In het spoor van de keizer: het bescheiden leven van Napoleons achterkleinzoon Charles Léon

De geschiedenis had een tijdlang gedacht dat de kleine Corsicaanse keizer Napoleon I niet in staat was kinderen te verwekken.

Tot de geboorte van Charles Léon in 1806 dacht Napoleon zelf immers ook dat hij onvruchtbaar was, omdat zijn eerste echtgenote Joséphine de Beauharnais geen kinderen meer kon krijgen.

Die veronderstelling bleek echter een misvatting te zijn die volledig toe te schrijven viel aan de onvruchtbaarheid van Joséphine. Napoleon zelf mankeerde niets.

Te La Plagne werd immers uit een buitenechtelijk avontuur met Eléonore Denuelle een zoon geboren.

De geboorte van zijn buitenechtelijke zonen leverde het onomstotelijke bewijs van zijn vruchtbaarheid.

Dit gaf de keizer de doorslag om van Joséphine te scheiden en te trouwen met de Oostenrijkse Marie-Louise.

Uit dat tweede huwelijk werd in 1811 zijn enige wettige erfgenaam geboren als Napoleon François Charles Joseph Bonaparte.

Zijn vader gaf hem direct de pompeuze titel Koning van Rome.

Na de definitieve nederlaag van Napoleon in 1815 trad de keizer af ten gunste van zijn toen 4-jarige zoontje.

De jongen was officieel gedurende twee weken Napoleon II, Keizer der Fransen, maar hij heeft nooit echt geregeerd.

De zegevierende Europese grootmachten stelden de Bourbon-koningen weer aan op de troon.

Zijn Oostenrijkse moeder, Marie-Louise, nam hem mee naar haar geboorteland.

Aan het hof in Wenen kreeg hij de titel Hertog van Reichstadt.

Hij werd daar min of meer als een politieke gevangene in een gouden kooi opgevoed.

Zijn Franse identiteit werd zoveel mogelijk onderdrukt en men noemde hem simpelweg Franz.

De jonge prins had een zwakke gezondheid en leed aan chronische bronchitis.

Op 22 juli 1832 overleed hij in Slot Schönbrunn in Wenen aan de gevolgen van tuberculose.

Zijn Franse bijnaam werd L’Aiglon of Het Adelaarsjong, een verwijzing naar de adelaar in het wapenschild van zijn vader.

Omdat Napoleon II nooit heeft geregeerd en kinderloos stierf, ging de claim op de keizerlijke troon uiteindelijk over naar zijn neef Louis-Napoléon Bonaparte, die in 1852 de macht greep en het

Tweede Franse Keizerrijk vestigde als keizer Napoleon III.

Nog tijdens zijn eigen heerschappij verwekte keizer Napoleon I bij zijn Poolse minnares Maria Walewska eveneens een zoon, Alexandre Colonna-Walewski.

Om een politiek en diplomatiek schandaal te vermijden, erkende Napoleon I hem nooit formeel wettelijk, maar in de praktijk zorgde hij uitstekend voor hem.

Hij benoemde hem tot graaf van het keizerrijk, kende hem aanzienlijke inkomsten toe en nam hem op in zijn testament.

Alexandre zou decennia later onder zijn neef Napoleon III uitgroeien tot een vooraanstaand diplomaat en Frans minister van Buitenlandse Zaken.

Daarnaast wordt door historici aangenomen dat Napoleon I ook dochters had uit buitenechtelijke relaties, al ontbrak bij hen eveneens een officiële erkenning.

Zo was er Émilie Pellapra, geboren uit zijn verhouding met Françoise-Marie LeRoy, die haar hele leven overtuigd bleef van haar keizerlijke afkomst en uiterlijk sterk op Napoleon I leek.

Op het eiland Sint-Helena werd bovendien Hélène Napoleone Bonaparte de Montholon geboren uit zijn relatie met Albine de Montholon.

Hoewel de echtgenoot van Albine het kind officieel erkende, droeg het meisje veelzeggend de namen Napoleone en Bonaparte.

Op precies 1 januari 1807 vernam Napoleon I, op doorreis van Pultusk naar Warschau, dat hij veertien dagen tevoren vader was geworden van een flinke zoon.

Een mooier nieuwjaarsgeschenk kon zijn vriendin hem niet aanbieden.

Overigens wilde de dolgelukkige moeder haar baby Napoleon dopen, naar zijn vader, maar de keizer vond dat Léon volstond.

Dat belette niet dat keizer Napoleon I zich ten opzichte van zijn bastaardzoon altijd zeer royaal gedroeg.

Bij de geboorte van Léon kreeg de moeder dertigduizend goudfrank, wat een klein fortuin was.

Telkens als Napoleon I zijn zoon bezocht, wat geregeld voorviel, bracht hij kostbare geschenken mee.

