Vijfenzestig jaar geleden: de grote Gentse rattenoorlog van 1961

In april 1961 was de maat voor de inwoners van Gent eindelijk vol.

De stad, die met haar schilderachtige reien en vesten zo geliefd was bij wandelaars, ging gebukt onder een ware rattenplaag.

De overlast was zo groot geworden dat de knagers zelfs overdag onbeschaamd over straat renden.

Wandelaars zagen hoe de dieren het brood voor de vogels wegkaapten en werklieden aan de waterkant konden hun lunch geen moment onbeheerd achterlaten zonder dat deze door de brutale veelvraten werd verorberd.

De schade aan woningen en meubilair was niet meer te overzien en de angst zat er bij de Gentenaars goed in.

Om dit probleem grondig aan te pakken, besloot het stadsbestuur af te stappen van ouderwetse methoden.

In plaats van individuele rattenvangers in te schakelen, werd er gekozen voor een wetenschappelijke benadering in samenwerking met een gespecialiseerde firma uit Mechelen.

De strategie speelde in op de natuurlijke intelligentie en nieuwsgierigheid van de ratten.

Er werd een speciaal soort lokaas ontwikkeld dat niet direct dodelijk was, maar pas na verloop van tijd werkte.

Dit voorkwam dat de dieren argwaan kregen wanneer ze een dode soortgenoot bij het voedsel zagen liggen.

De uitvoering van dit plan was vindingrijk. Men plaatste speciale houten lokaasbakken van ongeveer een halve meter lang langs de stadsvesten.

Deze bakken bevatten een vernuftig doolhofsysteem, waardoor alleen de ratten bij het vergif konden komen.

Voor mensen, honden en katten was het systeem volkomen veilig, aangezien zij fysiek onmogelijk bij de binnenste compartimenten konden komen.

Bovendien was de concentratie van de werkzame stof zo laag dat grotere zoogdieren er nauwelijks hinder van zouden ondervinden, zelfs bij onverhoopte aanraking.

De resultaten van deze grootschalige actie waren medio april 1961 al overduidelijk merkbaar.

In de eerste weken na het uitzetten van de bakken werden duizenden ratten gedood, veelal onzichtbaar in hun eigen holen onder de grond.

De bewoners langs de Ketelvest en de Muinkkaai merkten als eersten dat de overlast drastisch afnam.

Waar de stad voorheen nog machteloos leek tegen de grijze plaag, zorgde deze gecoördineerde aanpak voor een enorme opluchting.

De Gentse straten en kelders werden eindelijk weer rustig en veilig, wat door de bevolking als een groot succes werd onthaald.

60 jaar geleden, de Vlaamse wielrenner Gilbert Maes in Ons land van april 1961.

Op het einde van het seizoen van 1960 debuteerde hij nog bij Peugeot, waarbij toen ook Rik Van Steenbergen nog reed, maar toen die in 1961 zijn eigen ploeg oprichtte samen met het margarinemerk Solo, stapte Gilbert Maes mee over.

Samen met Rik en diens vaste ploegmaat Miel Severeyns werd Gilbert Maes meteen al tweede in de Antwerpse zesdagen, enkel voorafgegaan door een ander onafscheidelijk duo Van Looy-Post, voor de gelegenheid bijgestaan door Willy Vannitsen.

Op de weg werd Gilbert dat jaar nog tweede in de Omloop van Limburg en die van de Vlaamse Gewesten en derde in Nokere Koerse.

Het jaar daarop won hij zowel in zijn eigen geboortestad (Sint-Niklaas dus) als die van Rik Van Steenbergen (Arendonk). Daarnaast won hij ook nog de Omloop van het Leiedal.

In 1963 gingen de wegen van Maes en Van Steenbergen uit elkaar.

Gilbert werd meteen Belgisch kampioen ploegkoers, aan de zijde van Lucien De Munster, maar het tijdperk van de grote pistiers was blijkbaar over in Vlaanderen, te oordelen naar de tweede plaats van Gustaaf De Smet met Charles Rabaey en de derde van Willy Vannitsen aan de zijde van Tuur De Cabooter.

Een jaar later verlengden Maes en De Munster hun titel en deze keer was de tegenstand toch wat prestigieuzer.

Tweede was immers gouwe ouwe Miel Severeyns aan de zijde van een nieuw goudhaantje van de Solo-Superia-ploeg Hugo Scrayen (Scrayen zou later nog lang de partner van Rik Van Steenbergen zijn in… het kaarten voor grof geld) en derde Ward Sels met Willy Vanden Berghen.

Op de weg behaalde Gilbert in die jaren nog veertien overwinningen voor de ploeg van Dr.Mann, terwijl hij op de piste in 1966 net naast zijn derde titel in de ploegkoers greep samen met die andere Waaslander Theo Verschueren.

De titel ging uiteindelijk naar… Sercu-Merckx! Geen oneer om daardoor te worden verslagen!

Dat jaar boekte Gilbert Maes nog twee overwinningen op de weg (kermiskoersen) en zowel in 1967 als in 1968 zal hij nog eens vice-kampioen ploegkoers worden.

In beide jaren was dat met de overslijtbare Miel Severeyns en de overwinning ging tweemaal opnieuw naar het duo Sercu-Merckx.

Daarna hield Gilbert het voor bekeken.

Gilbert was als jeugdrenner aangesloten bij Hoboken WAC. Zoon Fritz heeft het ook enkele jaren geprobeerd en was aangesloten bij de Wase W.C.Kruibeke. (Ronny De Schepper en Ons Land 8 april 1961)

60 jaar geleden, de Vlaamse wielrenner Gilbert Maes in Ons land van april 1961