50 jaar geleden, te gast bij minister Frans Van Mechelen

Van 1960 tot aan zijn dood in 2000 was Frans Van Mechelen voorzitter van de Bond van de Grote en Jonge Gezinnen.

In de jaren 1960 werd hij politiek actief voor de CVP, waar hij een vertegenwoordiger was van het Algemeen Christelijk Werknemersverbond.

Van 1965 tot 1976 zetelde Van Mechelen voor het arrondissement Turnhout in de Kamer van volksvertegenwoordigers.

In de periode december 1971-mei 1976 had hij als gevolg van het toen bestaande dubbelmandaat ook zitting in de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap, die op 7 december 1971 werd geïnstalleerd en de verre voorloper is van het Vlaams Parlement.

Als politicus ijverde hij steeds voor nauwe banden met Nederland.

Ook werd hij in de jaren 1990 voorstander van een verre federalisering, ook inzake sociale zekerheid.

Van Mechelen was van 1968 tot 1972 Minister van Nederlandse Cultuur in de Regering-G. Eyskens V.

Onder zijn impuls werden vele Vlaamse cultuurcentra uitgebouwd, onder meer in de Vlaamse Rand rond Brussel.

Niet geheel verwonderlijk was het cultureel centrum De Warande in Turnhout een van de eerste. (Diverse bronnen, foto’s De Post 26 april 1970 en Wikipedia)

50 jaar geleden, op bezoek bij Bruuntje Kloef de laatste klompenmaker van het Meetjesland.

Zijn echte naam was Bruno Wittewrongel en hij woonde in Kaprijke in de Molenstraat.

Reeds méér dan zestig jaar maakt hij klompen, zo vertelt hij zelf: «Ik ben als twaalfjarige jongen op stiel gegaan. 

In ’t jaar 1911 begon ik zelfstandig te werken. 

Ik kreeg veel te doen en daardoor had ik vlug twee arbeiders in dienst. 

Elke week gingen er vijftig tot zestig paar klompen de werkplaats uit.  Voeg daarbij nog allerlei ander werk, want wij vervaardigden ook houten graan- en meel schoppen, nestblokjes, houten emmers, melkstoeltjes, enz. 

Wij werkten toen iedere dag 13 à 14 uur; dat was de tachtigurenweek !»

Een jaar later in 1971, stopte hij met werken en verhuisde hij naar Balgerhoeke om te gaan inwonen bij een nicht.(Diverse bronnen, Ons Meetjesland en De Post van 26 april 1970)

50 jaar geleden, op bezoek bij Bruuntje Kloef de laatste klompenmaker van het Meetjesland
50 jaar geleden, op bezoek bij Bruuntje Kloef de laatste klompenmaker van het Meetjesland.
50 jaar geleden, op bezoek bij Bruuntje Kloef de laatste klompenmaker van het Meetjesland.
50 jaar geleden, op bezoek bij Bruuntje Kloef de laatste klompenmaker van het Meetjesland.
50 jaar geleden, op bezoek bij Bruuntje Kloef de laatste klompenmaker van het Meetjesland.

Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.

De gigantische vuurzee in de kartonnen fabriek eiste zeven doden.

In 1960 werd de fabriek gebouwd in de New Orleansstraat.

De architect van dienst was Hugo Van Kuyck.

Het werd een functioneel gebouw in strakke architectuur en voorzien van dakvleugels.

Het bestond uit een productie gedeelte en een ruimte voor kantoren.

Op het ogenblik van de brand werkte er 600 mensen.

Toen de fabriek in 1970 uitbrandde, werd Van Kuyck opnieuw ingeschakeld bij de herbouw.

Na de brand, en uit angst dat het vuur terug zou aanwakkeren, bleef de brandweer en het Rode Kruis nog twee dagen op het terrein. (foto 3 brandweer lezen in de krant over hun actie tijdens de brand)

In 1983 gingen de fabrieken in Gent en Buggenhout verder onder de naam: Bowater Containers, waarna er overnamen volgden in 1987, door Eurobox en Schoellershammer en in 1988 door Eurolim.

In 1989 werd Bowater overgenomen door de SCA Groep en ging SCA Packaging heten.

Deze groep, die meerdere vestigingen in België bezit, bestaat nog steeds.

In 2012 werd SCA Packaging overgenomen door DS Smith Packaging. (Foto’s De Post van 26 april 1970)

Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.
Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.
Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.
Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.

Vandaag 50 jaar geleden, aankomst Mikis Theodorakis in Parijs.

Op 21 april 1967 nam een rechtse junta (het regime van de kolonels) de macht over in een putsch.

Theodorakis ging ondergronds en richtte het “Patriottisch Front” (PAM) op.

Op 1 juni publiceerden de kolonels “Legerdecreet nr. 13″dat het spelen en zelfs het luisteren naar zijn muziek verbood.

Theodorakis zelf werd gearresteerd op 21 augustus en kreeg vijf maanden gevangenisstraf.

Na zijn vrijlating eind januari 1968 werd hij in augustus verbannen naar Zatouna met zijn vrouw Myrto en hun twee kinderen, Margarita en Yorgos.

Later werd hij geïnterneerd in het concentratiekamp Oropos.

Een internationale solidariteitsbeweging, geleid door persoonlijkheden als Dmitri Shostakovich , Leonard Bernstein , Arthur Miller en Harry Belafonte, eiste dat Theodorakis werd vrijgelaten.

Op verzoek van de Franse politicus Jean-Jacques Servan-Schreiber mocht Theodorakis op 13 april 1970 in ballingschap gaan naar Parijs.

De vlucht van Theodorakis vertrok in het geheim van een privé-luchthaven van Onassis buiten Athene.

Theodorakis arriveerde op Le Bourget Airport waar hij Costa Gavras , Melina Mercouri en Jules Dassin ontmoette.

Theodorakis werd onmiddellijk in het ziekenhuis opgenomen, omdat hij aan longtuberculose leed.

Myrto Theodorakis, de vrouw van Mikis en twee kinderen vergezelden hem een ​​week later in Frankrijk. Ze kwamen per boot van Griekenland naar Frankrijk via Italië