60 jaar geleden, te gast op de filmset van de film The Alamo met in de hoofdrol John Wayne.

Ook zijn dochter Aissa Wayne kreeg een rol in de film

60 jaar geleden, te gast op de filmset van de film The Alamo met in de hoofdrol John Wayne.
60 jaar geleden, te gast op de filmset van de film The Alamo met in de hoofdrol John Wayne.
60 jaar geleden, te gast op de filmset van de film The Alamo met in de hoofdrol John Wayne.
60 jaar geleden, te gast op de filmset van de film The Alamo met in de hoofdrol John Wayne.
60 jaar geleden, te gast op de filmset van de film The Alamo met in de hoofdrol John Wayne.

Vandaag is het precies vijf jaar geleden, dat de Italiaanse actrice Laura Antonelli is overleden.

Geboren als Laura Antonaz in het toen nog Italiaanse Pola (nu Kroatië), vluchtte haar familie op het einde van WO II uit het communistische Joegoslavië-in-wording naar Napels.

Met een diploma lichamelijke opvoedster verhuisde ze begin jaren 60 naar Rome waar ze omwille van haar natuurlijke schoonheid werd opgemerkt door uitgevers van de in die jaren erg populaire fotoromans en door de opkomende televisie.

Haar debuut halfweg de jaren 60 waren kleine rolletjes in films met pikante titels zoals ‘Il Magnifico cornuto’ (1964, Antonio Pietrangeli), ‘Le sedicenne’ (1965, Luigi Petrini)…

Het waren de jaren van de ‘commedia all’italiana’ die het gedrag, de zeden en de hypocrisie errond op de korrel nam, van het asociaal gedrag verpakt als “furbizia”/sluwheid (‘I mostri’, 1963, Dino Risi), over de invloed van de Kerk (‘Divorzio all’italiana’, 1961, Pietro Germi) tot de seksualiteit.Een combinatie ervan is ‘Scusi, lei è favorevole o contrario?’ (1966, Alberto Sordi) i.v.m. de echtscheiding waarin Laura Antonelli een van de concubines is van het hoofdpersonage.

Het zijn ook de jaren van de ’68-revolte en van de seksuele vrijheid. Een eerste hoofdrol kreeg Laura Antonelli in de Duits-Italiaanse ‘Venus im Pelz/Venere in peliccia’ (1969, Massimo Dalamano), een softe sadomaso-plot, maar genoeg om in Italië (en bij ons) pas in 1974 in geknipte versie te worden uitgebracht.

Volgden enkele tweedeplansrollen in intriges zonder pretentie zoals ‘Les amants de l’an II’ (1971, Jean-Paul Rappeneau) met Jean-Paul Belmondo, ook haar tegenspeler in ‘Docteur Popaul’,1972 van Claude Chabrol

Met Jean-Paul Belmondo had ze daarna een zeven jaar lange tumultueuze liefdesrelatie.

In 1971 wordt de actrice in Italië een sekssymbool dankzij haar naakte borsten in de Arena van Verona in ‘Il merlo maschio’ (Pasquale Festa Campanile).

Goed voor een casting in een gedurfde verleidings- en bedscène in de grimmige commedia ‘All’onorevole piacciono le donne’ (1972, Lucio Fulci) die de draak steekt met de Italiaanse politiek, de Kerk, de maffia – een kassucces ondanks de censuuringrepen om politieke redenen.

Zonder zich echt bloot te moeten geven werd Laura Antonelli ook voor filmauteurs een commerciële troef, geëngageerd voor Molière-verfilmingen van Tonino Cervi (‘Il malato immaginario’, 1979; ‘L’avaro’, 1990), door Luchino Viconti (‘L’innocente’, 1976), Ettore Scola (‘Passione d’amore’, 1981) en Mauro Bolognini (‘La Venexiana’, 1986)…

Het was haar leeftijd die Laura Antonelli in de tweede helft van de jaren 80 naar meer discrete rollen voor film en televisie dwong.

