Vandaag is het precies vijfenzeventig jaar geleden dat in Gent de laatste dag plaatsvond van de herdenking van het driehonderdste geboortejaar van de heilige Johannes Baptist de la Salle.

Tussen 7 en 10 juni 1951 sloegen de oud-leerlingenbonden van de vijf toenmalige Gentse onderwijsgestichten van de Broeders van de Christelijke Scholen de handen in elkaar om luisterrijke feesten op touw te zetten.

Het ging hierbij om de bekende instituten Sint-Amandus, Sint-Lucas, de Kunstdrukschool, het Instituut de La Salle in de Holstraat en Sint-Jan-Baptist in de Reinaertstraat.

Deze indrukwekkende viering was een eerbetoon aan een bijzondere man die een stempel heeft gedrukt op ons onderwijssysteem.

De la Salle was afkomstig uit een welgestelde juristenfamilie, maar hij koos bewust een spiritueel pad. In 1667 werd hij benoemd tot kanunnik aan de kathedraal van Reims, waarna hij vanaf 1670 theologie ging studeren in Parijs.

Na zijn priesterwijding in 1678 en de succesvolle oprichting van een eerste armenschool in 1679, promoveerde hij in 1680 tot doctor in de theologie.

Zijn roeping voor het onderwijs was zo sterk dat hij in 1683 zijn prestigieuze kanunnikspost definitief opgaf.

Een jaar later, in 1684, stichtte hij de congregatie van de Broeders van de Christelijke Scholen, een orde die zich volledig zou toeleggen op het onderwijs aan de armen.

De officiële benaming van deze geestelijke orde luidt Fratres Scholarum Christianorum, wat vaak wordt afgekort tot FSC.

Als leraar en pedagogisch vernieuwer zette de la Salle zich zijn hele leven met hart en ziel in voor de geestelijke en intellectuele ontwikkeling van de armen.

Een van zijn meest ingrijpende vernieuwingen was de beslissing om het Latijn als voertaal in het onderwijs af te schaffen en te vervangen door het Frans.

Hierdoor werd kennis plotseling toegankelijk voor gewone kinderen uit de lagere sociale klassen.

Bovendien zijn er nog enkele interessante feiten over zijn leven en werk die zijn grote invloed aantonen.

Zo was de la Salle de pionier van het klassikaal lesgeven; voor zijn tijd kregen leerlingen uitsluitend individueel onderricht, wat veel tijd en middelen kostte.

Door leerlingen van hetzelfde niveau samen in een klas te plaatsen, kon het onderwijs veel efficiënter worden georganiseerd.

Ook richtte hij de allereerste kweekscholen op om onderwijzers professioneel op te leiden, wat hem feitelijk de grondlegger van de moderne pedagogiek maakt.

Vanwege zijn immense bijdrage aan het onderwijs werd hij in 1900 heiligverklaard door paus Leo XIII.

Vijftig jaar later, in 1950 en vlak voor de grote Gentse herdenkingsfeesten, werd hij door paus Pius XII zelfs uitgeroepen tot de universele patroonheilige van alle leerkrachten en opvoeders (foto’s met dank aan Erik Dekeyser)

65 jaar geleden, dokter Ogino spreekt tot u en dit betreft de Ogino-methode en met de steun van de Paus Pius XII.

Kyusaku Ogino, een Japanse gynaecoloog, is de ontwikkelaar van de kalendermethode.

Met deze methode kon de vruchtbare periode van een vrouw worden ingeschat op basis van de lengte van haar voorgaande menstruatiecycli.

De methode werd later verfijnd door de Oostenrijkse arts Hermann Knaus, die haar combineerde met de temperatuurmethode.

Hierdoor kon de methode niet alleen worden gebruikt om de kans op een zwangerschap te vergroten, maar ook om een zwangerschap te voorkomen.

Juist deze toepassing als “natuurlijke” anticonceptie leverde steun op uit onverwachte hoek. In 1951 sprak Paus Pius XII zijn goedkeuring uit over de methode Ogino-Knaus.

De reden hiervoor was dat de methode de natuurlijke cyclus respecteert en geen gebruikmaakt van “kunstmatige” middelen.

Hierdoor werd het voor katholieken die om serieuze redenen een zwangerschap wilden uitstellen de enige kerkelijk toegestane vorm van gezinsplanning.

