Maggie Pierce: van MGM-actrice en Hollywood-persoonlijkheid tot mevrouw Minskoff op Broadway.

Margaret P. L. Pierce werd geboren op 24 oktober 1931 in Detroit, Michigan.

Nadat ze in haar jeugd haar moeder en broer verloor, koos ze aanvankelijk voor een opleiding tot verpleegkundige aan de New York University School of Nursing.

Daarnaast was ze actief als fotomodel, wat uiteindelijk de deur opende naar een carrière in de entertainmentindustrie.

Pierce was een impulsieve, openhartige persoonlijkheid die ervan genoot om interviews te geven.

De achtergrondverhalen die ze in de pers deelde, veranderden echter door de jaren heen, wat voor de nodige verwarring zorgde over haar exacte opleiding, de duur van haar werk als verpleegkundige of model, en de manier waarop haar grote doorbraak in de showbizz tot stand kwam.

Ze hield er een opvallende levensstijl op na: ze at slechts één maaltijd per dag, zwom dagelijks tweehonderd meter en stak af en toe een sigaret op, naar eigen zeggen puur om vervelende mensen te verjagen.

Ze was daarnaast dol op sport. In haar middelbareschooltijd speelde ze voetbal en als volwassene was ze catcher in een softbalteam dat volledig bestond uit vrouwen uit de Hollywood-industrie.

Na het volgen van acteerlessen werd ze in 1959 gecontracteerd door de bekende filmstudio Metro-Goldwyn-Mayer.

Tijdens haar periode bij MGM verscheen ze regelmatig in de rubrieken van bekende roddeljournalisten zoals Hedda Hopper en Louella Parsons.

Zij schreven uitgebreid over haar liefdesleven, waaronder een verbroken verloving met zakenman Bob Neal en een nooit officieel bevestigde verloving met David Lange, de jongere broer van actrice Hope Lange.

In haar beginjaren bij MGM speelde ze bijrollen in verschillende speelfilms, waaronder de romantische komedie ‘Where the Boys Are’ uit 1960 en het drama ‘Go Naked in the World’ uit 1961, waarin ze naast grote namen als Gina Lollobrigida en Ernest Borgnine verschijnt.

Hoewel ze in films vaak in bescheiden rollen te zien was, bouwde ze al snel een veelzijdige televisiecarrière op.

Zo was ze te zien in bekende series uit de jaren zestig, zoals ‘Wagon Train’, ‘Alfred Hitchcock Presents’, ‘The Fugitive’ en ‘The Man from U.N.C.L.E.’

Tevens speelde ze mee in de horroranthologie ‘Tales of Terror’ uit 1962 en de muzikale film ‘The Fastest Guitar Alive’ uit 1967.

Haar bekendste televisierol kreeg ze in het seizoen 1965-1966, toen ze de rol van Barbara Porter vertolkte in de komedieserie ‘My Mother the Car’, waarin ze de echtgenote speelde van het personage van Jerry Van Dyke.

Rond 1966 kreeg ze een relatie met vastgoedtycoon Jerome “Jerry” Minskoff, die vijftien jaar ouder was en op dat moment getrouwd was en drie kinderen had.

Sommige bronnen vermelden dat ze na zijn echtscheiding in 1966 in Las Vegas trouwden, maar de enige officiële huwelijksakte in de openbare registers stamt uit New York City in 1971.

Vanaf dat moment verschoof haar aandacht geleidelijk van acteren naar de theaterwereld achter de schermen.

Haar echtgenoot produceerde Broadwaystukken in het theater dat door zijn familie was geopend.

Hij werd zeven keer genomineerd voor een Tony Award en won er een in 1986 voor de herneming van Sweet Charity.

Onder de naam Maggie Minskoff was ze onder meer werkzaam als productiecoördinator voor Broadwayvoorstellingen, waaronder de succesvolle musical Irene met Debbie Reynolds.

Ook was ze gedurende langere tijd betrokken bij het beheer van het beroemde Minskoff Theatre in New York.

Het echtpaar verdeelde hun tijd tussen hun woningen in Manhattan en Londen, tot aan het overlijden van Minskoff in augustus 1994.

Jerome Minskoff speelde een sleutelrol in de familieonderneming, die werd geleid door een van de oudste bouworganisaties van New York.

Als partner bij de historische onderneming die in 1908 werd opgericht door zijn grootvader Samuel, had hij de leiding over het beheer en de verhuur van het volledige Minskoff-vastgoed.

Na zijn studie rechten was hij later dan zijn broers toegetreden tot het familiebedrijf, waar hij zich ontwikkelde tot een van de bepalende krachten.

Vanuit zijn traditioneel ingerichte kantoor, pal naast dat van zijn oudste broer Henry, stuurde hij de zakelijke exploitatie aan.

Binnen het hechte familiebedrijf, waar de taken duidelijk verdeeld waren tussen het bouwmanagement van zijn broer Myron en het algemene bestuur van Henry, vormde Jerry de strategische pijler achter het commerciële succes.