De keizer ging vriendschappelijk met Léon om en schepte er genoegen in zich binnenskamers papa te laten noemen, vooral na het overlijden van L’Aiglon.

Toen Napoleon I in mei 1821 op Sint-Helena overleed, was hij weliswaar het leeuwendeel van zijn keizerlijke rijkdommen, paleizen en staatsbezittingen door confiscatie kwijtgeraakt, maar hij stierf geenszins berooid.

In zijn ballingsoord beschikte hij over aanzienlijke persoonlijke bezittingen: contant goud, zilverwerk, meubilair, boeken en juwelen, naast een groot kapitaal dat hij voor zijn vertrek in bewaring had gegeven bij bankier Laffitte in Parijs.

Vlak voor zijn dood stelde de keizer een uiterst gedetailleerd testament op waarin hij miljoenen francs naliet aan zijn trouwe metgezellen, oud-strijders, loyale steden en zijn buitenechtelijke kinderen.

Zo bleef Napoleon I zich ook na zijn verbanning bekommeren om het welzijn van zijn zoon Léon.

In zijn testament ordonneerde hij een schenking van drieduizend goudfranken, een wilsbeschikking die uiterst discreet werd uitgevoerd, al zorgden juridische procedures en vertragingen van banken en autoriteiten ervoor dat de uitbetalingen van de legaten pas jaren later definitief werden afgewikkeld.

Vanuit zijn ballingsoord stippelde de keizer tevens de toekomst van Léon uit. Tegen zijn raadgevers zei hij dat hij zijn zoon het liefst carrière zag maken in de magistratuur, op voorwaarde natuurlijk dat hij daar zelf zin in had.

Léon voelde daar evenwel weinig voor.

Hij koos aanvankelijk voor een militaire loopbaan en stortte zich daarna op de politiek.

De latere keizer Napoleon III behandelde de zoon van Napoleon I met de nodige égards.

Léon kreeg een residentie en een grafelijke titel, al zocht de keizer nooit echt contact met hem.

Léon kreeg zelf vier kinderen, onder wie Gaston Léon, graaf Léon II, die de vader werd van Charles Léon.

Gisteren nog vandaag

Thérésia Cabarrus, van Notre-Dame de Thermidor tot Prinses van Chimay.

Thérésia Cabarrus, dochter van een rijke Spaans-Franse financier, werd op haar veertiende uitgehuwelijkt aan de markies van Fontenay.

Ze omarmde echter de idealen van de Franse Revolutie en maakte in 1793, als negentienjarige, gebruik van de nieuwe echtscheidingswet om haar royalistische echtgenoot te verlaten.

Ze vestigde zich in Bordeaux, waar ze de geliefde werd van het invloedrijke jakobijnse conventielid Jean-Lambert Tallien.

Ze gebruikte haar charme om zijn vervolgingsijver tijdens de Terreur te temperen, waardoor ze het leven van veel verdachten redde.

Haar gematigde invloed was echter een doorn in het oog van Robespierre.

Toen Tallien voor “gematigdheid” werd teruggeroepen naar Parijs, volgde Thérésia hem.

Daar werd ze prompt gearresteerd.

Vanuit de gevangenis, waar ze de cel deelde met de toekomstige keizerin Joséphine de Beauharnais, stuurde ze Tallien een wanhopig briefje om haar van de guillotine te redden.

Deze noodkreet spoorde hem aan om het voortouw te nemen in de staatsgreep van 9 Thermidor, die Robespierre ten val bracht en de Terreur beëindigde.

Na haar vrijlating werd Thérésia gevierd als “Notre-Dame de Thermidor”.

Ze trouwde met Tallien en werd de spil van het mondaine leven tijdens het Directoire.

Samen met haar vriendin Joséphine zette ze de trend van de decadente, neo-Griekse modestijl met transparante stoffen.

Ze hield een invloedrijk salon en werd de maîtresse van de machtigste man van Frankrijk, Paul Barras, en later van de rijke bankier Gabriel-Julien Ouvrard, met wie ze meerdere kinderen kreeg.

Haar status als “Koningin van het Directoire” verdampte toen Napoleon Bonaparte aan de macht kwam.

Haar losse reputatie strookte niet met het nieuwe ideaal van respectabiliteit.

De breuk werd definitief toen de Markies de Sade een pornografisch werk publiceerde waarin Thérésia en Joséphine figureerden.

Napoleon was woedend en verbood zijn vrouw Joséphine elk contact met haar “liederlijke” vriendin.

In 1805 hertrouwde Cabarrus met de hoogadellijke cavalerieofficier François-Joseph de Riquet, graaf van Caraman, die kort daarna Prins van Chimay werd.

Hoewel Thérésia haar eerste huwelijk nietig liet verklaren om dit kerkelijk huwelijk mogelijk te maken, werd ze nooit geaccepteerd door haar schoonfamilie.

