40 jaar geleden, te gast bij Graaf Ghislain en Gravin Stéphanie d’Ursel in hun kasteel van Hex.

Het monumentale gebouw in Luikse rococostijl heeft een U-vorm, maar vroeger stonden er ten noordoosten nog dienstgebouwen. Thans wordt het woongedeelte nog geflankeerd door twee vleugels, met ertussen een voorplein.
Het opmerkelijkste is evenwel het interieur in Lodewijk XVI-stijl. Het kasteel omvat een groot aantal kamers en niet minder dan zes salons, allen in hun oorspronkelijke staat bewaard, met zeer fraaie decoratie uit stucwerk en lambrisering.Kasteel Hex werd door de prins-bisschop van Luik, Franz-Karl von Velbrück, gebouwd in de jaren tussen 1770 en het jaar van zijn dood in 1784. Na zijn dood kwam het landgoed door vererving aan de familie de Marchant d’Ansembourg. Toen de laatste d’Ansembourg kinderloos stierf, werd het landgoed geërfd door de familie d’Ursel. De huidige bewoners zijn de tweede en derde generatie d’Ursel op Hex. Graaf Ghislain en Gravin Stéphanie d’Ursel beheren het landgoed nog steeds in de geest van de bouwheer van weleer.‘Het landgoed beslaat tweehonderd hectaren, maar slechts een beperkt deel daarvan is rendabel. Het Engelse landschapspark heeft een oppervlakte van 65 hectaren, de groentetuin één hectare, de Franse tuinen drie hectaren. De rest is agrarisch en vooral bosrijk gebied.Velbrück liet bij de bouw van het kasteel rond 1780 een aantal formele siertuinen aanleggen in de onmiddellijke nabijheid van zijn kasteel. Aan de voorzijde, die toen de zuidoostelijke kant was, werd de inrit vanuit het zuiden, waar Luik gelegen is, aangekleed in Franse stijl met bloemenbedden aan weerszijden van de weg. Aan de andere kant van het kasteel kwamen de ommuurde parterre-tuinen en daarnaast, op de helling tegenover het dorp, de lager gelegen nutstuinen. Over hoe de toestand evolueerde tijdens de volgende generatie is weinig gekend. In 1871 hertekende de tuin- en landschapsarchitect Louis Fuchs de formele tuin op de erekoer. Fuchs was ook verantwoordelijk voor de aanleg van het Engelse landschapspark met de grote zichtassen. De formele tuin die voordien in verschillende terrassen was aangelegd en versierd met broderies, platte-bandes met bloemen, exotische blikvangers en tal van vazen, banken en rozenbogen werd genivelleerd en sterk vereenvoudigd. Het kasteel bezit ook de allerlaatste groentekelder van Europa. Daar kweken ze in de winter bij een constante temperatuur van vier à vijf graden niet alleen klassieke groenten, maar eveneens vergeten soorten zoals kardoen, pastinaak en zeekool.’In 1913 kreeg de Brusselse tuinarchitect Jules Janlet opdracht van de toenmalige graaf d’Ansembourg om zowel de oude formele tuin, de prinsentuin, als de voortuin te hertekenen. Hij deelde de formele tuin opnieuw in, rekening houdend met de bestaande lengte- en dwarsas. De aandacht voor rechte lijnen, evenwichtige verhoudingen en het gebruik van geometrische figuren als de halve boog zijn eigen aan de stijl van Janlet. Van hem dateren ook de drie brede terrassen aan de zuidoostelijke kant van het kasteel, -toen voorzien van fleurige bloemenbedden-, en de geometrische indeling van de prinsenhof zoals we die nu kennen. De terrassen werden in 1992 nogmaals heraangelegd naar een tekening van de Antwerpse tuinarchtitect Jaques Wirtz. De bloembedden met éénjarigen maakten plaats voor een passend strak ontwerp van gazons, geschoren taxusblokken en vlakken van dolomietgruis. (Diverse bronnen, Rudi Smeets en Wikipedia)

Stéphanie d’Ursel
Stéphanie d’Ursel
Graaf Ghislain (2017)