
Gisteren nog vandaag
Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Gisteren nog vandaag
Hij was een van de grootste sterren van de stomme film en de vroege geluidsfilm.
Hij werd vooral bekend door zijn rol als Judah Ben-Hur in Ben-Hur: A Tale of the Christ (1925), een van de toen duurste en succesvolste films uit die tijd.
Hij werd ook wel de “Latijnse minnaar” genoemd en was een sekssymbool na de dood van Rudolph Valentino.
Novarro begon zijn carrière in 1917 met kleine rolletjes, maar kreeg al snel hoofdrollen in films als The Prisoner of Zenda (1922), Scaramouche (1923) en The Student Prince in Old Heidelberg (1927).
Hij werkte samen met beroemde actrices als Greta Garbo, Joan Crawford, Myrna Loy en Norma Shearer.
Hij maakte een succesvolle overgang naar de geluidsfilm en speelde onder andere in Mata Hari (1931), The Barbarian (1933) en The Cat and the Fiddle (1934).
Zijn contract bij Metro-Goldwyn-Mayer werd echter niet verlengd in 1935 en zijn populariteit nam af.
Novarro kreeg een ster op de Hollywood Walk of Fame voor zijn bijdrage aan de filmindustrie.
Hij bleef acteren tot 1968, toen hij op tragische wijze werd vermoord door twee broers die dachten dat hij een grote som geld in zijn huis had.
Hij wordt beschouwd als de eerste Latijns-Amerikaanse acteur die succes had in Hollywood (De Post van 31 januari 1954)






Rubirosa kwam vaak in de roddelpers als playboy en hij heeft affaires gehad met Dolores del Río, Eartha Kitt, Marilyn Monroe, Ava Gardner, Rita Hayworth, Soraya Esfandiary, Peggy Hopkins Joyce, Joan Crawford, Veronica Lake, Kim Novak, Judy Garland, Eva Peron en Zsa Zsa Gabor.
Volgens de legende had Rubirosa een erg grote penis.
In Parijs worden de grote pepermolens daarom Rubirosa’s genoemd.
Rubirosa huwde vijf keer maar had geen kinderen.
Uit zijn huwelijken met de Amerikaanse erfgenamen hield hij veel geld over.
Flor de Oro Trujillo, dochter van Rafael Trujillo, (1932–1938)
Danielle Darrieux, Franse actrice, (1942-1947)
Doris Duke, Amerikaanse erfgename (1947-1948)
Barbara Hutton, Amerikaanse erfgename (1953-1954)
Odile Rodin, Franse actrice (1956-1965)
Rubirosa werd geboren als derde en jongste kind van een gezin uit de hogere middenklasse.
In 1915 werd zijn vader ambassadeur van de Dominicaanse Republiek in Parijs, waar hij verder opgroeide.
Op 17-jarige leeftijd keerde hij terug naar zijn vaderland om rechten te studeren, maar schreef zich al snel in bij het leger.
In 1931 leerde hij dictator Rafael Trujillo kennen en in 1936 werd hij diplomaat namens zijn land.
Tijdens Olympische Spelen van 1936 werd hij naar Berlijn gestuurd en later naar Parijs.
Hij werkte ook voor de ambassades in Vichy, Buenos Aires, Rome, Havana (waar de Cubaanse Revolutie begon) en Brussel.
Na de Tweede Wereldoorlog speelde hij veel polo en richtte zelfs een eigen team op. Ook was hij geïnteresseerd in raceauto’s.
Na de moord op Trujillo in 1961 nam diens zoon Ramfis de macht over.
Rubirosa lobbyde bij John F. Kennedy om Ramfis te steunen.
Nadat de familie Trujillo het land ontvluchtte, kwam ook een einde aan de carrière van Rubirosa.
Rubirosa overleed vroeg in de ochtend van 5 juli 1965 toen zijn zilveren Ferrari 250 crashte tegen een boom in het Bois de Boulogne na een avondje feesten in een nachtclub waar hij vierde dat hij met zijn poloteam de Coup de France gewonnen had.(Diverse bronnen, Wikipedia en foto Porfirio Rubirosa met zijn vrouw de Franse actrice Odile Rodin in Brussel)
