Vandaag 60 jaar geleden, de ontvoering van voetballer Alfredo Di Stéfano (Panorama 8 oktober 1963)

In 1963 werd Di Stéfano het slachtoffer van een ontvoering in Caracas, Venezuela, waar hij met Real Madrid een vriendschappelijke wedstrijd zou spelen.

Hij werd op (volgens sommige bronnen op 24 augustus) meegenomen door twee gewapende mannen die zich voordeden als politieagenten.

Ze eisten losgeld en politieke concessies van de Venezolaanse regering.

Di Stéfano werd twee dagen vastgehouden (sommige bronnen hebben het over 25 uur) in een afgelegen huis, maar bleef ongedeerd. Hij kreeg zelfs te eten en te drinken en mocht naar de radio luisteren.

De ontvoerders behoorden tot een linkse guerrillabeweging die zichzelf de Gewapende Revolutionaire Beweging (MRA) noemde.

Ze wilden met hun actie aandacht vragen voor de sociale ongelijkheid en de onderdrukking in Venezuela.

Ze hadden ook contact met Fidel Castro, de leider van Cuba, die hen steunde in hun strijd tegen het regime van president Rómulo Betancourt.

Castro zou zelfs hebben bemiddeld om Di Stéfano vrij te krijgen, volgens sommige bronnen.

Op 26 augustus werd Di Stéfano vrijgelaten in de buurt van de Spaanse ambassade.

Hij werd opgevangen door zijn ploeggenoten en kon al snel weer voetballen.

Hij speelde zelfs mee in de uitgestelde wedstrijd tegen São Paulo, die Real Madrid met 2-1 won.

Di Stéfano zei later dat hij geen wrok koesterde tegen zijn ontvoerders en dat hij begrip had voor hun idealen. Hij schonk ook een deel van zijn gage aan een Venezolaans weeshuis.

Alfredo Di Stéfano was een van de grootste voetballers aller tijden. Hij speelde als aanvaller en was vooral bekend om zijn successen met Real Madrid in de jaren 50 en 60.

Hij won vijf keer de Europacup I en scoorde in elke finale. Hij was ook vijf keer de topscorer van Spanje en werd twee keer verkozen tot Europees voetballer van het jaar.

Di Stéfano begon zijn carrière bij River Plate in Argentinië, waar hij in 1947 de Copa América won.

Hij speelde ook voor Huracán en Millonarios in Colombia, voordat hij in 1953 naar Real Madrid ging.

Hij nam de Spaanse nationaliteit aan en speelde 31 interlands voor Spanje, nadat hij eerder ook voor Argentinië en Colombia had gespeeld.

Di Stéfano maakte nooit zijn debuut op een WK, omdat Spanje zich niet kwalificeerde of zich terugtrok.

Na zijn voetbalcarrière werd hij trainer van onder andere Elche, Boca Juniors, Valencia, Sporting CP, Rayo Vallecano, Castellón, River Plate en Real Madrid.

Hij won als coach onder meer de Argentijnse titel met Boca Juniors en River Plate, de Spaanse titel en de Europacup II met Valencia en de Spaanse Supercup met Real Madrid.

Hij was ook een filmacteur en speelde in vier films: Con los mismos colores (1949), Saeta rubia (1956), La batalla del domingo (1963) en Once pares de botas (1968).

Di Stéfano overleed in 2014 op 88-jarige leeftijd in Madrid. Hij wordt beschouwd als een legende van het voetbal en een icoon van Real Madrid.

50 jaar geleden, Fidel Castro als ontspanning, onder het water om vis te vangen.

Aan boord van zijn privéjacht Granma, genoemd naar de kotter, waarmee hij in 1957 naar Cuba terug kwam om er de revolutie te ontketenen.

Alleen maar zijn fidele secretaressen en zijn gezellin Celia Sanchez, weet dan waar hij heenvaart.

Uit angst dat Cubaanse ballingen hem zouden ontvoeren.

Als Fidel dan met zijn harpoengeweer de nodige grote vis heeft geschoten, hijst hij zich weer aan boord en zet het jacht koers naar de kust, waar zijn Russische Jeep of zijn nieuwe Franse Citroën Méhari op hem wacht. (De Post 5 maart 1970)

50 jaar geleden, Fidel Castro onder ’t water
50 jaar geleden, Fidel Castro onder ’t water