Vandaag 40 jaar geleden: première van de Nederlandse film ‘Op Hoop van Zegen’

Bijna vijf maanden werkte toen regisseur Guido Pieters aan de verfilming van Herman Heijermans’ Op Hoop van Zegen.

Dankzij een strak financieel beleid en het nodige scheldwerk om het onmogelijke mogelijk te maken, slaagde hij erin de film binnen het gestelde budget af te ronden.

In de rolprent schitterden naast Danny de Munk ook acteurs als Huub Stapel en Kitty Courbois.

Er heerste toen een doodse stilte in de pikdonkere studio van het immense Engelse Pinewood Studio-complex.

Iedereen was in afwachting van de aanwijzingen van regisseur Guido Pieters.

Een replica van het vissersschip ‘Op Hoop van Zegen’ dobberde rusteloos in een enorm bassin, waar de ondergang van de schuit uit het beroemde boek van Herman Heijermans werd gefilmd.

Pieters had bewust gewacht met de verdrinkingsscènes totdat de allerlaatste locatie-opnames gemaakt waren.

Volgens het verhaal van Heijermans verging het schip Op Hoop van Zegen met man en muis doordat een gewetenloze reder het wrakke schip, ondanks de waarschuwingen van ervaren schippers, toch op visvangst stuurde.

Acteurs Jaap Stobbe, Niek Pancras en Danny de Munk vormden een deel van de bemanning van het schip dat op volle zee verging.

Met zijn handen als een megafoon riep Pieters over de set dat Danny naar het voordek moest gaan zodra het teken ‘actie’ werd gegeven.

Even later klauterde de jonge acteur strompelend naar het voordek, terwijl hij voortdurend omver werd geblazen door kunstmatige golven.

Hoestend en proestend bereikte Danny de voorplecht, waar hij volgens het script een losgeschoten stag opnieuw moest vastmaken.

Pieters stopte de scène echter, omdat hij vond dat Danny niet angstig genoeg keek, waarna de scène opnieuw gedaan moest worden.

Zonder te morren begaf het jonge Nederlandse acteertalent zich opnieuw naar het achterschip om voor de tweede keer aan de loodzware scène te beginnen.

Duizenden liters water werden over hem uitgestort voordat Pieters tevreden was.

Danny verklaarde naderhand dat het erbij hoorde en dat je het goed moest doen als je iets wilde doen.

Pieters had vijf dagen uitgetrokken om de rampscènes op te nemen in de Pinewood Studio’s, die gespecialiseerd zijn in speciale effecten, maar dat vond hij eigenlijk veel te kort.

Pas na een hevige woede-uitbarsting richting de verantwoordelijke studiomanager werd de klus inderdaad in vijf dagen geklaard.

Pieters vertelde dat men zich daar niet kon voorstellen dat zij in staat waren om met een budget van vijf miljoen gulden, nog niet eens een vijfde van een gemiddelde Amerikaanse productie, deze film te maken.

De mensen dachten daar dat ze over ongelimiteerde bedragen konden beschikken.

Als een dergelijke scène in een Amerikaanse mammoetproductie had gezeten, was er zeker een maand voor uitgetrokken.

Pieters’ optimistische verwachting om na de studio-opnamen direct met de ruwe montage van ‘Op Hoop van Zegen’ te kunnen beginnen, werd echter de grond in geboord.

Na het zien van de eerste proefopnames bleken echte zeescènes absoluut noodzakelijk, omdat er te veel studiowerk te zien was.

Er was echt zeemateriaal nodig.

Speciaal voor deze opnamen werd het schip Knorrur, een van oorsprong Canadese vissersboot die door een Nederlander was gekocht, omgebouwd tot een exacte replica van de in de studio gebruikte Op Hoop van Zegen.

Twee weken lang werd er met deze schuit een groot aantal zee-opnamen gemaakt.

Daaronder bevond zich ook de scène waarin de ten ondergang gedoemde vissers, na wekenlang geen sterveling te hebben gezien, op de onmetelijke zee een Franse driemaster ontmoetten.

Deze scène vormde de belangrijkste opname van de inderhaast toegevoegde zeetrip.

Tot tweemaal toe liet Pieters de logge schepen op elkaar afstevenen voordat hij vond dat hij voldoende materiaal had geschoten.

Krakend zette de ‘Op Hoop van Zegen’, vol onder zeil, vervolgens koers naar de tijdelijke thuishaven Scheveningen.

Zelfs de laatste minuten op zee werden dankbaar gebruikt om extra close-ups te maken en de zonsondergang te filmen.

Pieters gaf aan dat ze elk moment benutten, omdat ze anders helemaal in tijdnood zouden komen te zitten.

De speelfilm ‘Op Hoop van Zegen’, met hoofdrollen voor Huub Stapel, Kitty Courbois, Renée Soutendijk, Willeke van Ammelrooy en Danny de Munk en onder regie van Guido Pieters, ging op donderdag 7 augustus 1986 in première.

Ondanks de hoge verwachtingen en de inzet van bekende namen trok de film uiteindelijk slechts 247.824 bezoekers naar de bioscoop, wat voor de producenten uitliep op een financieel verlies.

Toch werd het werk van de makers niet geheel over het hoofd gezien: in 1989 ontving de film de Publieksprijs op het Nederlands Film Festival.

Rond de productie waren er diverse opmerkelijke feiten.

De spectaculaire scène waarin het schip vergaat, besloeg slechts 5 procent van de totale filmduur, maar kostte met zo’n 500.000 gulden (omgerekend ongeveer 226.890 euro, wat wat betreft huidige koopkracht neerkomt op circa 450.000 tot 500.000 euro) een aanzienlijk deel van het totale budget.

Buiten de studio-opnamen in Engeland vonden de buitenopnames grotendeels plaats in het Zuid-Hollandse Goedereede en het Zeeuwse Yerseke.

Ook bij de casting verliep niet alles vanzelfsprekend; zo solliciteerde Piet Römer naar de rol van de wrede reder Bos, maar de keuze viel uiteindelijk op Rijk de Gooyer.

De muziek voor de film werd geschreven door Rogier van Otterloo.

Gisteren nog vandaag