De geschiedenis van Pop-Telescoop, Sound 2000 en de Hitkrant.

Het muziektijdschrift Pop-Telescoop werd in 1968 opgericht en kende zijn bloeiperiode in de late jaren zestig en vroege jaren zeventig.

Het verscheen destijds als een wekelijks blad met de ondertitel Weekblad voor de Nederlandse showbusiness, uitgegeven door de Amsterdamse uitgeverij Showunie.

In de beginjaren was de opzet van het blad relatief sober. Het bestond vaak uit slechts vier pagina’s in zwart-wit gedrukt krantenpapier, maar het vervulde een cruciale rol voor muziekliefhebbers door het publiceren van het laatste nieuws over artiesten, concertagenda’s, advertenties en vooral een breed scala aan hitlijsten.

Het tijdschrift werd in de popcultuur een belangrijk klankbord, omdat het diverse toonaangevende hitlijsten bundelde die destijds via de radio te horen waren.

Denk hierbij aan de legendarische Veronica Top 40, de Tipparade en de hitlijsten van Radio Noordzee en Radio Luxemburg.

Zelfs onze Vlaamse Radio 2 Top 30 kreeg een plek in het blad.

Ook de Hilversum 3 Top 30 was een vast onderdeel in het tijdschrift.

De allereerste uitzending van deze Hilversum 3 Top 30 vond plaats op vrijdag 23 mei 1969.

Het programma werd destijds uitgezonden door de VPRO en gepresenteerd door Willem van Kooten, beter bekend als Joost den Draaijer.

Hij koos destijds voor een lijst van precies dertig singles, omdat dit exact in de twee uur zendtijd paste die de VPRO tot haar beschikking had.

Het programma werd later overgedragen aan de NOS en omgedoopt tot De Daverende Dertig, destijds gepresenteerd door Felix Meurders, wat uiteindelijk de voorloper werd van de latere Mega Top 50.

Voor de jeugd in die tijd was het kopen van Pop-Telescoop de ideale manier om wekelijks bij te houden welke singles en elpees al deze hitparades domineerden.

Enkele jaren later hield het blad plotseling op te bestaan, net op het moment dat de muziekwereld snel veranderde en de roep om meer diepgang en een modernere uitstraling groeide.

Toen Pop-Telescoop eind maart 1975 definitief stopte, moesten de trouwe lezers het maandenlang zonder hun vertrouwde informatiebron stellen.

Dit vacuüm leidde later dat jaar tot de oprichting van de opvolger, Muziekkrant Sound 2000.

Dit nieuwe blad was een rechtstreeks gevolg van de aanhoudende vraag van voormalige Pop-Telescoop-lezers naar muziekinformatie.

Uit het tijdschrift blijkt dat Sound 2000 in de eerste plaats een puur Nederlandse uitgave was van E&E Produkties uit Amsterdam.

Het redactieteam bestond uit Emanuel Damsteeg en Peter Rensen, met medewerking van Cor Sanne en Charles Prick.

Achter deze namen schuilen figuren die hun sporen diep hebben nagelaten in de media- en muziekindustrie.

Emanuel Damsteeg begon zijn loopbaan bij de AVRO en was de feitelijke oprichter van het oorspronkelijke vakmuziekblad Pop-Telescoop, waarna hij met Sound 2000 de doorstart opzette via E&E Produkties.

Na zijn avonturen in de popbladen bleef hij actief in de uitgeverswereld met diverse bladen en de Music Industry Directory.

Dit laatste was een specifiek type gedrukte gids of adresboek voor de professionele muzieksector, waarin destijds alle belangrijkste contactgegevens van platenmaatschappijen, studio’s, boekingskantoren en radioredacties stonden gebundeld, zodat artiesten en managers snel de juiste ingangen konden vinden.

Damsteeg gebruikte zijn brede netwerk om zulke gidsen op te zetten, waarna zijn focus verschoof naar de videowereld en hij een bekende naam werd door verschillende handboeken en encyclopedieën over audio-, camera- en videotechnieken te schrijven.

