Otto van Habsburg-Lotharingen was de laatste kroonprins van Oostenrijk-Hongarije en de oudste zoon van keizer Karel I en keizerin Zita.
Hij werd geboren in 1912 in Reichenau an der Rax, een stadje in Neder-Oostenrijk.
Hij groeide op in verschillende landen van het Habsburgse rijk, waaronder Hongarije, Zwitserland, Spanje en Portugal.
Hij studeerde rechten, politieke wetenschappen en economie aan de universiteiten van Leuven, Parijs en Wenen.
Na de Eerste Wereldoorlog werd het Habsburgse rijk ontbonden en werd de republiek Oostenrijk uitgeroepen.
Otto en zijn familie werden verbannen uit Oostenrijk en verloren hun titels en bezittingen.
Otto bleef echter zijn aanspraken op de troon handhaven en probeerde tevergeefs een restauratie van de monarchie te bewerkstelligen.
Hij werd ook actief betrokken bij de Europese politiek en steunde het verzet tegen het nazisme en het communisme.
Hij was een voorstander van de Europese integratie en werd in 1979 lid van het Europees Parlement voor de christendemocratische partij CSU.
Hij bleef lid tot 1999.
Otto was getrouwd met prinses Regina van Saksen-Meiningen, met wie hij zeven kinderen kreeg.
Hij stond bekend als een vrome katholiek en een voorvechter van de mensenrechten en de democratie.
Hij overleed in 2011 op 98-jarige leeftijd in zijn huis in Pöcking, Duitsland.
Hij werd begraven in de Kapuzinergruft in Wenen, naast zijn voorouders.
Zijn hart werd apart begraven in de Abdij van Pannonhalma in Hongarije, als symbool van zijn verbondenheid met het land.
(De Post september 1958)

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
