Weinig wielrenners hebben in zo’n korte tijd zo’n diepe indruk nagelaten als Stan Ockers.

Stan Ockers was in de jaren vijftig een van de meest geliefde wielrenners die Vlaanderen ooit gekend heeft.

Met zijn bijnaam ‘le rusé’, de listige, was hij geliefd om zijn slimme manier van koersen.

Zijn talent was immens: hij eindigde twee keer als tweede in de Ronde van Frankrijk, in 1950 en 1952, en toonde zijn explosiviteit door in 1955 en 1956 de groene trui te winnen.

Het jaar 1955 was zijn absolute meesterwerk.

Hij won de Waalse Pijl, domineerde Luik-Bastenaken-Luik en kroonde zich in het Italiaanse Frascati tot wereldkampioen.

Ockers leek op de top van zijn kunnen, maar op die hoogte sloeg het noodlot genadeloos toe.

Op 29 september 1956 kwam hij zwaar ten val op de piste van het Antwerpse Sportpaleis. Twee dagen later, op 1 oktober, bezweek hij aan zijn verwondingen.

Zijn dood veroorzaakte een schokgolf van nationale rouw in België.

Een van de vele jonge bewonderaars die diep geraakt waren, was de toen 11-jarige Eddy Merckx.

De herinnering aan de gevallen held bleef levend.

Al in 1957 werd er een monument voor hem opgericht op de Côte des Forges, en ook decennia later wordt hij geëerd met een gedenkplaat in Borgerhout.

Zelfs in de cultuur leeft hij voort, zoals in het lied ‘Stanneke’ van Hugo Matthysen, wat bewijst dat de listige Flandrien nooit echt vergeten is.

35 jaar geleden, Koen Crucke met zijn kerstnummer Vrolijk Kerstfeest.

Het nummer is geschreven door Bart Peeters en Hugo Matthysen. Maar voor de melodie gaan ze terug naar een nummer van de Amerikaanse componist Scott Joplin.

Joplin werd geboren in Linden, Texas, als zoon van Jiles en Florence Joplin, voormalige slaven.

Hij leerde als kind piano spelen en toonde al vroeg muzikaal talent.

Hij kreeg muziekles van de Duitse immigrant Julius Weiss, die hem kennis liet maken met de Europese klassieke muziektraditie.

Joplin verliet zijn ouderlijk huis als tiener en reisde door het zuiden van de Verenigde Staten als rondreizend muzikant.

Hij vestigde zich uiteindelijk in Sedalia, Missouri, waar hij piano speelde in bordelen en clubs en zijn eerste ragtime-composities schreef.

Zijn doorbraak kwam in 1899 met de publicatie van “Maple Leaf Rag”, een van de populairste en invloedrijkste ragtime-nummers aller tijden.

Joplin componeerde talloze andere ragtime-nummers, waaronder “The Entertainer”, “Elite Syncopations” en “Solace”.

Hij schreef ook twee opera’s, “A Guest of Honor” en “Treemonisha”, en een ragtime-ballet.

Joplin streefde ernaar om ragtime te verheffen tot een serieuze kunstvorm en werd door zijn tijdgenoten beschouwd als een serieuze en respectabele componist.

Joplin was dan ook een van de eerste Afro-Amerikaanse componisten die brede erkenning kreeg in de Verenigde Staten.

Hij was een pionier in de uitgeverswereld en richtte zijn eigen uitgeverij op, “Scott Joplin Music Company”.

Hij was een voorvechter van de rechten van Afro-Amerikaanse muzikanten en componisten.

De muziek van Joplin beleefde in de jaren 70 een heropleving, mede dankzij de film “The Sting” (1973), die zijn muziek populair maakte bij een nieuw publiek.

Joplin overleed op 1 april 1917 in New York aan de gevolgen van syfilis.

Hij was 48 of 49 jaar oud.

In 1976 ontving Joplin postuum de Pulitzer Prize voor zijn bijdragen aan de Amerikaanse muziek. Deze onderscheiding was een erkenning van zijn belang en invloed op de ontwikkeling van de Amerikaanse muziek.