Vandaag 50 jaar geleden, de Vlaamse Leeuw Jean-Pierre Coopman getemd door Muhammad Ali.

De voorbereiding van Jean-Pierre Coopman op zijn legendarische kamp tegen Muhammad Ali verliep onder loodzware druk.

De media gaven de Belgische bokser vrijwel geen kans. Een journalist spotte zelfs dat Coopman de naam van zijn sponsor, Flandria, beter op zijn schoenzolen kon laten zetten in plaats van op zijn broek, omdat die zolen vaker in beeld zouden komen tijdens zijn val.

Terwijl hij in eigen land bekendstond als De Leeuw van Vlaanderen, noemde Ali hem smalend “a sweet little pussycat”.

De sfeer werd grimmiger toen er in de Amerikaanse media een vals gerucht verspreid werd dat Coopman een racist zou zijn.

Ali reageerde hierop met extra agressie, maar Coopman wist de spanning te breken door de bokslegende bij hun eerste ontmoeting spontaan te omhelzen.

Later bleek dat de organisatie zelf achter de roddels zat om de match te promoten.

Ondanks het gebaar bleef Ali verbaal uithalen; hij waarschuwde tv-zenders dat ze hun reclamespots niet zouden kunnen uitzenden, omdat de wedstrijd simpelweg te kort zou duren.

Op 20 februari 1976 stonden de twee tegenover elkaar in het San Clemente-stadion in Puerto Rico.

Na bijna vijftien minuten boksen viel de beslissing in de vijfde ronde.

Na een reeks harde slagen op het hoofd ging Coopman neer.

Hij besloot op te geven om blijvende fysieke schade te voorkomen.

Na afloop toonde Ali zich respectvol en noemde hij zijn tegenstander een gentleman.

Coopman hield 4 miljoen frank over aan de match, een bedrag dat hij investeerde in het café De Beurze in Roeselare.

Door wanbeheer ging de zaak echter failliet.

Zijn sportieve carrière kende nadien nog diverse hoogte- en dieptepunten.

Zo werd hij Europees kampioen tegen de Bask Jose Manuel Urtain, maar na een nederlaag tegen Cookie Wallace en een verliespartij tegen Rudy Gauwe in 1980 stopte hij definitief met boksen.

Ook buiten de ring bleef Coopman een kleurrijk figuur.

In 1995 maakte hij een filmuitstapje door tegen Freddy De Kerpel te boksen in Camping Cosmos.

In 2005 dook zijn naam op in de verkiezing van De Grootste Belg, waar hij op plek 509 strandde.

Vandaag de dag heeft de voormalige bokser de handschoenen verruild voor het penseel; hij legt zich toe op het maken van olieverfschilderijen van beroemde collega-boksers.

.

Vandaag is het ook al 30 jaar geleden dat Guido Claus van de Hotsy Totsy is overleden.

Toeval kan soms vreemd zijn, toen Guido gestorven was bracht Motte, Hugo Claus, Hugo Van den Berghe en andere vrienden een bezoek aan het foyer van het Ntg 2 (Minnemeers) waar ik toen werkte als foyerverantwoordelijke.

Toen nooit gedacht dat ik de opvolger zou worden van Guido en Motte zou samen werken met mij.

Guido is vooral bekend als uitbater van de ‘Hotsy Totsy Jazz Club’ in Gent.

Het verhaal van de Hotsy Totsy start in 1973, het jaar waarin zijn jongste broer Johan Claus (1938-2009) het pand, op dat moment een winkel van Duizend Vuren, gelegen op de hoek van de Hoogstraat met de Oude Houtlei, inricht en decoreert met voor ogen de gelijknamige ‘Hotsy Totsy Club’ van Al Capone uit het Chicago van de jaren dertig.

In datzelfde jaar nog laat hij de exploitatie over aan broer Guido die er zijn levenswerk van maakt.

Het unieke interieur, de gezelligheid en de persoonlijkheden van Guido en levensgezellin Motte geven het artiestencafé een renommé tot ver buiten de grenzen.

Ook broer Hugo Claus en vele anderen, zijn er graag geziene gasten, die er geregeld een kaartje komen leggen.

Van Hugo Claus hangt buiten aan de zijmuur van de Oude Houtlei trouwens een lofgedicht op Guido Claus en op de ‘Hotsy Totsy’, genaamd ‘

Achter deze gevel hier’.De ‘Hotsy Totsy’ is als authentiek Gentse artiestencafé ruim 30 jaar een begrip in Gent en is nog steeds een pleisterplaats voor iedereen die geïnteresseerd is in kunst en cultuur.

Op 17 maart 1983, stelde Hugo Claus in de club zijn lang verbeide magnum opus Het verdriet van België voor aan pers en publiek, maar ook Miek & Roel stelden er ooit één van hun elpees voor. Laura Gemser, vooral bekend als “Black Emmanuelle”, bracht er een bezoek, net op het moment dat de blanke Emmanuelle (Sylvia Kristel dus) er ook was, samen met haar toenmalige minnaar Hugo Claus.

Van 1986 tot 1991 vormde Guido Claus met Jan Albert De Bruyne (alias ‘Prof. Arnoldus Goedbier’) het muzikaal straattheater-duo ‘Twee Wezen’, speelde hij in de toneelbewerking van “Lijmen & Het been” (naar Willem Elsschot) in het NTG (september 1986) en vertolkte tevens een tiental rolletjes in films, onder meer in: ‘De Loteling’ (1973), ‘Vrijdag’ (1981) en ‘Hector’ (1987).

Vandaag op 9 november 1991 overleed Guido Claus plotseling.

Motte heeft daarna nog met Patrick De Grave als de nieuwe patron de zaak gerund en met succes, tot ze ging werken voor de mensen van de Geus van Gent.

Patrick De Grave heeft de zaak verder geleid tot 2007 en sindsdien laat hij de zaak runnen door Lara Haeck.(Diverse bronnen, Ronny De Schepper en Wikipedia)

Vandaag is het ook al 30 jaar geleden dat Guido Claus van de Hotsy Totsy is overleden.
Vandaag is het ook al 30 jaar geleden dat Guido Claus van de Hotsy Totsy is overleden.
Motte Claus in de Hotsy Totsy
Johan, Guido en Hugo Claus
Fred Braeckman, Johan Anthierens en Guido Claus in de Hotsy Totsy (1983)
Guido Claus en Freddy De Kerpel (foto Willy dé)
Patrick De Graeve
Motte, zakenpartner en vriend Philip Bossuyt en mezelf
Patrick De Graeve
Hotsy Totsy Gent