Vandaag is het 125 jaar geleden dat de Gentse dichter en schrijver Georges Rodenbach is overleden.

Rodenbach werd geboren in Doornik op 16 juli 1855, maar verhuisde op jonge leeftijd naar Gent, waar hij opgroeide in een welgestelde familie.

Hij studeerde rechten aan de universiteit van Gent en werd advocaat, maar zijn ware passie lag bij de literatuur.

Hij schreef gedichten, romans, toneelstukken en essays, waarin hij vaak de melancholie en het verval van de moderne stad uitdrukte.

Zijn bekendste boek is Bruges-la-Morte (1892), een roman over de obsessie van een weduwnaar voor zijn overleden vrouw en de stad Brugge.

Rodenbach trouwde in 1887 met Anna-Maria de Schaetzen, met wie hij twee kinderen kreeg.

Hij verhuisde naar Parijs, waar hij actief was in de literaire kringen en bevriend raakte met onder andere Emile Verhaeren en Stéphane Mallarmé.

Hij overleed op 25 december 1898 aan een longontsteking, op 43-jarige leeftijd en werd begraven op het kerkhof van Père-Lachaise, waar zijn grafmonument nog steeds te bewonderen is.

In Gent is er een straat naar hem genoemd, de Georges Rodenbachstraat en een gedenkplaat aan zijn geboortehuis in de Veldstraat.

Vandaag 40 jaar geleden, België krijgt zijn eerste Heilige.

Louis-Joseph Wiaux werd geboren in Mellet, in het bisdom Doornik, op 20 maart 1841.

Hij werd broeder van de Christelijke Scholen en nam de naam aan van Mutien-Marie.

Gedurende meer dan vijftig jaar wijdde hij zich met grote ijver aan de opvoeding van kinderen.

Voor zijn leerlingen, hun ouders en zijn medebroeders was hij een toonbeeld van deugd.

Hij muntte vooral uit in geduld, gehoorzaamheid en regelmaat.

Hij werd ook wel de ‘Biddende broeder’ genoemd.

Hij had een grote verering voor de eucharistie en voor de Heilige Maagd Maria.

Hij overleed in Malonne (Namen) op 30 januari 1917.

Na zijn dood gebeurden op zijn voorspraak wonderen en werd de plaats in Malonne, waar hij begraven ligt, een bedevaartsoord.

Op 22 februari 1977 werd in Malonne voor de kerkelijke commissie de kist van broeder Mutien-Marie geopend. Ziekenbroeder Madir (geboren als Frans Verstaelen uit Aartselaar, mocht daarbij aanwezig zijn.

Madir leed aan een geleidelijk verergerende osteoporose. Hij liep met krukken en zo kwam hij die dag ook binnen en stond erbij toen van Mutiens geraamte een hand werd weggenomen om er relikwieën van te maken en plotseling had hij geen krukken meer nodig.

Tot aan zijn dood in 1986 liep hij kranig zonder zonder krukken.

Na een lang proces oordeelde het Vaticaan dat dit een bovennatuurlijke genezing betrof.

Hij werd heilig verklaard door paus Johannes-Paulus II op 10 december 1989. ( Foto 2 en 3 Ziekenbroeder Madir met en zonder krukken op 22 februari 1977, Foto 4 kerk en graf in Malonne)