Kyusaku Ogino overleed op 1 januari 1975, en liet een methode na die niet alleen medisch, maar ook maatschappelijk en religieus een grote impact had.

Deze week 75 jaar geleden, opening van het heilig jaar door paus Pius XII op 24 december 1949

Het Heilig Jaar is een bijzonder genadejaar dat de kerk viert.

De aankondiging van het Heilig jaar 1950 (Bul Iubilaeum maximum) gebeurde door de paus op 26 mei 1949.

Bij gelegenheid van het Heilig Jaar 1950 besloot paus Pius XII dat de door Gounod gecomponeerde Marcia Pontificale voortaan en onder de naam Inno Pontificale het officiële volkslied van Vaticaanstad zou zijn.

Hiermee werd de door Vittorino Hallmayr in 1857 gecomponeerde hymne Gran Marcia Trionfale vervangen.

In de traditie van de katholieke kerk zijn jubeljaren ook een oproep aan pelgrims om naar Rome te komen en door de heilige deur van de Sint-Pietersbasiliek te gaan.

Dat biedt gelovigen vergeving van hun zonden

Normaal gesproken is een Heilig Jaar er alleen in een jaartal dat door 25 deelbaar is, maar de paus kan van die regel afwijken.

Eerdere ingelaste heilige jaren waren in 1933 en 1983, omdat christenen geloven dat Jezus van Nazareth in het jaar 33 is gestorven en herrezen.

Het laatste Heilig jaar opende dit jaar op 24 december 2024 en dat in aanwezigheid van meer dan 30000 mensen en dit in aanwezigheid van Paus Franciscus.

Het Heilige Jaar zal duren tot 6 januari 2026, als de heilige deur weer wordt gesloten.

Tot die tijd zijn er talrijke culturele en religieuze evenementen in Rome en Vaticaanstad.

(Diverse bronnen, foto 1 het maken van de hamer waarmee de paus de deur open doet en gemaakt door kunstenaars. De hamer was gemaakt van ivoor en zilver), foto 2 de afgewerkte hamer van het heilig jaar 1925, foto 3 de gouden ring en het gouden met briljanten kruis die de paus droeg tijdens de plechtigheden, foto 4 de gesloten deur en foto 5 opening deur).

60 jaar geleden, te gast in de kerk Madonna del Ghisallo, de Madonna van de wielrenners.

De kerk van Madonna del Ghisallo is een heiligdom dat gewijd is aan de beschermheilige van de wielrenners.

Het ligt op de top van een heuvel in de buurt van het Comomeer, in de Italiaanse regio Lombardije.

De geschiedenis van deze kerk gaat terug tot de 17e eeuw, toen een lokale edelman, graaf Ghisallo, werd aangevallen door struikrovers en zijn toevlucht zocht bij een beeld van de Maagd Maria.

Hij beloofde haar een kapel te bouwen als hij gered werd.

Zijn gebed werd verhoord en hij hield zich aan zijn belofte. In 1949 werd Madonna del Ghisallo officieel uitgeroepen tot de patrones van de wielrenners door paus Pius XII. Sindsdien is de kerk een bedevaartsoord geworden voor fietsliefhebbers van over de hele wereld.

De kerk herbergt een museum met talrijke memorabilia en relikwieën uit de geschiedenis van het wielrennen, zoals fietsen, truien, medailles en foto’s van beroemde kampioenen.

Onder de meest opvallende stukken zijn de fietsen waarmee Fausto Coppi en Gino Bartali de Tour de France wonnen, de fiets waarmee Eddy Merckx het werelduurrecord vestigde, en de fiets waarmee Fabio Casartelli verongelukte tijdens de Ronde van Frankrijk van 1995 (Panorama 10 december 1963).

50 jaar geleden, te gast in het Palazzo Pontificio in Italië

50 jaar geleden, te gast in het Palazzo Pontificio in Italië
50 jaar geleden, te gast in het Palazzo Pontificio in Italië
50 jaar geleden, te gast in het Palazzo Pontificio in Italië
50 jaar geleden, te gast in het Palazzo Pontificio in Italië

50 jaar geleden, te gast in het Palazzo Pontificio in Italië
50 jaar geleden, te gast in het Palazzo Pontificio in Italië
50 jaar geleden, te gast in het Palazzo Pontificio in Italië
50 jaar geleden, te gast in het Palazzo Pontificio in Italië