Een poging om haar opnieuw de hoofdrolspeelster te maken van ‘Malizia 2000’ (1991, S. Samperi) werd een tweevoudige ondergang; de film flopte, en de plastische chirurgie voor de rol werd haar noodlottig.

Tegelijkertijd werd ze veroordeeld voor een drugsdeal.

Daarop trok de diepgelovige actrice zich uit de openbaarheid terug. Na negen jaar kreeg ze eindelijk de vrijspraak voor de drugsaanklacht en ontving ze een schadevergoeding van ruim honderdduizend euro.

Op 22 juni 2015 werd ze dood aangetroffen in haar villa in Ladispoli waarin ze de laatste jaren teruggetrokken leefde.

Antonelli is 73 jaar geworden.(Diverse bronnen, Marcel Meeuws en Wikipedia)

Laura Antonelli

40 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse acteur Raf Vallone in zijn woning Westwood (Los Angeles)

40 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse acteur Raf Vallone in zijn woning Westwood (Los Angeles)
40 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse acteur Raf Vallone in zijn woning Westwood (Los Angeles)
40 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse acteur Raf Vallone in zijn woning Westwood (Los Angeles)
40 jaar geleden, te gast bij de Italiaanse acteur Raf Vallone in zijn woning Westwood (Los Angeles)

Vandaag 35 jaar geleden, vliegtuigkaping in Athene met onder ander zanger Demis Roussos als passagier.

In Athene vertrekt TWA-vlucht 847 van Athene naar Londen.

Binnen een paar minuten verandert een gewone vlucht in een nachtmerrie, als twee kapers de controle over het vliegtuig overnemen.


Een derde terrorist, Ali Atwa, moet noodgedwongen in Athene achterblijven, omdat het toestel vol was.


Aan boord zijn 153 passagiers, waaronder de Griekse zanger Demis Roussos.


Het vliegtuig werd aan de grond gehouden door de twee kapers die lid waren van de Hezbollah.

De gijzelnemers eisten de vrijlating van 776 in Israël gevangen gehouden sjiieten.

Demis Roussos en 7 andere Grieken werden na onderhandeling door de Griekse regering na vijf dagen van gijzeling vrijgelaten.


Het vliegtuig werd dagenlang gebruikt om te reizen tussen Beiroet en Algiers en een van de passagiers, een US Marine-duiker, werd gedood tijdens een stop in Beiroet.

De passagiers en bemanning werden stukje bij beetje vrijgelaten tijdens wekenlange intense onderhandelingen.

Zeven Amerikaanse passagiers met kennelijk joods klinkende namen werden van het vliegtuig gehaald en in Beiroet gevangen gehouden door Hezbollah.

Negenendertig Amerikanen werden drie weken lang gegijzeld.


Op 30 juni 1985 werden de Amerikaanse gijzelaars uiteindelijk vrijgelaten.

De gijzelnemers ontsnapten of volgens sommige bronnen was dit één van de voorwaarden om de Amerikaanse gijzelaars vrij te laten.


Ze werden bij verstek in de VS aangeklaagd voor hun rol in de kaping.
Een van de drie was Mughniyeh, voormalig hoofd veiligheid van Hezbollah.

34 jaar na de kaping, arresteerde de Griekse autoriteiten één van de kapers.

Naar verluidt reisde de man per cruiseschip naar Mykonos en stond hij op het punt om terug te keren naar Turkije toen zijn naam werd ontdekt door de autoriteiten.

Er rijzen vragen bij het feit of een internationaal gezochte terrorist onder zijn eigen naam zou reizen.

Er werden twee films gemaakt naar aanleiding van deze gebeurtenis The Taking of Flight 847: The Uli Derickson Story die het verhaal vertelt van de stewardess Uli Derickson (Lindsay Wagner) en de film the Delta Force met Chuck Norris die losjes gebaseerd was op de kaping van het vliegtuig.

60 jaar geleden, Parijs maakt kennis met de toen zeventienjarige Franse actrice Françoise Dorléac in het toneelstuk Gigi.

Ze is de één jaar oudere zus van de actrice Catherine Deneuve.

Hun ouders, Maurice Dorléac en Renée Simonot, waren eveneens acteurs.