In 1981 maakte de familie zich op voor nieuwe projecten in de metropoolregio, waarbij Jerry zich ook voorbereidde op de komst van zijn zoon Steven, die in juni als nieuwe generatie het bedrijf versterkte.

Samen met zijn familie en enkele andere grote bouwfamilies behoorde Jerry tot de belangrijkste ontwikkelaars van speculatieve kantoorpanden in de stad.

Na een zware periode keek hij in 1981 met een goed gevoel terug op het herstel van hun portefeuille.

Toen hoofdhuurder W. T. Grant in 1975 failliet ging, kwam er op het dieptepunt van de markt maar liefst 400.000 vierkante voet aan kantoorruimte leeg te staan in hun vlaggenschip 1 Astor Plaza.

Jerry wist het gebouw in de jaren daarna echter weer volledig te verhuren.

Hoewel hij vastberaden was om te blijven bouwen, benadrukte hij hoe selectief ontwikkelaars moesten zijn en hoe lastig speculatieve bouw in die tijd was geworden.

Jerry stond ook bekend om zijn uitgesproken visie op de stadsontwikkeling van New York.

Hij sprak zich kritisch uit over de voorgestelde herziening van de zone-indeling voor midtown Manhattan om de West Side te ontwikkelen en bleef realistisch over de economische haalbaarheid en de logistiek van de stad.

Toch speelde zijn bedrijf een pioniersrol toen het in 1966 het Astor Hotel aan Broadway verwierf.

Onder de nieuwe theaterwetgeving realiseerden ze daar een multifunctionele toren met kantoorruimtes, winkels en twee theaters, waaronder het bekende Minskoff Theatre.

Ondanks de complexe financiering en een uitdagende timing wist Jerry het project naar een goed einde te brengen door sterk relatiebeheer met grote geldschieters.

Hij onderhield uitstekende banden met de concurrentie, geloofde sterk in de kameradschap binnen het vak en bleef, geheel in lijn met de familietraditie, onverminderd optimistisch over de verdere expansie van hun vastgoedimperium.

Het oorspronkelijke familiebedrijf Samuel Minskoff & Sons, zoals Jerry en zijn broers dat in de twintigste eeuw leidden, bestaat in die klassieke vorm inmiddels niet meer.

Wel is de naam Minskoff nog altijd een van de meest vooraanstaande spelers in de New Yorkse vastgoedwereld gebleven, voornamelijk via Edward J. Minskoff Equities (EJME).

Edward J. Minskoff, de zoon van Henry en het neefje van Jerry, richtte deze opvolger in 1987 op.

Het bedrijf bezit, ontwikkelt en beheert miljoenen vierkante meters aan hoogwaardig vastgoed, waaronder beeldbepalende kantoortorens zoals 51 Astor Place en 1166 Avenue of the Americas in Manhattan.

Net als veel andere grote vastgoedontwikkelaars in New York heeft de onderneming recent te maken gekregen met een veranderende kantorenmarkt.

Hoewel EJME succesvol grote nieuwe huurders weet aan te trekken voor hun panden in Manhattan en nieuwe ontwerpen ontwikkelt, zorgen de gestegen rentevoeten en de veranderde vraag naar kantoorruimte af en toe voor financiële uitdagingen bij specifieke herfinancieringen en buitenstedelijke projecten.

Desondanks behoort de organisatie nog altijd tot de gevestigde orde van institutionele vastgoedontwikkelaars in de Verenigde Staten.

Na het overlijden van haar echtgenoot verhuisde Pierce uiteindelijk naar Las Vegas, Nevada. Maggie Pierce overleed op 5 april 2010 op 78-jarige leeftijd in Danbury, Connecticut (achterkant cover van het tijdschrift Piccolo, zomer 1961)

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het ook al een jaar geleden dat de actrice Gina Lollobrigida is overleden.

Gina, die eigenlijk Luigina Lollobrigida heet, is geboren op 4 juli 1927.

Haar vader is een meubelmaker en ze woont in een klein dorp in de bergen.

Ze begint al jong met modellenwerk en doet mee aan verschillende schoonheidswedstrijden.

In 1947 schrijft ze zich in voor de Miss Italia-verkiezing, waar ze veel concurrentie heeft van andere toekomstige filmsterren.

Lucia Bosè wint de verkiezing, maar Gina wordt derde en het publiek is dol op haar.

Ze krijgt al snel aanbiedingen om in films te spelen.

Een contract met Howard Hughes in Hollywood gaat niet door, maar ze speelt wel in veel succesvolle romantische komedies, zoals “Miss Italia” (1950).

De media noemen haar “la Lollo” of “de mooiste vrouw ter wereld”, naar een van haar films, “La più bella donna del mondo” uit 1955.

Ze trouwt in 1949 met de Joegoslavische dokter Milko Skofic, die ook haar manager wordt.

Ze krijgen samen een zoon, Andrea Milko Junior.

In 1966 had ze een affaire met de komiek Jerry Lewis, waarna ze in 1968 scheidde van Milko Škofič.

