Met zijn karakteristieke kaaklijn, indringende blik en een stem die autoriteit uitstraalde, was Cliff Robertson decennialang een vaste waarde in Hollywood.
Hij was niet zomaar een filmster; Robertson was een veelzijdige Oscarwinnaar, een gepassioneerd piloot, en bovenal een man van onberispelijke principes.
De in Californië geboren acteur Clifford Parker Robertson had een interessante carrière achter de rug, die zich later ook tot de televisie uitstrekte.
In 1955 maakte hij zijn debuut naast William Holden in Picnic, waarmee hij in eerste instantie werd weggezet als de voordeligere variant van diezelfde Hollywoodster.
Door hetzelfde cynische ondertoontje dat Holden bezat, koos men Cliff voor de rol van dwarsligger in de oorlogsfilm ‘The Naked and the Dead’ van Raoul Walsh.
Regisseur Samuel Fuller kon hem goed gebruiken voor de gefrustreerde jongeman die zijn vermoorde vader wilde wreken bij de maffia in ‘Underworld USA’, maar er zelf uiteindelijk onderdoor gaat.
Kortom, Cliff Robertson was een keurige versie van de ‘angry young man’, maar miste het grote acteertalent van Marlon Brando of Montgomery Clift.
Maar hij was zeer goed bruikbaar als leading man van de goedkope oorlogsfilms.
Hij had dan ook een zeer Amerikaans uiterlijk.
Naarmate zijn populariteit bij het grote publiek langzaam steeg, viel hij op bij niemand minder dan president John F. Kennedy.
Die koos Robertson in 1963 persoonlijk uit voor de hoofdrol in de oorlogsfilm PT 109.
Die was namelijk gebaseerd op een autobiografie van John F. Kennedy, waarin hij beschreef hoe hij in oorlogstijd uren in het water had gelegen en een paar mannen had weten te redden.
Een prachtig verhaal dat perfect paste bij het heldenimago van de jonge president en dat door de president van de filmmaatschappij Warner Bros, Jack Warner, onder supervisie werd genomen voor verfilming.
De film verschilde tenslotte niet veel van al die andere oorlogsfilms, maar had als extra verkoopargument dat het om de president ging.
En Cliff Robertson leek wel wat op Kennedy, zoals hij er in 1963 uitzag, maar hij leek totaal niet op de jonge Kennedy van tijdens de oorlogsjaren, waar niemand zich toen om bekommerde.
PT 109 heeft veel goed gedaan voor de filmcarrière van Cliff Robertson.
Hij bleef de meest perfecte soldaat voor andere oorlogsfilms: ‘Too Late the Hero’, ‘The Devil’s Brigade’ (weer met William Holden) en ‘Up From The Beach’.
Hij kreeg daardoor ook andere soorten rollen aangeboden en was vanaf dat moment geregeld te zien in kwaliteitsfilms.
Dit succes bood hem de kans om zijn droomproject te verwezenlijken, waarin hij pas echt kon laten zien wat hij als acteur in huis had.
Het absolute hoogtepunt van zijn acteercarrière volgde dan ook in 1968 met de film ‘Charly’.
Robertson vocht namelijk jarenlang om het verhaal over een vrij kinderlijke man neer te zetten, die na een experimentele operatie superintelligent wordt, en daarna weer in de oude staat terugvalt.
Het was een aparte film, die tegen sciencefiction aanleunt, met een boeiende rol van Robertson, die ervoor vocht om daarmee hoog te scoren bij de Oscaruitreiking.
Zijn meeslepende, emotionele optreden werd dan ook beloond met de Academy Award voor Beste Mannelijke Hoofdrol.
De tweede ambitie was het zelf regisseren van films en ook dat lukte, hoewel met minder succes.
Naarmate Robertson wat ouder werd en er nieuwe sterren kwamen, verdween hij enigszins naar het tweede plan, maar ook daar wist hij nog op te vallen.
Hij was een gladde C.I.A.-man die op zijn beurt Robert Redford weer niet vertrouwt in ‘Three Days of the Condor’.
Hij herhaalde zo’n rol van onbetrouwbaar overheidstype in Brainstorm.
