Een naam die niet alleen herinnert aan een onverbiddelijke winnaar op de fiets, maar ook aan een man wiens leven na de koers even turbulent als boeiend was.
Om zich in 1947 volledig op het wielrennen te storten, zette hij zijn studies stop. Het bleek de juiste gok, want de jongeman uit Berlare groeide uit tot een absolute topper.
Op zijn indrukwekkende palmares prijken de Ronde van Vlaanderen, drie overwinningen in Luik-Bastenaken-Luik en zes ritzeges in de Tour.
Als renner kende De Bruyne geen compassie. “Op de fiets was ik eigenlijk een beest”, liet hij zich ooit ontvallen.
Die mentaliteit werd gekenmerkt door een intense rivaliteit met superkampioen Rik Van Looy.
Legendarisch is de anekdote uit de Ronde van Lombardije: De Bruyne en Van Looy reden samen op kop, maar gunden elkaar de zege zo weinig dat ze een kilometer voor de finish surplace hielden.
Terwijl supporters gewoon naast hen meewandelden, werden ze ingehaald door de rest. Van de 32 renners die finishten, werden zij 31ste en 32ste.
Een zwaar ongeval in 1960 maakte echter noodgedwongen een einde aan zijn actieve carrière.
Na zijn gedwongen afscheid vond De Bruyne een nieuwe roeping als wielerreporter voor de BRT.
Deze tweede carrière verliep echter niet zonder slag of stoot.
Hoewel hij populair was bij de kijkers, kreeg hij bergen kritiek over zijn taalgebruik en worstelde hij met zijn contract.
Jaar na jaar werkte hij met een tijdelijk contract, maar de ultieme erkenning van een vaste benoeming bleef uit.
De reden? Hij miste het vereiste diploma voor het journalistenexamen.
Een uitweg, het beruchte artikel 14 dat een benoeming wegens ‘buitengewone verdiensten’ mogelijk maakte, werd hem niet gegund.
Die uitzondering was naar verluidt vooral voorbehouden aan mensen met de juiste politieke kleur.
De Bruyne, die weigerde een partij te kiezen en weinig steun kreeg van collega’s, viel uit de boot.
Toen de BRT in 1977 besloot te snoeien in het aantal losse medewerkers, zag de sportredactie haar kans om hem opzij te schuiven met argumenten als ‘geen teamspeler’ en ‘zijn Nederlands is te slecht’.
De Bruyne voelde de bui hangen en nam zelf ontslag om een nieuw hoofdstuk te beginnen als ploegleider bij het befaamde Flandria-team.
Die periode werd echter overschaduwd door de ‘affaire met de peer’, waarmee geletruidrager Michel Pollentier de dopingcontrole probeerde te omzeilen.
Het bezorgde De Bruyne een enorme kater. “Alle journalisten verweten Fred dat hij ervan wist. Maar dat was niet zo”, verdedigde zijn vrouw Lydie hem jaren later.
Ontgoocheld verliet hij Flandria, maar hij loodste bij Daf-Trucks nog wel Hennie Kuiper naar de overwinning in de Ronde van Vlaanderen.
In die periode liet hij zich soms bitter uit over het gebrek aan beroepsernst bij de nieuwe generatie.
“Ik was plots een ouwe zak, die niet was meegegroeid met zijn tijd”, stelde hij vast.
Na nog enkele jaren als public-relationsman liet De Bruyne de wielerwereld definitief achter zich.
Hij verhuisde in 1988 met zijn echtgenote naar Seillans, een dorp in de Franse Provence.
Daar wijdde hij zich aan het schrijven van biografieën over wielergrootheden.
Hoewel Fred De Bruyne al in 1994 overleed, is de herinnering aan hem nog springlevend.
Zowel in zijn laatste woonplaats Seillans, waar een plein naar hem is vernoemd, als in zijn geboortestreek Berlare, waar een straat zijn naam draagt.
Een tastbaar bewijs dat de mens en de legende nog lang niet vergeten zijn.




