Vanavond 60 jaar geleden, eerste voorstelling van het Nederlands Toneel Gent.

Op 9 oktober 1965 ging het NTG van start met een merkwaardige opvoering van Maria Stuart van Friedrich von Schiller (1759-1805) in een regie van Georges Vitaly (animator van kleine theaters in Parijs) en de regieassistent was Jo Decaluwe.

Met Joanna Geldof in de titelrol en Suzanne Juchtmans als Elisabeth.

Maakten ook nog deel uit van deze eerste cast: Gaby Bouüaert, Roger Bolders, Jef Demedts, Daniël Decock, Eric Raes, Werner Kopers, Edgar De Pont, Jo Delvaux, Jaak Vissenaken, Jo De Meyere, Paul-Emile Van Royen, Eddy Asselbergs, Roger De Wilde, Greta Verniers, Anton Cogen, Blanka Heirman, Lieve Moorthamer, Maria Verheyden, Veerle Wyffels, Ivo Baeyens, Jan Gheysens, Dirk Liefooghe, Dirk De Vilder en Gilbert Braeckman.

Er werden van Maria Stuart drieëntwintig voorstellingen gespeeld, waarmee 13.429 toeschouwers werden bereik.

De laatste voorstelling was op 27 oktober 1965

De eerste NTG-directeur, Dré Poppe, kon er maar twee seizoenen blijven.

Wegens een onenigheid met zijn Raad van Bestuur met als voorzitter Bert Willems, omtrent participatie in de opbrengst van het toenemende aantal bezoekers, vroeg Poppe op het einde van het seizoen 1966-1967 van zijn verplichtingen als directeur ontheven te worden.

Hij werd opgevolgd door Albert Hanssens, die al als administrateur aan het NTG verbonden was.

Vandaag is ook het al twintig jaar geleden dat de Gentse auteur Paul Berkenman is overleden.

Deze naam is eigenlijk een pseudoniem voor Roger Thienpondt.

Thienpondt was een Gentse dichter en toneel auteur geboren in 1926.

Hij werd geboren in de Korianderstraat.

Na zijn middelbare studies aan de handelsafdeling van de Nijverheidsschool in Gent werd hij in 1946 opsteller bij de Nationale Bank van België.

In 1965 kwam hij in dienst van het Nederlands Toneel Gent (NTG), eerst als secretaris, in 1967 als chef administratie en in 1973 als verantwoordelijke voor de public relations.

In 1979 werd hij dramaturg bij Theater Arena en in 1985 werkte hij bij de musicalafdeling van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen.

Vanaf 1986 was hij freelance dramaturg en vertaler.

Hij schreef onder andere de succesvolle gedichtenbundel Orfeus achterna in 1949.

Voor dit werk kreeg hij de prijs voor letterkunde van de Stad Gent. Naast dichter was hij actief in het Vlaamse toneel.

Dankzij het Gentse productiehuis Cinébel, opgericht in 1958

Kon Berkenman die een grote passie had voor film.

Aan de slag gaan en dit leidde tot enkele filmprojecten, waar Want allen hebben gezondigd een voorbeeld van is.

Berkenman werkte voor deze film voor de tweede keer samen met de dramaturg Raymond Cogen.

In deze film speelde onder meer Jef Demedts, Hilde Uytterlinden, Suzanne Juchtmans en Raf Reymen.

Hun eerste langspeelfilm was Prelude tot de dageraad, een romantische film die werd uitgebracht in 1959.

Met hun tweede film wouden Berkenman en Cogen de onzin van de oorlog aanklagen.

Hoewel het thema van de Jodenvervolging het uitgangspunt is van het verhaal, zei Cogen dat dit thema slechts de achtergrond is van een klassiek noodlotsverhaal.

Het doel van beide filmmakers was met andere woorden niet een film te maken over de Jodenvervolging in België, maar dit thema was het best geschikt als achtergrond voor wat ze wel wouden vertellen.

De structuur van de film Want allen hebben gezondigd bestaat uit flashbacks van een Joodse vertelster, die tussen de stukken door mijmert over Wereldoorlog II.

Het voornaamste motief in de film is de schuldvraag, die al beantwoord wordt in de titel: Want allen hebben gezondigd. Berkenman en Cogen tonen aan de kijker een meer complexe schuldvraag dan wat ze gewoon zijn uit andere films.

Waar tot dan toe alles zwart-wit werd voorgesteld, een patriottisch volk tegenover een agressieve bezetter, is er in deze film veel meer aandacht voor de grijswaarden.

Zo is de ‘zwarte’ Von Lehndorf helemaal niet zo overtuigend als ‘vijand’, is de notaris ‘schuldig’ omdat hij ver gaat in zijn accommodatie en is de verzetsheld helemaal niet heroïsch wanneer hij totaal overbodig een medemens vermoordt.

De periodisering van de film is moeilijk te bepalen. Aangezien de jodenvervolging aan bod komt, kunnen we stellen dat het na 1942 is, aangezien dan pas de vervolgingen in België op gang kwamen.

In Want allen hebben gezondigd zien we een heel andere beeldvorming van de Duitsers en het verzet dan in de films van de Franstalige filmmakers. In de plaats van een verheerlijking van het verzet, zien we een nuancering van hun vermeende heldhaftigheid.

