Thérésia Cabarrus, van Notre-Dame de Thermidor tot Prinses van Chimay.

Thérésia Cabarrus, dochter van een rijke Spaans-Franse financier, werd op haar veertiende uitgehuwelijkt aan de markies van Fontenay.

Ze omarmde echter de idealen van de Franse Revolutie en maakte in 1793, als negentienjarige, gebruik van de nieuwe echtscheidingswet om haar royalistische echtgenoot te verlaten.

Ze vestigde zich in Bordeaux, waar ze de geliefde werd van het invloedrijke jakobijnse conventielid Jean-Lambert Tallien.

Ze gebruikte haar charme om zijn vervolgingsijver tijdens de Terreur te temperen, waardoor ze het leven van veel verdachten redde.

Haar gematigde invloed was echter een doorn in het oog van Robespierre.

Toen Tallien voor “gematigdheid” werd teruggeroepen naar Parijs, volgde Thérésia hem.

Daar werd ze prompt gearresteerd.

Vanuit de gevangenis, waar ze de cel deelde met de toekomstige keizerin Joséphine de Beauharnais, stuurde ze Tallien een wanhopig briefje om haar van de guillotine te redden.

Deze noodkreet spoorde hem aan om het voortouw te nemen in de staatsgreep van 9 Thermidor, die Robespierre ten val bracht en de Terreur beëindigde.

Na haar vrijlating werd Thérésia gevierd als “Notre-Dame de Thermidor”.

Ze trouwde met Tallien en werd de spil van het mondaine leven tijdens het Directoire.

Samen met haar vriendin Joséphine zette ze de trend van de decadente, neo-Griekse modestijl met transparante stoffen.

Ze hield een invloedrijk salon en werd de maîtresse van de machtigste man van Frankrijk, Paul Barras, en later van de rijke bankier Gabriel-Julien Ouvrard, met wie ze meerdere kinderen kreeg.

Haar status als “Koningin van het Directoire” verdampte toen Napoleon Bonaparte aan de macht kwam.

Haar losse reputatie strookte niet met het nieuwe ideaal van respectabiliteit.

De breuk werd definitief toen de Markies de Sade een pornografisch werk publiceerde waarin Thérésia en Joséphine figureerden.

Napoleon was woedend en verbood zijn vrouw Joséphine elk contact met haar “liederlijke” vriendin.

In 1805 hertrouwde Cabarrus met de hoogadellijke cavalerieofficier François-Joseph de Riquet, graaf van Caraman, die kort daarna Prins van Chimay werd.

Hoewel Thérésia haar eerste huwelijk nietig liet verklaren om dit kerkelijk huwelijk mogelijk te maken, werd ze nooit geaccepteerd door haar schoonfamilie.

Thérésia trok zich definitief terug uit het Parijse leven en wijdde zich aan de opvoeding van haar elf kinderen.

Van 1815 tot haar dood in 1835 woonde ze met haar gezin in Brussel en op het kasteel van Chimay.

Haar reputatie bleef haar echter achtervolgen: ze was niet welkom aan het hof van koning Willem I der Nederlanden, en later evenmin bij de Belgische koning Leopold I.

In Chimay liet ze een theater bouwen en organiseerde ze een eigen, gecultiveerd hofleven.

Ze patroneerde musici van naam, zoals Maria Malibran, Luigi Cherubini en Charles de Bériot, en nam deel aan het schildersatelier van François-Joseph Navez.

Desondanks bracht ze haar laatste levensjaren door in bitterheid en verveling.

Thérésia Cabarrus werd begraven in de kerk van Chimay, waar een standbeeld op het marktplein nog aan haar herinnert.

Vandaag 220 jaar geleden, komt Charles Victoire Emmanuel Leclerc d’Ostin te overlijden.

De naam zal u waarschijnlijk niets zeggen, maar hij was de schoonbroer van Napoleon Bonaparte.

Pauline Bonaparte was de tweede zuster van Napoleon Bonaparte.

Ze gold in haar tijd als een beroemde schoonheid.

