Vandaag 35 jaar geleden, verging de Z.200 Tijl Uilenspiegel en al vlug kwam het tot geruchten dat het schip slachtoffer zou geworden zijn van een atoomonderzeeër.

Op 5 maart 1989 is de Belgische vissersboot de Uilenspiegel in de Ierse Zee bij kalm weer verdwenen. Er was geen storm, geen onweer, geen gevaar van zee of wind, en toch is dit kunnen gebeuren.

Op 22 februari 1989 verlaat de Z.200 Tijl Uilenspiegel, een bokkenvisser, de haven van Zeebrugge om 20.05 uur en zet koers naar de Ierse Zee.

Op zondag 5 maart probeert reder François Bonny als naar gewoonte telefonisch in contact te komen met zijn bemanning, maar krijgt geen gehoor.

Wat later meldt Dover Coastguard aan de Oostendse loodsenwacht dat de Z.200 vermist is in de Ierse Zee en dat de Z.243 Drakar een lijk uit het water heeft opgevist.

Even daarvoor had de schipper van de Z.243 bij het wegzetten van de netten een reddingsboei opgemerkt met de ondertussen overleden matroos-motorist van de Z.200 Daniël Noens (30), vader van drie dochters.

Door de geruchten dat het ongeluk zou veroorzaakt zijn door een duikboot, kwam het zelfs tot een vraag in het parlement.

Na het wrak te hebben gelokaliseerd kwam er een onderzoek door de zeemacht.

Duikers en video-opname bewezen echter dat de netten en de kabels van het vissersvaartuig geen schade vertonen die kan wijzen op het meesleuren door een duikboot.

Na het houden van een zestal zittingen, kwam men tot de conclusie dat het vergaan van het schip wordt toegeschreven aan het kapseizen bij een poging het stuur- boordnet in te halen, dat met zand en kobben was verzwaard.

De volledige bemanning kwam om het leven, drie bemanningsleden blijven voor altijd vermist. (diverse bronnen)

Vandaag 45 jaar geleden, de ramp van Camping Los Alfaques in Spanje.

Rond half drie die dag reed een tankwagen met een capaciteit van ongeveer 45 m3 op de weg ter hoogte van de camping.

De wagen was beladen met ongeveer 25 ton vloeibaar gas (propeen), hoewel slechts 19 ton geladen had mogen worden.

Er zijn verschillende hypothesen over wat er vervolgens gebeurde:

De tankwagen is eerst tegen een muur gereden, waarna de tank is gescheurd.

De tank scheurde spontaan door overdruk.

De tankwagen lekte vloeibaar gas, dat verderop is ontbrand, waarna het vuur de tankwagen bereikte en deed exploderen.

Mogelijk heeft de bestuurder de tankwagen zelf bij de camping tot stilstand gebracht, om de tank te inspecteren.

De tankwagen kreeg ter hoogte van de camping duidelijk hoorbaar een lek, waarna de bestuurder de tankwagen zelf bij de camping tot stilstand heeft gebracht, om de tank te inspecteren.

Het gas (dat zwaarder is dan lucht) ontsnapte uit de tank en verspreidde zich over het campingterrein.

Ergens op het terrein heeft zich een ontstekingsbron bevonden, waarna het gas ontbrandde.

De vlammen bereikten de tankwagen, die vervolgens ontplofte (mogelijk trad hierbij een zogenaamde bleve op).

Een vuurzee verspreidde zich over het campingterrein.

Rond de vrachtwagen blies de explosie alles weg en in het midden van de camping werd een diepe krater geslagen.

Delen van de vrachtwagen werden over een gebied van honderden meters teruggevonden.

De hitte veroorzaakte een reeks andere ontploffingen, vooral van gasflessen die op de camping gebruikt werden.

Niet alleen mensen op de camping vonden de dood, maar ook zij die zich in de zee bevonden of op een luchtbed dobberden.

Vooral het gedeelte ten zuiden van de ingang van de camping werd getroffen, maar ook aan de overkant van de weg, waar zich een dancing-restaurant en een paar appartementen bevinden, vielen slachtoffers.

Het brandende wrak van de tankauto blokkeerde aanvankelijk de weg; zwaargewonden aan de ene kant van de tankwagen werden naar Barcelona gebracht en ontvingen onderweg in ziekenhuizen, medische zorg in dichtbijgelegen ziekenhuizen in Amposta en Tortosa; slachtoffers aan de andere zijde werden voor het grootste deel direct naar Valencia gebracht, een rit van 160 km, vaak zonder enige medische zorg.

Ondanks de betere medische zorg die de slachtoffers op weg naar Barcelona ontvingen, was het uiteindelijke sterftecijfer onder beide groepen vergelijkbaar, wat erop wijst dat de meeste van deze slachtoffers hoe dan ook te zwaar verbrand waren om te kunnen overleven.

Het aantal slachtoffers was zeer hoog en bleef onzeker.

Men sprak van 180 doden, onder wie 36 Belgen en 10 Nederlanders, maar veel zwaargewonden overleden in de dagen na de ramp.

Enkele weken later meldden de Spaanse autoriteiten meer dan 270 slachtoffers en tientallen vermisten en gewonden.

Andere bronnen spraken van 215 of 216 slachtoffers en een zestigtal vermisten.

Uit het officiële onderzoek na de ramp bleek dat de tankwagen overbeladen was.

Deze overbelading is mogelijk (mede) de oorzaak geweest van het scheuren van de tank: bij verwarming van de tank is er dan onvoldoende ruimte voor het gas om te verdampen en uit te zetten, en de druk loopt te hoog op.

De ramp bij Los Alfaques was in verschillende landen directe aanleiding om voor het eerst op politiek niveau maatregelen te bespreken voor een betere regulering van het vervoer van gevaarlijke stoffen, het zgn ADR.

Zo werd in Spanje het vervoer van gevaarlijke stoffen door woonwijken verboden, voerde men in Duitsland een diplomaplicht in voor chauffeurs die met gevaarlijke stoffen rijden, en werd de relatief brosse staalsoort waarvan de tank gemaakt was, uiteindelijk verboden voor dergelijk vervoer.

De plek van de ramp ziet er nu weer idyllisch uit.

De sfeer is er rustgevend en bedrukkend tegelijk.

Op de zijgevel van een van de vroegere bungalows op de camping zijn 270 sterren aangebracht, symbool voor elk verloren leven.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post)