
60 jaar geleden, de Nederlandse zanger Frans van Schaik (Piccolo mei 1962)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Hij was oorspronkelijk bedrijfsleider van een fabriek in knippatronen.
In de jaren dertig begon hij een zangcarrière onder de artiestennaam Ted Jenkins.
Aanvankelijk zong hij vooral Franse chansons en cowboyliederen.
In 1940 nam hij de zang voor zijn rekening in het muzikale hoorspel Vrouw aan boord van Anton Beuving en Jan Vogel.
Een van de liederen daarin was Ketelbinkie, wat zijn grootste succes zou worden.
Drie jaar later zette hij het voor het eerst op de plaat, op het orgel begeleid door Cor Steyn.
Door het succes van Ketelbinkie concentreerde Van Schaik zich vooral op zeemansliederen.
Zijn artiestennaam was de zingende zwerver.
Andere populaire liederen van hem waren Het zwerverslied (1946), Geef mij maar een schip (1947), En altijd komen er schepen (1948) en Droomland (1950).
Hij was ook tweemaal in een Nederlandse film te zien: in 1949 in Een koninkrijk voor een huis en in 1955 in Ciske de rat.
Ook trad hij regelmatig op in revues en operettes.
Maar het is het lied over de straatjongen van Rotterdam waardoor de Amsterdammer Van Schaik nog steeds voortleeft. (Diverse bronnen en Wikipedia)