Françoise Dorléac debuteerde in 1960 op de planken én op het grote scherm.

In het theater speelde ze een eerste titelrol in Gigi, een stuk waarvoor scenariste Anita Loos inspiratie gevonden had in de gelijknamige roman van Colette.

Haar filmdebuut, het drama Les Loups dans la bergerie, liep ongeveer gelijktijdig in de zalen.

Ze was een tijdje verloofd met Jean-Pierre Cassel.

In 1962 deelde ze twee keer de affiche met hem in de komedies Arsène Lupin contre Arsène Lupin en La Gamberge.

Daarna was ze even de partner van François Truffaut.

Ze was ook mannequin voor Christian Dior.

In 1964 werd ze een echte vedette dankzij de vrouwelijke hoofdrol in de avonturenfilm L’Homme de Rio, waar ze Jean-Paul Belmondo als tegenspeler had.

De film kende ongelooflijk veel succes en andere belangrijke rollen volgden.

In de François Truffaut-film La Peau douce vertolkte ze de minnares van Jean Desailly en in de Polański-thriller Cul-de-sac werd ze samen met haar oudere echtgenoot Donald Pleasence bedreigd door twee gewonde misdadigers op de vlucht.

Ze verscheen drie keer aan de zijde van Catherine Deneuve, onder meer in de muziekfilm Les Demoiselles de Rochefort (1967), haar voorlaatste en bekendste film.

Dorléac kwam op 25-jarige leeftijd om het leven toen ze in een gehuurde Renault 10 op hoge snelheid en bij hevige regen de afslag naar de luchthaven van Nice miste.

Ze verloor de macht over het stuur en sloeg meermalen over de kop.

In Nice had ze het vliegtuig naar Londen willen nemen voor de vertoning van de Engelse versie van Les Demoiselles de Rochefort.

Ze is begraven in Seine-Port.(Diverse bronnen, Wikipedia en foto’s april 1960)

60 jaar geleden, Parijs maakt kennis met de toen zeventienjarige Franse actrice Françoise Dorléac in het toneelstuk Gigi
60 jaar geleden, Parijs maakt kennis met de toen zeventienjarige Franse actrice Françoise Dorléac in het toneelstuk Gigi
60 jaar geleden, Parijs maakt kennis met de toen zeventienjarige Franse actrice Françoise Dorléac in het toneelstuk Gigi

De Franse acteur, filmregisseur, scenarist en schrijver Jean-Claude Brialy.

Jean-Claude Brialy werd geboren in Aumale, een stad in Algerije.

Zijn vader was een hoge legerofficier die daar op het ogenblik van zijn geboorte was gekazerneerd.

In Algerije werd zijn vader verscheidene keren overgeplaatst.

In 1943 kwam de familie terecht in Frankrijk, eerst in Marseille en daarna in Angers.

Hij en zijn broer Jacques kregen een zeer strenge opvoeding.

Hij voelde zich enkel gelukkig als hij zijn vakanties mocht doorbrengen bij zijn grootouders die dicht bij Angers woonden en als hij zijn fantasie de vrije loop kon geven.

Zijn vader werd echter opnieuw overgeplaatst, naar Duitsland.

Daarna vestigde de familie zich uiteindelijk in Straatsburg. Ondertussen was Brialy bezeten geraakt door de wereld van het spektakel en door de film.

Daarom haalde hij slechts na veel moeite zijn ‘baccalauréat’.

Hij volgde toneellessen wat niet naar de zin was van zijn vader die droomde van een militaire carrière voor zijn zoon.

Hij kreeg de eerste prijs voor toneel aan het conservatorium en hij werd als acteur geëngageerd aan het ‘centre d’art dramatique de l’Est’.

Tijdens zijn legerdienst werkte hij op de afdeling programmatie van de filmdienst. Dit liet hem toe verder de wereld van de film te verkennen.

Eind 1954 trok hij naar Parijs waar hij leefde van allerlei klusjes vermits zijn ouders weigerden hem geld toe te stoppen.

Hij kwam er in contact met de redactieleden van Cahiers du cinéma.

