Dit optreden vormde een bijzonder hoogtepunt in het leven van een vrouw met een evenzo opmerkelijke achtergrond.
Ze kwam ter wereld in Gisborne op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland als Claire Mary Teresa Rawstron.
Haar biologische vader, Tiake Wawatai, was een Maori en was destijds getrouwd met Henerata Te Huia Kohere.
Haar biologische moeder, Noeleen Rawstron, was van Europese afkomst.
Omdat er verder weinig bekend is over haar natuurlijke ouders, nam haar leven al na vijf weken een beslissende wending toen ze werd geadopteerd door Atama Te Kanawa, eveneens een Maori, en Hellena Janet Leece, die net als Kiri’s biologische moeder Europese wortels had.
Haar adoptieouders gaven haar de naam Kiri, wat in het Maori toepasselijk klok betekent.
Haar onderwijs en muzikale basis ontving ze aan het Saint Mary’s College in Auckland.
De grote doorbraak in haar thuisland kwam in 1965, toen ze de prestigieuze Mobil Song Quest won.
In deze bijzondere competitie nam ze het op tegen zangers uit allerlei genres, van pop en jazz tot klassiek.
De hoofdprijs was een beurs om in Londen te studeren, wat de deuren naar een internationale carrière opende.
Een jaar later kon ze zonder auditie beginnen aan het London Opera Centre, waar ze zangles kreeg van James Robertson.
Haar podiumcarrière begon met de rol van de Tweede Dame in Mozarts Die Zauberflöte, maar na enkele andere rollen was het haar vertolking van Idamante in Idomeneo die echt indruk maakte.
Het leverde haar een felbegeerd driejarig contract op bij het Royal Opera House in Covent Garden, waarmee haar naam definitief gevestigd was.
Het internationale succes liet daarna niet lang op zich wachten.
In 1971 maakte ze haar debuut in de Verenigde Staten tijdens een operafestival in New Mexico, waar ze schitterde als de gravin in Le nozze di Figaro.
Ze hernam deze glansrol in Covent Garden en in 1972 bij de San Francisco Opera.
Twee jaar later beleefde ze een zenuwslopend maar triomfantelijk debuut in de Metropolitan Opera in New York, toen ze op het allerlaatste moment de zieke Teresa Stratas moest vervangen als Desdemona in Otello.
In de decennia die volgden speelde ze in opera’s over de hele wereld en liet ze zich ook op het witte doek gelden, bijvoorbeeld als Donna Elvira in de film Don Giovanni van Joseph Losey uit 1979.
Naast de bekende wapenfeiten uit haar carrière zijn er nog talloze boeiende weetjes over haar leven te vertellen.
Zo kreeg zij in 1982, een jaar na het huwelijk van Charles en Diana, de adellijke titel Dame Commander of the Order of the British Empire toegekend voor haar verdiensten in de muziek.
Ook maakte ze met succes uitstapjes buiten de pure opera; ze zong in 1991 het officiële themanummer World in Union voor het wereldkampioenschap rugby en nam in 1984 de rol van Maria op zich in een legendarische studio-opname van de musical West Side Story, gedirigeerd door componist Leonard Bernstein zelf.
Verder richtte ze in 2004 de Kiri Te Kanawa Foundation op om jong vocaal talent uit Nieuw-Zeeland financieel en mentaal te ondersteunen, en staat ze in haar vrije tijd bekend als een zeer fanatiek golfster.
In de latere fase van haar loopbaan bleef ze haar publiek verrassen.
Zo maakte ze in 2013 een opvallend uitstapje naar de televisiewereld met een gastrol in het vierde seizoen van de populaire Britse dramaserie Downton Abbey, waarin ze heel toepasselijk de historische Australische sopraan Nellie Melba speelde.
Haar definitieve afscheid van de operawereld kwam in 2010, toen ze voor het laatst in een rol stond als de Marschallin in Der Rosenkavalier van Richard Strauss bij de Oper Köln.
Hoewel ze toen al een jaar gestopt was, maakte ze in september 2017 officieel bekend dat ze niet langer in het openbaar zou optreden, waarmee een rustig einde kwam aan een van de meest succesvolle zangcarrières van onze tijd.

Let The Bright Seraphim – Prince Charles & Lady Diana’s Wedding, St Pauls 1981