Over Peter Rensen, die samen met Damsteeg het redactieteam vormde, zijn in mijn bronnen nauwelijks nog specifieke biografische sporen terug te vinden.

Medewerker Cor Sanne ontwikkelde zich tot een van de belangrijkste promotors en boekers van countrymuziek, bluegrass en americana in de Lage Landen.

Met zijn boekingskantoor- en platenlabel Strictly Country Records haalde hij talloze Amerikaanse artiesten naar Europa, terwijl hij zelf al decennia op de planken staat als zanger, muzikant en de drijvende kracht achter de theaterproductie Back to the Country.

Charles Prick, in de industrie beter bekend als Charly Prick, bouwde na zijn tijd bij het blad een carrière op als succesvol muziekproducent, artiestenmanager en labelbaas met zijn bedrijven Charly Prick Music en Hitneus.

In de jaren zestig, zeventig en tachtig werkte hij met bekende Nederlandse artiesten zoals The Chaplin Band, Frank & Mirella en Ciska Peters.

In de jaren negentig speelde hij achter de schermen een grote rol in de Europese eurodance- en popscene via hitlijst-acts zoals Twenty 4 Seven, T-Spoon en Down Low.

Tevens was hij in die periode nauw betrokken bij de heropgestarte formaties van Boney M.

De oorspronkelijke bezetting van deze discogroep was in de late jaren tachtig officieel uit elkaar gegaan, waarna na juridische strijd over de groepsnaam verschillende originele leden elk met een eigen formatie gingen toeren.

De hernieuwde populariteit van disco en eurodance in de jaren negentig zorgde, mede door het succesvolle verzamelalbum Gold – 20 Super Hits en als extra de Mega Mix die zowel als single als op 12 inch toen is uitgebracht en dit van de nummers Rivers Of Babylon, Sunny, Daddy Cool, Ma Baker en Rasputin, en zorgde voor een ware heropleving.

Charles Prick hielp deze optredens en carrières mee te coördineren, waardoor de hits van Boney M. op nostalgische festivals wereldwijd opnieuw een groot publiek bereikten.

Het technische productieproces van hun gezamenlijke muziekkrant vond volledig in Nederland plaats: het drukwerk werd verzorgd door Propaflex B.V. in Rijswijk.

Om de Belgische markt te bedienen en de overstap voor Vlaamse lezers te vergemakkelijken, werd de administratie in België gecoördineerd door Rossel & Cie., gevestigd aan de Gemeentestraat 8 in Antwerpen.

Deze Belgische partner was nauw verbonden met de maatschappij Sobeledip N.V., die vanaf ditzelfde Antwerpse adres de abonnees aansprak.

Om het publiek warm te maken voor het nieuwe initiatief, hanteerden de uitgevers een methode die naar hedendaagse normen bijna onvoorstelbaar is.

In plaats van een grootscheepse digitale of flitsende mediacampagne, kregen oude abonnees een papieren brief van Sobeledip thuisgestuurd, samen met een fysiek proefnummer.

In deze brief werd Sound 2000 voorgesteld als een volledig pretentieloos blad dat exact dezelfde vertrouwde inlichtingen bood als zijn voorganger.

De uitgeverij toonde een opmerkelijk vertrouwen en een ongebruikelijke service: de lezers kregen het proefnummer, in dit geval bijlage nummer 13, zomaar opgestuurd ter vervanging van hun oude abonnement.

Een jaarabonnement op het nieuwe blad, dat maar liefst vijftig keer per jaar verscheen, kostte destijds 525 Belgische frank.

Sound 2000 was wat betreft vorm en opzet een typisch product van de popjournalistiek uit de jaren zeventig.

Het blad verscheen wekelijks op groot krantenformaat en werd gedrukt op dun krantenpapier.

Net zoals de vroege edities van Pop-Telescoop was het uiterlijk relatief sober met een opmaak in zwart-wit, al werd er op de voor- en achterpagina regelmatig met steunkleuren gewerkt om op te vallen in de kiosken.

