In 1987 dacht slechts 9 procent van de West-Duitsers dat de hereniging van de beide Duitslanden tijdens zijn of haar leven zou plaatsvinden.
Op 7 oktober 1989 vierde Erich Honecker in het Berlijnse Palast der Republik met zijn bondgenoten het veertigjarig bestaan van de DDR.
Twee dagen later demonstreerden in Leipzig meer dan zeventigduizend mensen tegen het regime.
Twee weken later verdween Honecker uit de politiek en ruim een maand later viel de Berlijnse Muur.
Verleden jaar kregen we info hoe het Westen dacht over deze situatie.
Daaruit blijkt dat premier Thatcher zich heftig verzette tegen een samengaan van de bondsrepubliek en de DDR.
Ook Nederland die toen Ruud Lubbers als eerste minister had, was geen voorstander van één Duitsland. Frankrijk van Mitterand was ook in het begin niet echt te vinden voor één Duitsland.
In een telefoongesprek met president Bush op 3 december 1989 om half negen ’s avonds zei Kohl dat premier Lubbers op de lijn van Thatcher zat.
Maar anders dan voor de houding van de Britse premier toonde hij begrip voor de opstelling van de Nederlandse minister-president.
Volgens de bondskanselier was de houding van Den Haag terug te voeren tot de ervaringen in de Tweede Wereldoorlog.
Nederland was toen zeer slecht behandeld door de nazi’s.De Nederlanders hadden dit vooral daarom zo pijnlijk gevonden omdat ze tot 1933 zeer vriendelijk jegens Duitsland geweest waren.
De bondskanselier wijst op de asielverlening aan keizer Wilhelm II (in 1918, aan het eind van de Eerste Wereldoorlog).
Ribbentrop (de minister van buitenlandse zaken) heeft op de dag voor de inval van de Duitse troepen in Nederland nog verzekerd dat er geen invasie ophanden was. Nederland heeft dit nooit vergeten.
In ons land was de toestand in zoverre anders dat het land tot het einde van de oorlog door een militaire bevelhebber werd bestuurd.
In Nederland was echter een burgerregering ingezet, die uit de ergste Weense nazi’s bestond.
Enkele dagen na het telefoongesprek met Bush werden op de Europese top in de Franse stad Straatsburg, het tien punten-plan van Kohl besproken.
Spanje en Frankrijk hadden volgens Kohl over het algemeen positief gereageerd.
Ook België, Luxemburg, Zwitserland en Oostenrijk lieten weten geen problemen te hebben met één Duitsland. Frankrijk veranderde van kamp, omdat Kohl bereid was de sterke D-Mark op termijn op te geven voor een gemeenschappelijke munt, de euro.
Na onderhandelingen met Frankrijk, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie kreeg Duitsland door de ondertekening van het twee-plus-vier-verdrag op 12 september 1990 in Moskou zijn volledige soevereiniteit terug.(Diverse bronnen, Trouw, Duitsland Instituut, De Post van 17 november 1989 en Wikipedia)