Toch zou het duren tot 1971, de scheiding officieel was.

Gina heeft ook veel bewonderaars, zoals Jerry Lewis, Burt Lancaster, Gary Cooper, Frank Sinatra, prins Rainier van Monaco, Buzz Aldrin en Christiaan Barnard.

Lollobrigida is vooral bekend om haar hoofdrol in de succesvolle film “Pane, amore e fantasia”, een romantische komedie van Luigi Comencini uit 1953.

De film wordt beschouwd als een van de beste Italiaanse films ooit gemaakt. Lollobrigida speelt er een mooie en pittige dorpsmeid die het hart verovert van een carabinieri-officier, gespeeld door Vittorio De Sica.

De actrice maakt ook carrière in Hollywood, waar ze samenwerkt met grote sterren zoals Marcello Mastroianni, Sean Connery en Burt Lancaster.

Ze speelt onder meer in “The hunchback of Notre Dame” (1956), waarin ze de rol van Esmeralda vertolkt naast Anthony Quinn als Quasimodo.

Een andere bekende film is “Beat the devil” (1953), een avontuurlijke komedie van John Huston met Humphrey Bogart en Peter Lorre.

In 1959 speelt ze de koningin van Sheba in “Solomon and Sheba” met Yul Brynner.

Ook in Frankrijk is ze populair, onder meer door haar rol in “Fanfan la Tulipe” (1952), een historische komedie met Gérard Philipe.

Lollobrigida wordt vier keer op rij verkozen tot beste internationale actrice door het Duitse tijdschrift Bambi, van 1956 tot 1959.

Naast acteren hield ze zich begin jaren zeventig bezig met fotojournalistiek.

Ook exposeerde ze een aantal keren met door haar gemaakte beeldhouwwerken.

Het geld dat ze daarmee verdiende, werd geschonken aan goede doelen als Artsen Zonder Grenzen en UNICEF.

In 1985 werd ze door de Franse president François Mitterrand opgenomen in het Legioen van Eer.

In 1999 nam ze zonder succes deel aan de Europese Parlementsverkiezingen 1999.

In 2006 kwam ze in het nieuws door in Barcelona te trouwen met de 34 jaar jongere Javier Rigau y Rafols.

In 2013 deed ze hem een proces aan, claimend dat de trouwceremonie een vorm van oplichting was geweest met een ‘fake’-bruid en dat hij haar later papieren had laten tekenen waarvan ze de inhoud niet begreep.

Haar eisen werden in 2017 afgewezen.

In 2018 kreeg ze voor haar filmcarrière een ster op de Hollywood Walk of Fame.

Het huwelijk met Rigau werd in 2019 ontbonden.

Sindsdien leidde ze een teruggetrokken leven, met haar 60 jaar jongere assistent Andrea Piazzolla aan haar zijde.

In 2021 haalde ze het nieuws doordat haar zoon Milko haar onder financiële curatele wilde laten stellen.

In Italië ontvangt ze verschillende onderscheidingen voor haar acteerwerk. Maar een Oscar wint ze echter nooit.

Ze speelt in totaal in ongeveer 70 films.

Lollobrigida overleed op 16 januari 2023 op 95-jarige leeftijd

Gisteren nog vandaag

Gina Lollobrigida geeft een generatie die niet meer kan dansen het voorbeeld (Piccolo december 1960)

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gina Lollobrigida met haar zoon Miko (augustus 1959)

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gina Lollobrigida in de film Solomon en Sheba (1959)

Gisteren nog vandaag

Vandaag 50 jaar geleden, huwelijk tussen Dokter Christiaan Barnard (47 jaar) met Barbara Zoellner (19 jaar).

Dokter Christiaan Barnard was de eerste die een harttransplantatie deed in 1967.

De operatie werd een succes.

Drieëndertig uur na de operatie sprak de patiënt Washkansky voor het eerst, vier dagen later werd hij op de radio geïnterviewd vanaf zijn ziekenhuisbed.

De man overlijdt uiteindelijk achttien dagen na de operatie aan een longontsteking.

Door de zware medicatie die het afstoten van het nieuwe hart moest tegengaan, kon zijn lichaam niet meer tegen andere infecties vechten.

Barnard werd na zijn baanbrekende operatie en met zijn knappe uiterlijk, aandoenlijke glimlach en oratorische talenten meteen de lieveling van de media.

Die aandacht luidde het begin in van een leven vol “glitter and glamour”, met relaties met verschillende jonge vrouwen.

Hij trouwde drie keer, twee keer met vrouwen die jonger waren dan zijn eigen dochter Deirdre.

De buitenechtelijke affaires begonnen al tijdens zijn eerste huwelijk met de verpleegster Alette.

Ook de Italiaanse filmster Gina Lollobrigida was een van zijn geliefden.

Hij had daarnaast ontmoetingen met bekende vrouwen als Grace van Monaco, Sophia Loren en prinses Diana.(Diverse Bronnen, Belga, Knack en Wikipedia)