De Amerikaanse actrice Kim Novak en de Dominicaanse playboy Ramfis Trujillo hadden een kortstondige maar veelbesproken relatie in de eerste helft van 1958. Ramfis, voluit Rafael Leónidas Trujillo Martínez, was de zoon van de meedogenloze dictator van de Dominicaanse Republiek.
Hij verbleef in de Verenigde Staten voor een militaire opleiding.
Zijn vader, die hem nota bene al op vijfjarige leeftijd de rang van generaal had geschonken, hoopte dat hij daar discipline zou leren. Ramfis had echter andere plannen en maakte in Amerika vooral furore als jetsetter.
Hoewel hij in zijn thuisland al getrouwd was met Octavia Ricart en vader was van zes kinderen, overlaadde hij in Amerika de mooiste vrouwen met luxeauto’s, nertsjassen en peperdure sieraden.
Zijn reputatie liep zo ver vooruit dat jonge vrouwen in Los Angeles als grap een spottende bumpersticker op hun auto kleefden met de tekst dat hun wagen geen geschenk was van Ramfis Trujillo.
In Hollywood kruiste zijn pad dat van Kim Novak, net in de periode dat zij schitterde in de meesterlijke Hitchcock-film Vertigo. Novak stond in die tijd bekend om haar mysterieuze aantrekkingskracht en haar weigering om zich te schikken naar de strenge regels van de grote studiobazen.
Ramfis viel als een blok voor de actrice en vroeg haar zelfs ten huwelijk.
Hij deelde bovendien kwistig dure Europese sportwagens uit aan de actrices met wie hij omging.
Zo is het een historisch feit dat hij de beroemde Zsa Zsa Gabor een exclusieve Mercedes-Benz schonk.
Dat specifieke cadeau leidde zelfs tot een heus schandaal in het Amerikaanse Congres, waar men vreesde dat de financiële steun van de Verenigde Staten aan de Dominicaanse Republiek indirect werd misbruikt om sportwagens voor Hollywoodsterren te bekostigen.
Ook Kim Novak kreeg van de jonge playboy een fonkelnieuwe Mercedes-Benz cadeau.
Al deze weelderige geschenken en de bijbehorende roddels zorgden voor een enorm schandaal dat de filmstudio in de verlegenheid bracht.
Omdat zijn gedrag als playboy de spuigaten uitliep en hij bovendien zijn einddiploma van de militaire academie niet wist te behalen, besloot zijn vader dat het welletjes was en riep hij hem terug naar huis.
Bij zijn thuiskomst wachtte hem een koude douche, want zijn vrouw Octavia vroeg onmiddellijk de echtscheiding aan.
Terug in de Dominicaanse Republiek ontspoorde Ramfis volledig.
Hij hield zich bezig met gruwelijkheden, waaronder groepsverkrachtingen van jonge vrouwen en het uitdelen van onbeduidende opdrachten om mensen uit de weg te ruimen.
Het liep dermate uit de hand dat zijn vader hem noodgedwongen naar een sanatorium in België stuurde, waar hij eind 1958 een elektroshockbehandeling onderging.
Lang bleef hij daar niet, want kort daarna verhuisde hij naar Parijs om zijn oude levensstijl zonder aarzelen te hervatten.
In de Franse hoofdstad leerde hij Lita Milan kennen, een Amerikaanse actrice die onder meer naast Paul Newman had geacteerd.
Zij gaf haar veelbelovende carrière op en de twee stapten al snel in het huwelijksbootje.
Ondertussen heerste zijn vader Rafael Trujillo nog steeds met ijzeren vuist. Hij was al sinds februari 1930 aan de macht en had zelfs de hoofdstad naar zichzelf vernoemd, Ciudad Trujillo.
Zijn eenendertigjarige bewind, bij de Dominicanen bekend als het Trujillo-tijdperk of El Trujillato, staat geboekstaafd als een van de bloedigste periodes ooit in de regio.
