Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Bernadette Lafont, geboren op 28 oktober 1938 in Nîmes als dochter van apotheker Charles Lafont en Jeanne-Julia Monnier.
Ze studeerde aanvankelijk dans aan de 28 oktober 1938 met de droom om balletdanseres te worden.
Haar acteercarrière begon in 1957 toen ze werd ontdekt door François Truffaut, die toen getrouwd was met haar jeugdvriendin Madeleine Morgenstern, en hij gaf haar een rol in de korte film Les Mistons.
Dit betekende haar doorbraak en lanceerde haar in de wereld van de Franse New Wave cinema, waar ze al snel een muze werd voor filmmakers als Truffaut, Claude Chabrol, en Louis Malle.
Ze speelde in films als Le Beau Serge, Les Bonnes Femmes, en Une Belle Fille Comme Moi.
Haar carrière omspande meer dan 120 film- en televisierollen, waarbij ze samenwerkte met een breed scala aan regisseurs en zich continu bleef ontwikkelen als actrice, ook in het theater.
In 1986 won ze een César Award voor Beste Vrouwelijke Bijrol voor haar rol in L’Effrontée en in 2003 ontving ze een ere-César voor haar indrukwekkende oeuvre. Internationaal werd ze erkend voor onder andere haar rol in de controversiële, maar invloedrijke film La Maman et la Putain.
Lafont stond bekend om haar veelzijdigheid, humor, en uitstraling, en kon zowel komische als dramatische rollen met overtuiging neerzetten.
Ze trouwde eerst met acteur Gérard Blain, met wie ze een zoon kreeg die jong overleed.
Later trouwde ze met de Hongaarse beeldhouwer Diourka Medveczky, met wie ze drie kinderen kreeg: Élisabeth, David, en Pauline, die allen ook in de acteerwereld stapten.
Haar dochter Pauline overleed tragisch in 1988 tijdens een bergwandeling, een gebeurtenis die Bernadette natuurlijk diep raakte.
Ze scheidde later van Medveczky.
Naast haar acteerwerk stond ze bekend als een icoon van de Franse cinema en een symbool van vrouwelijke vrijheid en onafhankelijkheid.
Ze had een sterke persoonlijkheid met een uitgesproken gevoel voor humor, vaak omschreven als “ondeugend” en “vrijgevochten”.
In 1997 publiceerde ze haar autobiografie, “Le Roman de ma Vie,” en ze was een fervent fan van stierenvechten.
Op 14 juli 2009 werd ze geridderd tot Officier in het Franse Legioen van Eer.
Bernadette Lafont overleed op 25 juli 2013 in Nîmes op 74-jarige leeftijd aan een hartstilstand en werd begraven in Saint-André-de-Valborgne, naast haar dochter Pauline.
Jean-Claude Brialy werd geboren in Aumale, een stad in Algerije.
Zijn vader was een hoge legerofficier die daar op het ogenblik van zijn geboorte was gekazerneerd.
In Algerije werd zijn vader verscheidene keren overgeplaatst.
In 1943 kwam de familie terecht in Frankrijk, eerst in Marseille en daarna in Angers.
Hij en zijn broer Jacques kregen een zeer strenge opvoeding.
Hij voelde zich enkel gelukkig als hij zijn vakanties mocht doorbrengen bij zijn grootouders die dicht bij Angers woonden en als hij zijn fantasie de vrije loop kon geven.
Zijn vader werd echter opnieuw overgeplaatst, naar Duitsland.
Daarna vestigde de familie zich uiteindelijk in Straatsburg. Ondertussen was Brialy bezeten geraakt door de wereld van het spektakel en door de film.
Daarom haalde hij slechts na veel moeite zijn ‘baccalauréat’.
Hij volgde toneellessen wat niet naar de zin was van zijn vader die droomde van een militaire carrière voor zijn zoon.
Hij kreeg de eerste prijs voor toneel aan het conservatorium en hij werd als acteur geëngageerd aan het ‘centre d’art dramatique de l’Est’.
Tijdens zijn legerdienst werkte hij op de afdeling programmatie van de filmdienst. Dit liet hem toe verder de wereld van de film te verkennen.
Eind 1954 trok hij naar Parijs waar hij leefde van allerlei klusjes vermits zijn ouders weigerden hem geld toe te stoppen.
Hij kwam er in contact met de redactieleden van Cahiers du cinéma.
Zo kreeg hij de kans te spelen in de korte film Le Coup du berger van Jacques Rivette.
Hij deed regie-ervaring op bij Jean Renoir als stagiair regieassistent voor French Cancan.
Hij bemachtigde rollen in enkele andere korte films van onder meer Godard, Truffaut en Rohmer, allen toekomstige voormannen van de opkomende Nouvelle Vague, en in langspeelfilms zoals Un amour de poche (Pierre Kast, 1957) en Le Triporteur (Jack Pinoteau, 1957).
Zijn vertolkingen in de komedie L’Ami de la famille (Jack Pinoteau, 1957) en in het drama Christine (Pierre Gaspard-Huit, 1958) waren zijn eerste belangrijke rollen in films die ook uitgroeiden tot een commercieel succes.
Het waren echter vooral Le Beau Serge en Les Cousins (Claude Chabrol, 1958) die hem (en de Nouvelle Vague) bekend maakten.
Zijn naambekendheid werd zo groot dat hij tussen 1957 en 1987, zijn topperiode, in ongeveer honderddertig films speelde.
