Vandaag vond de geboorte plaats van de Vlaamse dichter Paul Verbruggen.

Op 10 september 1951 vierde de dichter Paul Verbruggen zijn zestigste verjaardag. Ter gelegenheid van deze mijlpaal werd hij geëerd als een bescheiden en integere kunstenaar.

Hij trad zelden op de voorgrond en behoorde tot de stillen in den lande, zoals men schreven in de media.

Verbruggen werd geboren in Boom in 1891 en volgde zijn opleiding in Antwerpen en Gent.

Na een korte carrière bij de stedelijke hoofdbibliotheek van Antwerpen wijdde hij zich aan de handel en de uitgeverij, terwijl hij ondertussen trouw bleef aan de dichtkunst.

Zijn literaire loopbaan begon bij het tijdschrift Ruimte in de jaren 1920-1921.

Daar maakte hij deel uit van een vernieuwende generatie schrijvers die het expressionisme in Vlaanderen introduceerden.

Hoewel zijn vroege werk invloeden vertoonde van dichters zoals Boutens en Gorter, ontwikkelde hij gaandeweg een eigen, klassieke stijl.

Deze werd gekenmerkt door eenvoud en zuiverheid.

Collega-schrijvers zoals Marnix Gijsen prezen zijn werk om de zeldzame eenheid van gevoel en klank.

Hierbij werd zijn poëzie vaak vergeleken met de fijngevoeligheid van muziek.

Naast zijn vroege werk in de bundels Verzen en De Voorhof, verschenen later ook titels als ‘Gedichten’, ‘Levenswijding’, ‘De winter laat niet los’ en ‘Aspecten’.

In 1941 werd de bundel Als een goede hovenier gepubliceerd.

Ook maakte hij naam als vertaler. Hij vertaalde onder meer werk uit het Spaans en de sprookjes van Andersen rechtstreeks uit het Deens.

Hij wist daarbij de oorspronkelijke stijl en de verouderde woordkeus nauwgezet te bewaren.

Na zijn zestigste verjaardag publiceerde hij in 1955 nog zijn laatste bundel, getiteld Heer en knecht.

De dichter, wiens essentie lag in broosheid en subtiliteit, overleed op 17 juni 1966 in Deurne (Ons Volk 6 september 1951).