Vandaag 30 jaar geleden, Dolores Ibárruri Gómez, La Pasionária, voor een deel van de Spaanse bevolking een legende, sterft in Madrid.

Vanaf jonge leeftijd nam zij deel aan de arbeidersstrijd van het Baskenland. Geïnstalleerd in Madrid na de proclamatie van de Republiek beklom zij al snel de hoogste posities bij de PCE, de Spaanse Communistische Partij waar zij opklom tot een van meest tot de verbeelding sprekende leiders van de organisatie.

In februari 1936 werd zij verkozen als afgevaardigde voor Asturië.

De 18 juli 1936 riep zij, via de microfoon van Union Radio van Madrid de massa’s van de arbeiders op om de Republiek te verdedigen.

In november 1938 sprak zij een emotionele afscheidsrede uit voor de Internationale Brigades.

In de laatste dagen van de burger oorlog bood zij Negrin (Toen minister-president in Spanje en door hem geraakte Spanje in de Sovjet-invloedssfeer. Onder Negrín werd formeel weliswaar de vrijheid van godsdienst in de republikeinse zone hersteld, maar in de praktijk bleef de vervolging van katholieke geestelijken en kloosters doorgaan. Vanwege de opmars van de legers van de nationalistische opstandelingen week de republikeinse regering van president Azaña naar Frankrijk uit in 1939. Negrín vertrok in mei 1940 naar Mexico. Gedurende de Tweede Wereldoorlog bleef hij minister-president van de Spaanse republikeinse regering in ballingschap) de onvoorwaardelijke steun aan van de PCE in ruil voor de voortzetting van de strijd.In het begin van maart 1939 verliet zij Spanje met het vliegtuig naar Oran.

Daarna verhuisde zij naar Marseille en vervolgens naar Parijs. Daarna vertrok zij in ballingschap naar Moskou.

In ballingschap, zette zij haar politieke activiteiten verder en werd zij verkozen tot algemeen secretaris van de PCE.

In 1960 werd zij benoemd tot voorzitter van de partij en in 1961 kreeg zij een eredoctoraat van de Universiteit van Moskou.

In 1977 keerde zij terug naar Spanje en werd verkozen tot plaatsvervangend voor Asturië.

La Pasionária verbond expliciet haar politieke strijd aan die voor vrouwenrechten.(Diverse bronnen, De Post van 17 november 1989 en Wikipedia)

30 jaar geleden, Berlijn zal leven, de muur is dood

In 1987 dacht slechts 9 procent van de West-Duitsers dat de hereniging van de beide Duitslanden tijdens zijn of haar leven zou plaatsvinden.

Op 7 oktober 1989 vierde Erich Honecker in het Berlijnse Palast der Republik met zijn bondgenoten het veertigjarig bestaan van de DDR.

Twee dagen later demonstreerden in Leipzig meer dan zeventigduizend mensen tegen het regime.

Twee weken later verdween Honecker uit de politiek en ruim een maand later viel de Berlijnse Muur.

Verleden jaar kregen we info hoe het Westen dacht over deze situatie.

Daaruit blijkt dat premier Thatcher zich heftig verzette tegen een samengaan van de bondsrepubliek en de DDR.

Ook Nederland die toen Ruud Lubbers als eerste minister had, was geen voorstander van één Duitsland. Frankrijk van Mitterand was ook in het begin niet echt te vinden voor één Duitsland.

In een telefoongesprek met president Bush op 3 december 1989 om half negen ’s avonds zei Kohl dat premier Lubbers op de lijn van Thatcher zat.

Maar anders dan voor de houding van de Britse premier toonde hij begrip voor de opstelling van de Nederlandse minister-president.

Volgens de bondskanselier was de houding van Den Haag terug te voeren tot de ervaringen in de Tweede Wereldoorlog.

Nederland was toen zeer slecht behandeld door de nazi’s.De Nederlanders hadden dit vooral daarom zo pijnlijk gevonden omdat ze tot 1933 zeer vriendelijk jegens Duitsland geweest waren.

De bondskanselier wijst op de asielverlening aan keizer Wilhelm II (in 1918, aan het eind van de Eerste Wereldoorlog).

Ribbentrop (de minister van buitenlandse zaken) heeft op de dag voor de inval van de Duitse troepen in Nederland nog verzekerd dat er geen invasie ophanden was. Nederland heeft dit nooit vergeten.

In ons land was de toestand in zoverre anders dat het land tot het einde van de oorlog door een militaire bevelhebber werd bestuurd.

In Nederland was echter een burgerregering ingezet, die uit de ergste Weense nazi’s bestond.

Enkele dagen na het telefoongesprek met Bush werden op de Europese top in de Franse stad Straatsburg, het tien punten-plan van Kohl besproken.

Spanje en Frankrijk hadden volgens Kohl over het algemeen positief gereageerd.

Ook België, Luxemburg, Zwitserland en Oostenrijk lieten weten geen problemen te hebben met één Duitsland. Frankrijk veranderde van kamp, omdat Kohl bereid was de sterke D-Mark op termijn op te geven voor een gemeenschappelijke munt, de euro.

Na onderhandelingen met Frankrijk, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie kreeg Duitsland door de ondertekening van het twee-plus-vier-verdrag op 12 september 1990 in Moskou zijn volledige soevereiniteit terug.(Diverse bronnen, Trouw, Duitsland Instituut, De Post van 17 november 1989 en Wikipedia)