De dictator, die extreem ijdel was en zijn gezicht poederde om blanker te lijken, was met zijn regime verantwoordelijk voor tienduizenden doden.
Een absoluut dieptepunt waren de zogenaamde Peterseliemoorden in 1937, een gerichte massamoord op tienduizenden Haïtianen. Hoewel Trujillo uitsluitend dictator was van de Dominicaanse Republiek, deelt het land het eiland Hispaniola met buurland Haïti.
In de uitgestrekte grensstreek werkten destijds veel Haïtianen als goedkope arbeidskrachten op Dominicaanse plantages.
Trujillo koesterde echter een diepe racistische haat en was geobsedeerd door het idee om zijn land witter en Spaanser te maken.
Hij zag de donkerdere, Franstalige buurbevolking als een bedreiging en gaf het meedogenloze bevel om de Dominicaanse grensstreek etnisch te zuiveren.
Afhankelijk van de historische bron werden er tussen de 5.000 en 67.000 Haïtianen afgeslacht.
De naam van dit lugubere bloedbad verwijst naar de wrede taalkundige test die de soldaten gebruikten om de bevolkingsgroepen te onderscheiden.
Ze hielden een takje peterselie, in het Spaans perejil, omhoog. Omdat dit Spaanse woord een rollende r en een specifieke j-klank bevat, was het voor de Franstalige of Creools sprekende Haïtianen nagenoeg onmogelijk om dit perfect uit te spreken.
Wie het woord met een verkeerd accent uitsprak, werd onmiddellijk op brute wijze geëxecuteerd met kapmessen of bajonetten om munitie te besparen.
Aan deze jarenlange terreur kwam pas een einde toen Rafael op 30 mei 1961 werd vermoord door samenzweerders, die financieel en logistiek werden gesponsord door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA.
In de onmiddellijke nasleep van de moord nam Ramfis de tijdelijke controle over het land over.
Gedreven door wraak zwoer hij alle betrokkenen bij de dood van zijn vader te straffen, een belofte die hij waarmaakte door eigenhandig tal van verdachten te vermoorden en te martelen.
De internationale en binnenlandse druk werd echter onhoudbaar, waardoor de familie Trujillo op 19 november 1961 gedwongen werd het land te verlaten.
De vlucht naar Frankrijk verliep in stijl via het luxueuze jacht Angelita, een indrukwekkend schip dat vandaag de dag nog steeds vaart onder de naam Sea Cloud.
Aan boord bevond zich ook de kist van zijn vader, die naar verluidt was bekleed met vier miljoen dollar aan contant geld, kostbare juwelen en belangrijke waardepapieren.
Na een kort verblijf in Frankrijk vestigde Ramfis, de zoon van de overleden dictator Rafael Trujillo, zich in 1962 in Spanje, waar hij bescherming genoot van Generalisimo Francisco Franco.
Daar zette hij zijn extravagante jetset-leven ongehinderd voort en besteedde hij veel tijd aan het vliegen met vliegtuigen als hobby.
Aan dit decadente bestaan kwam een abrupt einde in december 1969. In de buitenwijken van Madrid raakte Ramfis bijzonder zwaar gewond bij een auto-ongeluk.
Hij bestuurde op dat moment een blauwe tweedeurs Ferrari 330GT met serienummer 9151, een sportwagen die hij in 1966 had gekocht.
Bij de harde klap kwam de bestuurster van het andere voertuig, Teresa Bertrán de Lis, op slag om het leven.
Zij was de hertogin van Alburquerque en een zeer prominent lid van de Spaanse hoge adel. Ramfis zelf overleefde het ongeluk in eerste instantie, maar stierf elf dagen later, op 27 december 1969, in een Spaans ziekenhuis aan de complicaties van een opgelopen longontsteking.
Zijn zwaar gehavende Ferrari bleef vanaf 1969 ongerestaureerd in Spanje staan, tot het wrak uiteindelijk begin 2013 voor 50.000 dollar te koop werd aangeboden aan verzamelaars