Ook de mythe dat de Duitse bezetters allemaal onmenselijke nazi’s waren, wordt in deze film ontkracht.

Op het eerste zicht is deze film een aanklacht tegen de oorlog en het racisme tegenover de Joden.

Maar als we de film plaatsen in de Belgische maatschappelijke context van een gespleten oorlogsherinnering, krijgt de film nog een tweede betekenis.

De film roept namelijk impliciet op om de harde beschuldigingen tegenover collaboratie her te bekijken.

Zo kan Von Lehndorf vergeleken worden met een collaborateur: hij staat weliswaar aan de Duitse kant, maar gaat daarom nog niet akkoord met de nationaal-socialistische theorieën.

De notaris kan op zijn beurt gezien worden als een symbool voor de accommodatiepolitiek van de Belgische elite en ook hen treft schuld.

De moord op Von Lehndorff ten slotte kan gelezen worden als symbool voor de wraakacties van het verzet op collaborateurs of de onrechtvaardige repressie.

Waarom in deze film collaboratie en repressie, thema’s die toch nog steeds actueel waren in Vlaanderen, niet expliciet voorkomen, kan verklaard worden door het feit dat er op deze zaken nog steeds een taboe rustte.

De tijd was nog niet rijp voor een film over dit thema. De vraag is echter of Vlaanderen er nu al klaar voor is in 2022.

In 1990 werd hem voor zijn oeuvre als dichter en toneelauteur en voor de belangrijke rol die hij speelde in de promotie van het theater de Frans Roggenprijs toegekend. (Ons Land 19 november 1960, scriptie Voor vorst, voor waarheid of voor kijkcijfers, Beeldvorming van Wereldoorlog II in de Belgische film van Maaike Van Melckebeke en Dirk de Wulf.)

de Gentse film Want alles hebben gezondigd (Ons land december 1960)

Vandaag 55 jaar geleden, première van het toneelstuk Becket, of de eer Gods in het Ntg (15 oktober 1966)

De regie was in handen van Kris Betz en de toneelmeester was Bert Van Leemput.

Regie-assistent: Jo Decaluwe.

Vandaag 55 jaar geleden, première van het toneelstuk Becket, of de eer Gods in het Ntg (15 oktober 1966)

Met onder meer Jef Demedts, Werner Kopers, Jan Gheysens, Theo Op De Beeck, Edgard De Pont, Marc Leemans, Albert Hanssens, Roger De Bolder, Jo Delveaux, Jaak Vissenaken, Grete Verniers, Hugo Van Den Berghe, Suzanne Juchtmans, Eddy Asselbergs, Jo De Meyere, Blanka Heirman, Jan Moonen, Eric Raes, Cyriel Van Gent, Roger De Wilde, Lieven Decaluwe, Jacky Lammens en Dirk Neyrinck.

Vandaag 55 jaar geleden, première van het toneelstuk Becket, of de eer Gods in het Ntg (15 oktober 1966)

Vanavond 55 jaar geleden, eerste toneelstuk stuk van het Nederlands Toneel Gent.

Op 9 oktober 1965 ging het NTG van start met een merkwaardige opvoering van Maria Stuart van Friedrich von Schiller (1759-1805) in een regie van Georges Vitaly (animator van kleine theaters in Parijs) en de regie-assistent was Jo Decaluwe.

Met Joanna Geldof in de titelrol en Suzanne Juchtmans als Elisabeth.

Maakten ook nog deel uit van deze eerste cast: Gaby Bouüaert, Roger Bolders, Jef Demedts, Daniël Decock, Eric Raes, Werner Kopers, Edgar De Pont, Jo Delvaux, Jaak Vissenaken, Jo De Meyere, Paul-Emile Van Royen, Eddy Asselbergs, Roger De Wilde, Greta Verniers, Anton Cogen, Blanka Heirman, Lieve Moorthamer, Maria Verheyden, Veerle Wyffels, Ivo Baeyens, Jan Gheysens, Dirk Liefooghe, Dirk De Vilder en Gilbert Braeckman.

Er werden van Maria Stuart drieëntwintig voorstellingen gespeeld, waarmee 13.429 toeschouwers werden bereik.

De laatste voorstelling was op 27 oktober 1965

De eerste NTG-directeur Dré Poppe, kon er maar twee seizoenen blijven.

Wegens een onenigheid met zijn Raad van Bestuur met als voorzitter Bert Willems, over participatie in de opbrengst van het toenemende aantal bezoekers, vroeg Poppe op het einde van het seizoen 1966-1967 van zijn verplichtingen als directeur ontheven te worden.

Hij werd opgevolgd door Albert Hanssens, die al als administrateur aan het NTG verbonden was.

Vanavond 55 jaar geleden, eerste toneelstuk stuk van het Nederlands Toneel Gent.
Vanavond 55 jaar geleden, eerste toneelstuk stuk van het Nederlands Toneel Gent.
Vanavond 55 jaar geleden, eerste toneelstuk stuk van het Nederlands Toneel Gent.
Vanavond 55 jaar geleden, eerste toneelstuk stuk van het Nederlands Toneel Gent.