie, die de subsidiëringskoek – in casu 9.800.000 fr. – verdeelt, glipt, speelde misschien wel een grotere rol…

In vergelijking met Hellegat en De Proefkonijnen is Peter Simons’ film een stap terug op de weg naar een volwaardige filmproduktie. De film vertoont in wezen de zwakheden van zovele vroegere Vlaamse films: een weinig origineel scenario, losse toneelscènes met onnatuurlijke dialogen, technisch vakwerk dat te weinig sfeerscheppend werkt.

Enkel de spontane vertolking van Valérie door de debuterende veertienjarige Caroline Vlerick en de muziek (Alain Pierre), die Maria’s levensangst treffend suggereert, houden de film overeind.

Echt storend werken in deze door zijn langdradigheid irriterende produktie twee scènes waarin de cineast tot misplaatste filmische spielereien overgaat.

De slow motion-scène waarin Maria Levy in nachtjapon door de drukke winkelstraat met een brief van Lily Valérie achternazweeft, is gewoonweg potsierlijk.

Een gratuit filmisch intermezzo is ook de verwelkomingsscène op de pier te Oostende, waar Maria en Valérie de ferry-boot met Lily verwachten: een serie korte shots, vooral zwenkende luchtopnamen en een dubbeldruk (het gezicht van Maria op de over de zee scherende camera, die de boot nadert). Moeilijk te achterhalen is daarenboven de betekenis van de talrijke tussenshots van het Brusselse justitiepaleis, badend in een rode gloed.

Kortom, Het einde van een reis brengt vooral de beperktheden van een cineast aan het licht, die op grond van enkele behoorlijke t.v.-films wellicht werd overschat. (film bespreking door Wim de Poorter in 1991 en artikel uit de Post van 15 februari 1991)