Op enkele schouwen en ventilatieschachten na verraadt niets de aanwezigheid van dit ondergrondse complex, waarvan de ingang verborgen zit in een onopvallend chalet van de groendienst.
De naam van het park verwijst naar de citadel die hier begin negentiende eeuw onder het toenmalige Nederlandse bewind werd opgetrokken.
Dit fort diende als onderdeel van de grensverdediging van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.
De locatie was niet toevallig gekozen: het verheven terrein ten zuiden van Gent, ingeklemd tussen de Schelde en de Leie, bood een uitstekend en vrij zicht op de wijde omgeving.

Na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 verloor het fort zijn strategische functie en deed het nog een tijdlang dienst als kazerne, tot het tegen 1913 vrijwel volledig werd gesloopt.
Enkel een poortgebouw en enkele kazematten bleven bewaard.
In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, in 1938, kregen alle Belgische provinciehoofdsteden de opdracht om een ondergrondse commandopost in te richten.
Gent koos voor de voormalige citadelterreinen en integreerde een van de oude, overgebleven kazematten in het nieuwe bouwwerk.
De werkzaamheden startten in 1939 en het robuuste complex, uitgerust met betonnen muren van 1,30 meter dik en een plafond van maar liefst 3 meter dik, werd een jaar later al in gebruik genomen.
De hoofdingang werd extra beveiligd door een volledig sas-systeem dat uit drie opeenvolgende deuren bestaat.

De eerste is een loodzware, gepantserde deur die opgebouwd is uit twee delen, vergelijkbaar met een paardendeur.
Dit ingenieuze ontwerp hield rekening met mogelijke bombardementen: mocht er na een inslag puin de onderste helft van de deur blokkeren, dan kon het bovenste deel nog steeds geopend worden.
Vanwege het gigantische gewicht was het onmogelijk om deze deur in haar geheel in de structuur te plaatsen.
Daarom werden de buitenplaten, die voor eventuele aanvallers bereikbaar waren, onlosmakelijk bevestigd met klinknagels.
Aan de binnenzijde werden de platen en tussenprofielen met bouten dwars door de structuur heen gemonteerd.
Hierdoor kon men de deur in kleinere, handzamere stukken naar binnen brengen en ter plekke in de bunker monteren.
Als men de moeren aan de binnenzijde losmaakte, kon de deur weliswaar gedemonteerd worden, maar voor een aanvaller aan de buitenkant bleef het een volledig gesloten, ondoordringbaar oppervlak vol klinknagels dat onmogelijk met een moersleutel te forceren was.
Omdat deze eerste zware deur niet gasdicht was, werd de toegang verder afgesloten door een dubbel beveiligd toegangssas, bestaande uit twee zwaar gepantserde deuren die elk voorzien waren van een zespuntsslot.

Bij het sluiten verankerden deze deuren zich met één haak naar boven, één naar beneden en twee aan elke zijkant.
De zijhaken grepen bovendien direct vast in de scharnieren, waardoor de deur zelfs zonder de overige vier haken muurvast geklemd zat.
Dergelijke deursystemen zijn tegenwoordig uiterst zeldzaam. Internationale experts reizen dan ook speciaal af om ze te bestuderen, aangezien ze nagenoeg uniek zijn, zeker in zo’n intacte staat.
Toen de Duitse troepen in mei 1940 België binnenvielen, namen ze de gloednieuwe commandopost al snel in beslag.
Hun eerste grote ingreep bestond uit het aanleggen van sanitair, een belangrijk detail dat de Belgen bij de bouw domweg vergeten waren.
Aan het einde van de oorlog, in augustus 1944, staken de vluchtende Duitsers de bunker in brand.
Pas drie jaar later werd de commandopost grondig gerenoveerd en in gebruik genomen door de Civiele Bescherming.

In diezelfde periode werd het complex uitgebreid en ondergronds verbonden met een andere oude kazemat van de historische citadel.
Met het einde van de Koude Oorlog verloor de bunker definitief zijn nut.
De Civiele Bescherming ontruimde het bouwwerk in 1993 en droeg het over aan de Stad Gent.
Sindsdien is het erg stil geworden rond de commandopost.
In 2001 kreeg de bunker nog even een tijdelijke invulling als tentoonstellingsruimte voor het SMAK, en in 2011 konden bezoekers tijdens Open Monumentendag een allerlaatste keer een kijkje nemen.
Vandaag de dag gebruikt de groendienst nog steeds het chalet bovengronds, maar diep onder de aarde blijft de bunker gehuld in stilte (Wikipedia, Alexander Dumarey, bunkergordel en diverse andere bronnen)


