Vandaag is het ook al 35 jaar geleden dat de Franse zanger en muzikant Serge Gainsbourg dood is teruggevonden in zijn appartement in Parijs.

Serge Gainsbourg was een markante figuur in de Franse cultuur, een man die provocatie tot kunstvorm verhief en wiens leven onlosmakelijk verbonden was met muziek en passie.

Na de harde oorlogsjaren en zijn legerdienst nam hij de artiestennaam Serge Gainsbourg aan, met de ambitie om het te maken als kunstschilder.

Hij hoopte in de voetsporen te treden van zijn idool Francis Bacon en leermeester Fernand Léger, maar toen een succesvolle schilderscarrière uitbleef, stortte hij zich volledig op de muziek.

In de jaren zestig groeide hij uit tot een van de meest productieve songleveranciers voor de jonge, vrouwelijke sterren van het Franse chanson.

Hij schreef voor grootheden als Juliette Gréco, Françoise Hardy en Petula Clark.

Zijn bekendste wapenfeit uit die periode is Poupée de cire, poupée de son, waarmee France Gall in 1965 het Eurovisiesongfestival won in Napels.

Nadat zijn tweede huwelijk op de klippen liep, trad Gainsbourg zelf steeds meer op de voorgrond.

Samen met Brigitte Bardot nam hij nummers als ‘Bonny and Clyde’ en ‘Harley Davidson’ op voor het album ‘Initials B.B.’.

De internationale doorbraak kwam met de schandaalhit Je t’aime, moi non plus.

Hoewel de versie met Bardot op haar verzoek werd geschrapt, nam hij het nummer op met zijn nieuwe verovering Jane Birkin.

De single werd in verschillende landen gecensureerd, wat het succes en de status van ook het nummer ’69 année érotique’ alleen maar vergrootte.

De jaren zeventig markeerden zijn innovatiefste en meest creatieve periode. Conceptalbums zoals ‘Histoire de Melody Nelson’ en de lp’s ‘Vu de l’extérieur’, ‘Rock around the bunker’ en ‘L’homme à tête de chou’ waren vernieuwend voor het Franse chanson, hoewel ze op dat moment geen verkoopsuccessen waren.

Zijn provocaties, variërend van verwijzingen naar het nazisme tot het openlijk bezingen van de liefde in al zijn vormen, leverden hem een cultstatus en het etiket van enfant terrible op.

Gainsbourg beperkte zich niet tot één genre en verweefde jazz, pop, rock en new wave in zijn werk.

Eind jaren zeventig reisde hij naar Kingston in Jamaica om een reggaeversie van de Marseillaise op te nemen.

Het nummer op het album Aux armes et caetera veroorzaakte alweer veel controverse; het oneerbiedige gebruik van het volkslied werd hem door rechts Frankrijk niet in dank afgenomen.

In de jaren tachtig bracht hij nog drie studioalbums uit: ‘Mauvaises nouvelles des étoiles’, ‘Love on the beat’ en ‘You’re under arrest’, waarop hij experimenteerde met elektronische muziek.

Ondanks zijn artistieke drang ging het halverwege dit decennium bergafwaarts met zijn gezondheid door een leven vol alcohol en sigaretten.

Na zijn breuk met Jane Birkin verscheen hij steeds vaker dronken in talkshows, waar hij onder meer een biljet van vijfhonderd Franse frank in brand stak uit protest tegen de belastingdruk en Whitney Houston schoffeerde met boude uitspraken voor de camera.

Gainsbourg was de vader van vier kinderen, van wie Charlotte Gainsbourg uit zijn relatie met Jane Birkin de bekendste is.

Zij maakte al vroeg carrière als actrice, met onder meer een controversiële rol in de door haar vader geregisseerde film ‘Charlotte for ever’ uit 1986.

Later trad ze in zijn muzikale voetsporen met de albums ‘5:55’, ‘IRM’ en ‘Rest’, waaraan artiesten als Beck, Air en Jarvis Cocker meewerkten.

Begin jaren negentig werd kanker vastgesteld bij Serge Gainsbourg.

Hij overleed uiteindelijk op 2 maart 1991 aan de gevolgen van zijn vijfde hartfalen.

Hij werd begraven in het familiegraf van de Ginsburgs op de begraafplaats van Montparnasse, waar ook Simone de Beauvoir en Charles Baudelaire rusten.

Juliette Gréco,”la grande dame noire” van het Franse chanson is vandaag overleden.

De vader van Juliette Gréco was van Corsicaanse afkomst, haar moeder zat in het verzet en betrok daar haar dochter bij.

De Gestapo zette het 15-jarige meisje een paar maanden achter de tralies.

Meteen na de Tweede Wereldoorlog ontdekte Juliette Gréco Parijs.

Ze begon te acteren en bracht poëzie op de radio.

Geleidelijk schakelde ze over naar cabaret, met een tournee naar de Verenigde Staten en Brazilië, en film.

Ze speelde de hoofdrol in “Orphée” van Jean Cocteau, “The Roots of Heaven” van John Huston en Jacques Brels “Le Far West”.

Een tijdlang was ze de geliefde van producer Darryl F. Zanuck, van auteur Albert Camus en jazzreus Miles Davis.

Niemand minder dan filosoof Jean-Paul Sartre gaf haar de raad om te zingen.

In 1954 stond ze op het podium van L’Olympia in Parijs, het mekka van het Franse chanson.

Ze was helemaal in het zwart gekleed en die outfit hield ze haar hele leven aan. Dat ging goed samen met haar ingetogen, sobere podiumstijl.