Inhoudelijk was het opgebouwd rond een vaste mix van actuele informatie en popjournalistiek.

Een aanzienlijk deel van de pagina’s werd ingenomen door de hitlijsten.

Dit werd aangevuld met de uitgebreide concertagenda en korte nieuwsberichten uit de nationale en internationale showbizz.

Daarnaast bood het blad veel meer ruimte aan langere artikelen, zoals diepte-interviews met populaire binnenlandse en internationale bands, recensies van elpees en singles,

sfeerverslagen van liveconcerten en visuele posters.

Achterop de krant stonden vaak paginagrote reclames van platenmaatschappijen die hun nieuwste releases promootten.

Muziekkrant Sound 2000 kende echter een zeer kortstondig bestaan en stopte al in de loop van 1976.

Hoewel de lancering via de persoonlijke abonneebrieven met veel enthousiasme en engagement was ingezet, bleek de concurrentie op de markt voor muziektijdschriften simpelweg te groot.

Gevestigde titels zoals Muziekkrant Oor hadden in die periode al een stevige positie veroverd en trokken het grootste deel van de lezers en adverteerders naar zich toe.

Hierdoor slaagde het blad er niet in om op de langere termijn financieel het hoofd boven water te houden, waardoor de publicatie al tijdens de tweede jaargang in 1976 werd gestaakt.

Toen Sound 2000 eenmaal verdwenen was, bleef er opnieuw een gat achter op de markt voor wekelijkse hitlijstenbladen op goedkoop krantenpapier.

In 1977 sprong de Hitkrant in dit vacuüm.

Dit nieuwe blad werd opgericht door uitgeverij De Vrijbuiter onder leiding van Willem van Kooten.

Hoewel de Hitkrant door een andere partij werd gelanceerd en geen officiële voortzetting was, hanteerde het in de beginjaren exact dezelfde vertrouwde formule gericht op popnieuws en hitparades voor de jeugd, waarmee het kan worden gezien als de spirituele opvolger van Pop-Telescoop en Sound 2000.

In 1979 onderging de Hitkrant een grote zakelijke verandering toen het blad werd overgenomen door het Belgische tijdschrift Joepie.

Ondanks deze overname achter de schermen bleef het popblad ongewijzigd en succesvol verdergaan onder zijn vertrouwde eigen naam Hitkrant.

Het tijdschrift kende na deze overname nog een zeer lange geschiedenis, maar stopte uiteindelijk definitief als wekelijks papieren blad in april 2017.

Na precies veertig jaar te zijn verschenen, bleek de wekelijkse papieren oplage door de digitalisering niet langer rendabel.

De toenmalige uitgever besloot toen om van de Hitkrant een digitaal platform te maken, aangevuld met speciale papieren edities per jaar. Uiteindelijk hield in 2021 ook de online aanwezigheid op te bestaan, waarmee het merk definitief verdween.

Niet alleen de Hitkrant, maar ook het legendarische Belgische tiener- en muziekblad Joepie — dat tevens fungeerde als het moederbedrijf van de Hitkrant — onderging een vergelijkbare digitale transformatie.

Joepie stopte al in 2015 met de reguliere verkoop in de dagbladhandels. Na een periode waarin het tijdschrift nog tijdelijk als maandblad werd uitgebracht, koos het merk eind 2015 voor een volledige digitale doorstart.

De zelfstandige website Joepie.be was in april 2015 al stopgezet en getransformeerd tot een digitale subsite binnen HLN.

Toen eind 2015 ook het fysieke maandblad definitief werd opgedoekt, koos uitgever De Persgroep (het huidige DPG Media) vanaf januari 2016 voor een volledige digital-first-aanpak.

Deze Joepie-sectie op HLN werd vervolgens in de loop van 2017 geruisloos uitgedoofd, waarna de inhoud en artikelen voor die specifieke jongerendoelgroep vanaf dat moment volledig opgingen in de algemene showbizz- en lifestyleredactie van de krant.