Vandaag 100 jaar geleden, de Franse dirigent Rhené-Baton te gast voor twee conserten in het Conservatorium in Brussel (19 maart 1924)

René-Emmanuel Baton, ook bekend als Rhené-Baton werd geboren op 5 september 1879 in Courseulles-sur-Mer, Normandië, en stierf op 23 september 1940 in Le Mans.

Rhené-Baton studeerde piano aan het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs en muziektheorie bij André Gedalge.

Hij begon zijn carrière als chef de chant bij de Opéra-Comique in 1907.

Hij was vervolgens muzikaal directeur van verschillende orkestrale groepen, waaronder de Society of Saint Cecilia in Bordeaux en Angers Société populaire (1910-1912).

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Rhené-Baton chef-dirigent van de Koninklijke Nederlandse Opera (1916-1918) in Amsterdam en dirigeerde ook de zomerconcerten van het Residentie Orkest in het Scheveningse Kurhaus (1914-1919).

In 1918 gaf Serge Sandberg hem de leiding over de Concerts Pasdeloup in Parijs.

De dirigent bekleedde deze functie tot 1932 en bleef daarna aan het orkest verbonden.

Hij heeft grote verdiensten gehad in de zogenoemde democratisering van de muziek in de concertzalen, omdat hij aan het begin van een concert voor de uitgevoerde werken een inleiding gaf en ervoor zorgde dat er goedkopere plaatsen waren.

Als componist schreef Rhené-Baton stukken voor orkest, kamermuziek en een groot aantal pianowerken.

Veel van zijn composities drukken zijn liefde voor de regio Bretagne uit, waar hij op 19-jarige leeftijd naar terugkeerde.

Hij had ook nauwe relaties met componisten van de Bretonse culturele renaissance, zoals Guy Ropartz, Paul Le Flem, Paul Ladmirault en Louis Aubert.

Vandaag 100 jaar geleden, begrafenis van de Gentse Liberale politieker Albert Mechelynck (11 maart 1924)

Albert Josse Louis Mechelynck was de zoon van de voorzitter van het hof van beroep in Gent, Louis Mechelynck, en van Pauline Delehaye, een dochter van de Gentse burgemeester Josse Delehaye.

Albert studeerde aan het Atheneum aan de Ottogracht en aan de Gentse universiteit, waar hij in 1876 doctor in de rechten werd.

In 1879 schreef hij zich in aan de Gentse balie, waar hij naam maakte.

In 1880 trouwde hij met Anne Pauline Barbanson, uit de gelijknamige invloedrijke Brusselse familie.

In 1879 werd Mechelynck lid van het dagelijks bestuur van de Association libérale, constitutionelle et démocratique de l’arrondissement de Gand-Eeclo of arrondissementsfederatie.

In 1884 werd hij verkozen tot provincieraadslid voor Oost-Vlaanderen.

Tijdens zijn twintigjarig lidmaatschap ontwikkelde hij een politiek netwerk dat de liberale tenoren uit zijn tijd, maar ook gematigde oppositiefiguren bereikte.

In 1904 werd hij verkozen tot volksvertegenwoordiger en bleef dit mandaat bekleden tot aan zijn dood.

Van 1919 tot 1924 was hij ondervoorzitter van de Kamer.

Mechelynck was lid van de Gentse vrijmetselaarsloge Septentrion, waarvan hij van 1891 tot 1895 de Achtbare Meester was.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte Mechelynck zich in Gent verdienstelijk als leider van het Gentse comité binnen het Nationaal Comité voor Hulp en Voedselvoorziening (Comité national de secours et d’alimentation), dat tot het einde van de oorlog actief was.

Hij was ook een actief lid van het Comité voor Vaderlandslievende Acties dat het morele verzet tegen de bezetter stimuleerde.

Als advocaat verleende hij juridische bijstand aan beklaagden van verzetsdaden die voor de Duitse rechtbanken moesten verschijnen.

Hij kwam te overlijden op 9 maart in zijn woning, gelegen in de Brabantdam 56, vroeger nr 51 (foto 1 en 2 van zijn woning, en het huis bestaat nog steeds en is nu een winkel)