Zo kreeg hij de kans te spelen in de korte film Le Coup du berger van Jacques Rivette.

Hij deed regie-ervaring op bij Jean Renoir als stagiair regieassistent voor French Cancan.

Hij bemachtigde rollen in enkele andere korte films van onder meer Godard, Truffaut en Rohmer, allen toekomstige voormannen van de opkomende Nouvelle Vague, en in langspeelfilms zoals Un amour de poche (Pierre Kast, 1957) en Le Triporteur (Jack Pinoteau, 1957).

Zijn vertolkingen in de komedie L’Ami de la famille (Jack Pinoteau, 1957) en in het drama Christine (Pierre Gaspard-Huit, 1958) waren zijn eerste belangrijke rollen in films die ook uitgroeiden tot een commercieel succes.

Het waren echter vooral Le Beau Serge en Les Cousins (Claude Chabrol, 1958) die hem (en de Nouvelle Vague) bekend maakten.

Zijn naambekendheid werd zo groot dat hij tussen 1957 en 1987, zijn topperiode, in ongeveer honderddertig films speelde.

In de eerste plaats bleef hij samenwerken met de Nouvelle Vaguecineasten: met Chabrol in de tragikomedie Les Godelureaux (1961) en in de misdaadfilm Inspecteur Lavardin (1985), met Godard in de komedie Une femme est une femme (1961), met Truffaut in het drama La mariée était en noir (1968), met Rohmer in de zedenstudie Le Genou de Claire (1970) of met Agnès Varda in de tragikomedie Cléo de 5 à 7 (1962).

Hij was daarnaast te zien in verscheidene films van meer lichtvoetige regisseurs als Edouard Molinaro, Roger Vadim, Philippe de Broca en Claude Lelouch.

Bij André Téchiné en Claude Miller bewees hij dan weer meermaals dat hij niet enkel in staat was elegante en leuke rollen te vertolken maar dat hij ook serieuze en duistere rollen aankon.

Zo verwachtte het publiek hem bijvoorbeeld niet meteen als de ernstige procureur in het historisch drama Le Juge et l’Assassin (Bertrand Tavernier, 1976) maar zijn prestatie leverde hem wel een Césarnominatie op.

Hetzelfde gold voor zijn vertolking van de alcoholverslaafde en biseksuele dirigent die het niet meer ziet zitten in het drama Les Innocents (1987) van Téchiné.

Voor die prestatie werd Brialy wel beloond met een César.

Van meet af aan werd hij ook gevraagd door buitenlandse cineasten (voornamelijk Italianen, onder meer Mauro Bolognini en Alberto Lattuada).

Later deden ook Luis Buñuel, Ettore Scola, Costa-Gavras en Roberto Benigni een beroep op hem.

In de jaren negentig kreeg hij het wat moeilijker om geschikte rollen te vinden.

Zijn geraffineerde acteerstijl kwam het best tot zijn recht in de historische films La reine Margot (Patrice Chéreau, 1994) en Beaumarchais, l’insolent (Edouard Molinaro, 1995). Vermeldenswaardig in de jaren 2000 was vooral zijn rol in de komedie C’est le bouquet! (Jeanne Labrune, 2001).

De innemende Brialy was de vriend van heel wat collega’s uit de filmwereld en van talrijke kunstenaars.

Hij was een algemeen erkend en heel populair figuur.

In Parijs was hij de eigenaar van een door de beau monde uit binnen- en buitenland gefrequenteerd nachtrestaurant.

Hij woonde in Parijs ook heel trouw de begrafenisplechtigheden bij van heel wat beroemdheden.

Dit leverde hem de bijnaam ‘la Mère Lachaise’ op.

In 2007 overleed Jean-Claude Brialy in Monthyon op 74-jarige leeftijd aan kanker.

Hij ligt begraven op het cimetière de Montmartre. (Diverse bronnen en Wikipedia)

Claude Brialy (juni 1960)
Claude Brialy (juni 1980)
De Franse acteur, filmregisseur, scenarist en schrijver Jean-Claude Brialy.
Serge Gainsbourg & Jean-Claude Brialy