Halsema werd geboren in Amsterdam in een katholiek gezin, als zoon van schrijver-tekenaar Arie Halsema en Maria Hermina Schelvis.
Zijn eerste kennismaking met het podium waren zijn optredens in de door zijn vader geschreven revuetjes.
Zijn cabaretdebuut maakte Halsema in 1960, bij het ‘Pauze-Cabaret’ in de City Music Hall in Amsterdam.
Een jaar later ging hij aan de slag bij cabaret ‘Lurelei’.
Aanvankelijk deed hij dit als pianist en componist, maar na verloop van tijd nam hij ook een deel zang en spel voor zijn rekening.
Omdat hij de groep op den duur te commercieel vond worden, verliet hij Lurelei in 1964 en solliciteerde bij het ABC-cabaret van Wim Kan en Corry Vonk.
Aanvankelijk werd hij daar geweigerd, maar na lang aandringen kon hij toch tot het gezelschap toetreden.
Bij het ABC-cabaret leerde hij de fijne kneepjes van het vak en werd hij een veelzijdige cabaretier.
Hij leerde daar de danseres Anke Cordess kennen met wie hij trouwde en een zoon kreeg.
In 1967 verliet hij het cabaretgezelschap en begon hij freelancewerk te doen.
In 1968 vroeg cabaretier Gerard Cox of hij samen met hem iets wilde doen.
Omdat Frans Halsema ook al zoiets aan Adèle Bloemendaal had beloofd, besloten ze gedrieën een programma te maken.
Zo ontstond in 1968 de voorstelling “Met blijdschap geven wij kennis”.
Daarnaast was hij ook te zien in televisieshows waarin hij als zanger, danser en acteur optrad met artiesten uit binnen- en buitenland.
In 1971 verscheen het album Portret van Frans Halsema met o.a. het lied met de titel Dolf van der Linden een ode aan de Nederlandse dirigent Dolf van der Linden.
Van 1971 tot 1973 speelde hij met Jenny Arean twee seizoenen lang in de musical En nu naar bed van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink.
Dankzij deze musical had hij samen met Jenny Arean in 1972 een hit met het nummer Vluchten kan niet meer.
Toen hij met Jenny Arean een kortstondige relatie begon, liep zijn huwelijk op de klippen.
De scheiding met Anke werd op 26 juli 1976 uitgesproken.
Met zijn nieuwe vriendin, de KRO-programmamaakster Ria Groeneveld, verhuisde hij in 1976 naar een boerderijtje in Dreumel in het Land van Maas en Waal.
In 1973 maakte Halsema een tweede programma met Gerard Cox: Wat je zegt ben je zelf.
Het werd een succes, maar Halsema vond het naar eigen zeggen ‘te plat’ en hij brak dan ook met Cox en begon dan met een solocarrière.
Zijn eerste voorstelling was geen succes, maar zijn tweede en derde productie sloegen beter aan.
Toen Halsema gevraagd werd om op het Boekenbal van 1983 op te treden, moest hij hiervan afzien wegens problemen met zijn stembanden.
Wel bereidde hij een nieuw theaterprogramma voor, The show must go on, dat in april 1984 in première zou moeten gaan.
Begin 1984 liet hij zich voor keelkanker opnemen in het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis in Amsterdam.
Op 24 februari 1984 overleed hij op 44-jarige leeftijd.
Halsema ligt begraven op de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied. (diverse bronnen en Wikipedia)