Toch staat Robertson in Hollywood niet alleen bekend om zijn acteerwerk, maar ook om zijn ongekende integriteit.
Zijn carrière kreeg onterecht een geduchte knauw toen hij in 1977 (bij toeval) een fraude ontmaskerde van het hoofd van Columbia Pictures, David Begelman.
Hij ontdekte dat de studiobaas zijn handtekening had vervalst om geld te verduisteren.
Waar velen hun mond hielden uit angst voor hun carrière, stapte Robertson naar de politie.
Het schandaal schudde de filmindustrie op haar grondvesten.
Dit werd hem door de machtige studiobonzen rond Begelman niet in dank afgenomen en hij werd jarenlang door studio’s op een zwarte lijst gezet.
Hij weigerde echter spijt te hebben en koos resoluut voor zijn principes boven roem, iets wat hem uiteindelijk het diepe respect van de hele industrie opleverde.
Hij wist toch terug te komen via de series Falcon Crest, Key to Rebecca en wat nieuwe films.
Voor een jongere generatie blijft hij voor altijd de ultieme belichaming van Uncle Ben in Sam Raimi’s Spider-Man (2002).
Met de iconische uitspraak “With great power comes great responsibility” gaf hij het emotionele fundament aan een van de succesvolste filmfranchises ooit.
Wanneer hij niet op de set stond, vond je Robertson hoog boven de wolken als fanatiek vlieger met een indrukwekkende verzameling vintage vliegtuigen.
Toen hij in 2011 op 88-jarige leeftijd overleed, liet hij een erfenis achter van meer dan zestig jaar topprestaties.
Cliff Robertson bewees dat een echte held niet alleen rollen speelt, maar er ook naar leeft.
Achter die standvastige Hollywoodcarrière schuilde een minstens zo boeiend privéleven vol opmerkelijke weetjes.
Robertson groeide op in Californië. Nadat zijn ouders scheidden en zijn moeder kort daarna overleed, werd hij voornamelijk opgevoed door zijn grootmoeder.
Van een glamourleven in Hollywood wilde hij nooit veel weten.
Hij weigerde steevast om naar Los Angeles te verhuizen en bleef tot zijn overlijden aan de Amerikaanse oostkust wonen, ver weg van de filmstudio’s.
In zijn liefdesleven was Robertson tweemaal getrouwd met bekende vrouwen.
Zijn eerste huwelijk was met actrice Cynthia Stone, de ex-vrouw van acteur Jack Lemmon.
Later trouwde hij met actrice Dina Merrill, de dochter van de steenrijke zakenvrouw Marjorie Merriweather Post.
Samen met Merrill behoorde hij tot de absolute elite van de Amerikaanse bovenklasse.
Hun huwelijk hield uiteindelijk maar liefst 22 jaar stand.
Robertson kreeg uit elk van zijn twee huwelijken een dochter.
Zijn passie voor vliegen was bovendien véél meer dan zomaar een hobby.
Hij begon al op zijn dertiende met vlieglessen via een slimme ruil: hij maakte de hangars schoon in ruil voor vliegtijd.
In de loop der jaren bouwde hij een indrukwekkende privécollectie op, waaronder een authentieke Britse Supermarine Spitfire uit de Tweede Wereldoorlog.
Die liefde voor de luchtvaart zette hij ook in voor goede doelen.
Zo hielp hij in de jaren zeventig bij het organiseren van hulpvluchten naar Nigeria en Ethiopië om hongersnood te bestrijden, en stond hij aan de wieg van het Young Eagles-programma om jongeren enthousiast te maken voor de luchtvaart.
Zijn vliegpassie leidde in 2001 zelfs tot een wel heel bijzonder historisch moment.
Op de ochtend van 11 september vloog Robertson in zijn privé-vliegtuigje direct boven Manhattan, net op het moment dat het eerste vliegtuig de World Trade Center-toren raakte.
De luchtverkeersleiding sommeerde hem meteen om zijn toestel aan de grond te zetten.
Daarnaast was hij een fervent tennis- en skiliefhebber en een verdienstelijk auteur.
Cliff Robertson bleef tot op het allerlaatste moment trouw aan zichzelf: hij overleed in de staat New York op exact één dag na zijn 88ste verjaardag.