Ze schreef geen eigen chansons, maar maakte zich de teksten van anderen, zoals Boris Vian, Charles Aznavour of Charles Trenet, heel eigen.

Haar bekendste nummers zijn onder meer “Si tu t’imagines”, “Rues des Blancs-Manteaux”, “Trois petites notes de musique” en vooral dit gewaagde “Déshabillez-moi”

Juliette Gréco ontdekte en motiveerde in de vroege jaren 60 zelf enkele groten van het Franse chanson, onder meer Serge Gainsbourg, Guy Béart en Leo Ferré.

Ze trouwde drie keer, een van haar echtgenoten was ster-acteur Michel Piccoli van 1967 tot 1977.

“Juliette Gréco is ontslapen, omringd door haar dierbaren in haar zo geliefde woning in Ramatuelle.

Ze heeft een buitengewoon leven geleid.” Zo maakte de familie van Gréco haar overlijden bekend. Ramatuelle ligt in het zuiden van Frankrijk, niet ver van Saint-Tropez.

Ze laat een dochter na, Laurence-Marie. (Lucas Vanclooster)

Juliette Gréco (oktober 1964)
Juliette Greco ( juni 1959)
Juliette Gréco (september 1960)

Charles Aznavour, vrouwen maken mijn leven

In de zomer van 1976 stond Charles Aznavour als absolute topvedette centraal tijdens een Frans muziekfestival dat door de TROS werd uitgezonden.

Hij was toen een zanger die met zijn enorme sterrenstatus al verschillende generaties overbrugde: een emotionele persoonlijkheid, regelmatig het onderwerp van ophef, maar bovenal geliefd bij een miljoenenpubliek.

Als een van de weinige Franse artiesten wist hij de wereld te veroveren met werk dat hij volledig zelf schreef.

De in Parijs geboren zanger met Armeense wortels had er jaren van zeer hard zwoegen op zitten voor hij uiteindelijk de grootste internationale podia bereikte.

Het festival was opgezet om het Franse chanson nieuw leven in te blazen en een dam op te werpen tegen de overheersende golf van Engelstalige popmuziek.

Regisseur Ralph Inbar bracht daarvoor artiesten bijeen zoals Juliette Gréco, Frida Boccara, Dave en Hugues Aufray, terwijl Martine Bijl de presentatie verzorgde.

Toch paste Aznavour niet helemaal in het traditionele plaatje van een chanson-ambassadeur.

Hij woonde in die periode al niet meer in Frankrijk, omdat de Franse fiscus een te groot deel van zijn inkomsten opeiste.

Samen met zijn vrouw Ulla en hun twee kinderen verbleef hij voornamelijk in zijn huizen in Zwitserland en Italië.

Daarnaast zong hij al jaren geregeld in het Engels, wat hem volle zalen en grote neonletters opleverde in toonaangevende theaters in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.

Zelf zag hij zich dan ook niet als een typische vertolker van het Franse lied.

Zijn manier van werken vergeleek hij destijds met die van een fotograaf die de menselijke ziel vastlegt.

Hij zocht naar herkenbare, alledaagse emoties en menselijke thema’s, met name de liefde in al haar facetten.

Hij wilde de dingen niet mooier of lelijker maken dan ze waren, maar juist schrijven over zaken waarover mensen vaak zwegen.

Hoewel hij zijn privéleven zo veel mogelijk afschermde, gaf hij toe dat vrouwen altijd de belangrijkste drijfveer in zijn bestaan waren geweest.

Na tal van intense relaties waarin hij zowel teleurgesteld was als anderen had gekwetst, had hij rust gevonden bij Ulla.

Vrouwen bleven echter zijn voornaamste inspiratiebron.

Melodieën kwamen hem meestal moeiteloos aanwaaien, maar het schrijven van een rake tekst kostte hem soms maanden van worsteling.

Hij zocht niet naar een zware maatschappelijke boodschap, maar wilde pure gevoelens delen met een breed publiek.

Op 51-jarige leeftijd, oogde Aznavour toen nog opvallend energiek en jeugdig.

Hij keek vaak terug naar zijn verleden om stevig in de toekomst te kunnen staan, een gewoonte die voortkwam uit zijn afkomst en de moeilijke weg die hij had moeten afleggen.

Inmiddels was hij ook succesvol als acteur, onder meer met een rol in de film Skydivers.

Dat stond in schril contrast met zijn jeugd in Parijs, toen hij als tiener met kleine schnabbels en een baantje als krantenverkoper op de Champs-Élysées de eindjes aan elkaar moest knopen.

Pas rond 1960 was de grote doorbraak gekomen.

Die leerschool had van hem een doorgewinterde vakman gemaakt.

Hij vond dat een artiest eerst zijn sporen op het podium moest verdienen voordat hij platen ging opnemen, omdat echt vakmanschap en podiumpresentatie zeldzaam waren.

Voor de Armeense gemeenschap gold Aznavour in die jaren als een nationale held.

Hij steunde hun streven naar een eigen staat en doneerde aanzienlijke bedragen om de aandacht op hun situatie te vestigen. Ondanks het verstrijken van de jaren bleef zijn gedrevenheid onverminderd groot.

Hij omringde zich bij voorkeur met mensen met vernieuwende ideeën en stelde vast dat ook jongere generaties zijn werk bleven ontdekken.

Van het idee achter een specifiek Frans muziekfestival moest hij destijds overigens weinig weten.

Hij vond de drang om muziek in nationale hokjes te verdelen achterhaald en zag zichzelf liever gewoon als zanger dan als Fransman.

Goede muziek oversteeg volgens hem elke landsgrens of taal, en het ging er uiteindelijk alleen om hoe een zanger die emotie wist over te brengen.