In de eerste plaats bleef hij samenwerken met de Nouvelle Vaguecineasten: met Chabrol in de tragikomedie Les Godelureaux (1961) en in de misdaadfilm Inspecteur Lavardin (1985), met Godard in de komedie Une femme est une femme (1961), met Truffaut in het drama La mariée était en noir (1968), met Rohmer in de zedenstudie Le Genou de Claire (1970) of met Agnès Varda in de tragikomedie Cléo de 5 à 7 (1962).
Hij was daarnaast te zien in verscheidene films van meer lichtvoetige regisseurs als Edouard Molinaro, Roger Vadim, Philippe de Broca en Claude Lelouch.
Bij André Téchiné en Claude Miller bewees hij dan weer meermaals dat hij niet enkel in staat was elegante en leuke rollen te vertolken maar dat hij ook serieuze en duistere rollen aankon.
Zo verwachtte het publiek hem bijvoorbeeld niet meteen als de ernstige procureur in het historisch drama Le Juge et l’Assassin (Bertrand Tavernier, 1976) maar zijn prestatie leverde hem wel een Césarnominatie op.
Hetzelfde gold voor zijn vertolking van de alcoholverslaafde en biseksuele dirigent die het niet meer ziet zitten in het drama Les Innocents (1987) van Téchiné.
Voor die prestatie werd Brialy wel beloond met een César.
Van meet af aan werd hij ook gevraagd door buitenlandse cineasten (voornamelijk Italianen, onder meer Mauro Bolognini en Alberto Lattuada).
Later deden ook Luis Buñuel, Ettore Scola, Costa-Gavras en Roberto Benigni een beroep op hem.
In de jaren negentig kreeg hij het wat moeilijker om geschikte rollen te vinden.
Zijn geraffineerde acteerstijl kwam het best tot zijn recht in de historische films La reine Margot (Patrice Chéreau, 1994) en Beaumarchais, l’insolent (Edouard Molinaro, 1995). Vermeldenswaardig in de jaren 2000 was vooral zijn rol in de komedie C’est le bouquet! (Jeanne Labrune, 2001).
De innemende Brialy was de vriend van heel wat collega’s uit de filmwereld en van talrijke kunstenaars.
Hij was een algemeen erkend en heel populair figuur.
In Parijs was hij de eigenaar van een door de beau monde uit binnen- en buitenland gefrequenteerd nachtrestaurant.
Hij woonde in Parijs ook heel trouw de begrafenisplechtigheden bij van heel wat beroemdheden.
Dit leverde hem de bijnaam ‘la Mère Lachaise’ op.
In 2007 overleed Jean-Claude Brialy in Monthyon op 74-jarige leeftijd aan kanker.
Hij ligt begraven op het cimetière de Montmartre. (Diverse bronnen en Wikipedia)
Claude Brialy (juni 1960)Claude Brialy (juni 1980)
De Franse acteur, filmregisseur, scenarist en schrijver Jean-Claude Brialy.
Belmondo, zoon van een beeldend kunstenaar en een kunstschilderes, was korte tijd professioneel boxer voordat hij begon met acteren.
De acteur die later in zijn carrière vooral bekend werd door luchtige actiefilms werkte met de allerbeste Franse regisseurs, zoals Jean-Luc Godard, Louis Malle, François Truffaut, Claude Sautet, Claude Chabrol en Claude Lelouch.
Hij trouwde in 1952 met Élodie Constantin.
Het huwelijk eindigde in 1965.
Bekende vrienden van de acteur zijn Alain Delon en Jean Rochefort, die laatste volgde samen met Belmondo acteerlessen op een bekende toneelschool in Parijs.
Zijn allerbeste vriend was wellicht Charles Gérard.
Ze leerden elkaar kennen in een boksclub. “Jean-Paul was toen amper vijftien, ik was er al vijfentwintig”, zei Charles daar ooit over. “Toen de trainer ons aan elkaar voorstelde, gaf hij me geen hand maar verkocht hij me een flinke linkse tegen mijn neus.
We konden het toch goed met elkaar vinden en ontwikkelden een echt typisch mannelijke, amper nog te breken vriendschap.
”Belmondo – gespierd en heel sportief – deed al zijn stunts zelf, van vechtscènes met een tijger tot het hangen aan een vliegende helikopter op 65-jarige leeftijd.
In 1999 kreeg hij een hartaanval op de planken en in augustus 2001 kreeg hij op Corsica een beroerte, waar hij eveneens goed van herstelde.
In december 2002 huwde Belmondo met zijn Natty Tardivel en samen kregen ze op 13 augustus 2003 een dochter met de naam Stella.
Belmondo werd al drie keer vader; zijn dochter Patricia is echter omgekomen bij een brand in 1994.
Na de scheiding en door de nieuwe vriendschap met de Belgische Barbara Gandolfi.
Was er in 2009 een rechtszaak tussen Belmondo en zijn ex vrouw Natty over het bezoekrecht van zijn dochter Stella.
Ook met Playmate Barbara Gandolfi kwam het tot een pijnlijk rechtszaak.
De nu 87-jarige acteur maakte in 2008 zijn laatste film.(Diverse bronnen,Primo, Wikipedia en foto 2 met zijn vader de beeldhouder, foto 4 en 5 met zijn toenmalige vrouw Élodie Constantin)