Thérésia trok zich definitief terug uit het Parijse leven en wijdde zich aan de opvoeding van haar elf kinderen.

Van 1815 tot haar dood in 1835 woonde ze met haar gezin in Brussel en op het kasteel van Chimay.

Haar reputatie bleef haar echter achtervolgen: ze was niet welkom aan het hof van koning Willem I der Nederlanden, en later evenmin bij de Belgische koning Leopold I.

In Chimay liet ze een theater bouwen en organiseerde ze een eigen, gecultiveerd hofleven.

Ze patroneerde musici van naam, zoals Maria Malibran, Luigi Cherubini en Charles de Bériot, en nam deel aan het schildersatelier van François-Joseph Navez.

Desondanks bracht ze haar laatste levensjaren door in bitterheid en verveling.

Thérésia Cabarrus werd begraven in de kerk van Chimay, waar een standbeeld op het marktplein nog aan haar herinnert.

Vandaag 220 jaar geleden, komt Charles Victoire Emmanuel Leclerc d’Ostin te overlijden.

De naam zal u waarschijnlijk niets zeggen, maar hij was de schoonbroer van Napoleon Bonaparte.

Pauline Bonaparte was de tweede zuster van Napoleon Bonaparte.

Ze gold in haar tijd als een beroemde schoonheid.

Zij huwde op 17-jarige leeftijd met Charles Leclerc, toen al generaal in het leger van Napoleon.

Het koppel kreeg op 20 april 1798 een zoon Dermide Leclerc.

In 1802 stuurde Napoleon zijn zwager naar de Franse kolonie Saint-Domingue (nu Haïti) om een opstand van de slaven neer te slaan.

Ook zijn vrouw Pauline Bonaparte en zijn zoon Dermide ging met hem mee.

De Franse generaal Toussaint Louverture, zelf een voormalige slaaf, had daar een einde gemaakt aan de slavernij en zichzelf tot gouverneur voor het leven uitgeroepen.

Leclerc landde in februari 1802 op Haïti en wist met een troepenmacht van zo’n 30.000 man de rebellen te verslaan.

Op 7 mei tekende Toussaint Louverture een vredesverdrag met de Fransen (op voorwaarde dat de slavernij niet opnieuw zou worden ingevoerd) en trok zich terug naar zijn boerderij.

Drie weken later liet Leclerc echter Toussaint Louverture en zijn familie gevangennemen en naar Frankrijk deporteren, waar Toussaint Louverture in 1803 overleed.

Leclerc herstelde de orde en bestuurde Saint-Domingue als gouverneur.

De opstand brak opnieuw uit toen het duidelijk werd dat de Fransen de slavernij toch opnieuw wilden invoeren.

Ondertussen brak een epidemie van gele koorts uit onder de Franse troepen.

Pauline Bonaparte bedroog haar echtgenoot aldaar met verschillende mannen, maar stond hem wel bij op zijn sterfbed.

Leclerc was namelijk ook het slachtoffer van de epidemie van gele koorts en stierf op 2 november 1802.

Zeven dagen later keerde Pauline en haar zoon met diens stoffelijke resten terug naar Frankrijk en verzocht Napoleon om hulp.

Een jaar later werden de Fransen definitief verslagen en in 1804 werd de republiek Haïti uitgeroepen, de tweede onafhankelijke republiek op het westelijk halfrond.

Pauline Bonaparte hertrouwde op 6 november 1803 met prins Camillo Filippo Ludovico Borghese en ging met hem naar Rome.

Ook haar zoon Dermide ging mee naar Rome en stierf tijdens de vakantie in Frascati door hevige koorts op 14 augustus 1804 en dit op de leeftijd van zes jaar.

Napoleon kocht na het huwelijk voor een zeer schappelijke prijs de kunstcollectie van de familie Borghese voor het Louvre.

Pauline was Borghese echter al snel zat en vertrok naar Parijs waar haar gedrag enig schandaal veroorzaakte.

Ze ontving in 1806 de titel van hertogin van Parma en Guastalla.

In 1808 werd ze gouvernante-generaal van Piëmont.

Vanwege haar oneerbiedige bejegening van Napoleons tweede echtgenote Marie-Louise van Oostenrijk werd Pauline in 1810 van het hof in Parijs verwijderd.

Toch vergezelde zij Napoleon in 1814 samen met haar moeder Maria Laetitia Ramolino naar Elba en zou ze hem in 1815 zelfs naar Sint-Helena hebben willen vergezellen.

Zij leefde sinds 1815 gescheiden van haar echtgenoot en stierf in 1825 in Florence aan kanker.

Pauline is (als Paolina Borghese) door Antonio Canova in een bekende sculptuur als naakte Venus vereeuwigd.

Gina Lollobrigida vertolkte Paulette Bonaparte in de film Venus impériale. (Diverse bronenn, Wikipedia en Paris Match augustus 1962)