Zij huwde op 17-jarige leeftijd met Charles Leclerc, toen al generaal in het leger van Napoleon.

Het koppel kreeg op 20 april 1798 een zoon Dermide Leclerc.

In 1802 stuurde Napoleon zijn zwager naar de Franse kolonie Saint-Domingue (nu Haïti) om een opstand van de slaven neer te slaan.

Ook zijn vrouw Pauline Bonaparte en zijn zoon Dermide ging met hem mee.

De Franse generaal Toussaint Louverture, zelf een voormalige slaaf, had daar een einde gemaakt aan de slavernij en zichzelf tot gouverneur voor het leven uitgeroepen.

Leclerc landde in februari 1802 op Haïti en wist met een troepenmacht van zo’n 30.000 man de rebellen te verslaan.

Op 7 mei tekende Toussaint Louverture een vredesverdrag met de Fransen (op voorwaarde dat de slavernij niet opnieuw zou worden ingevoerd) en trok zich terug naar zijn boerderij.

Drie weken later liet Leclerc echter Toussaint Louverture en zijn familie gevangennemen en naar Frankrijk deporteren, waar Toussaint Louverture in 1803 overleed.

Leclerc herstelde de orde en bestuurde Saint-Domingue als gouverneur.

De opstand brak opnieuw uit toen het duidelijk werd dat de Fransen de slavernij toch opnieuw wilden invoeren.

Ondertussen brak een epidemie van gele koorts uit onder de Franse troepen.

Pauline Bonaparte bedroog haar echtgenoot aldaar met verschillende mannen, maar stond hem wel bij op zijn sterfbed.

Leclerc was namelijk ook het slachtoffer van de epidemie van gele koorts en stierf op 2 november 1802.

Zeven dagen later keerde Pauline en haar zoon met diens stoffelijke resten terug naar Frankrijk en verzocht Napoleon om hulp.

Een jaar later werden de Fransen definitief verslagen en in 1804 werd de republiek Haïti uitgeroepen, de tweede onafhankelijke republiek op het westelijk halfrond.

Pauline Bonaparte hertrouwde op 6 november 1803 met prins Camillo Filippo Ludovico Borghese en ging met hem naar Rome.

Ook haar zoon Dermide ging mee naar Rome en stierf tijdens de vakantie in Frascati door hevige koorts op 14 augustus 1804 en dit op de leeftijd van zes jaar.

Napoleon kocht na het huwelijk voor een zeer schappelijke prijs de kunstcollectie van de familie Borghese voor het Louvre.

Pauline was Borghese echter al snel zat en vertrok naar Parijs waar haar gedrag enig schandaal veroorzaakte.

Ze ontving in 1806 de titel van hertogin van Parma en Guastalla.

In 1808 werd ze gouvernante-generaal van Piëmont.

Vanwege haar oneerbiedige bejegening van Napoleons tweede echtgenote Marie-Louise van Oostenrijk werd Pauline in 1810 van het hof in Parijs verwijderd.

Toch vergezelde zij Napoleon in 1814 samen met haar moeder Maria Laetitia Ramolino naar Elba en zou ze hem in 1815 zelfs naar Sint-Helena hebben willen vergezellen.

Zij leefde sinds 1815 gescheiden van haar echtgenoot en stierf in 1825 in Florence aan kanker.

Pauline is (als Paolina Borghese) door Antonio Canova in een bekende sculptuur als naakte Venus vereeuwigd.

Gina Lollobrigida vertolkte Paulette Bonaparte in de film Venus impériale. (Diverse bronenn, Wikipedia en Paris Match augustus 1962)

40 jaar geleden, op bezoek bij Charles Leon, de laatste nazaat van Napoleon (De Post 20 september 1981)

40 jaar geleden, op bezoek bij Charles Leon, de laatste nazaat van Napoleon (De Post 20 september 1981)
40 jaar geleden, op bezoek bij Charles Leon, de laatste nazaat van Napoleon (De Post 20 september 1981)
40 jaar geleden, op bezoek bij Charles Leon, de laatste nazaat van Napoleon (De Post 20 september 1981)