Vandaag is het precies drie jaar geleden dat zangeres Bea Van der Maat is overleden

Béatrice Marguerite Van der Maat werd geboren op 15 november 1960 in Gent en bouwde vanaf de jaren tachtig een veelzijdige loopbaan op als zangeres, presentatrice, actrice en lerares.

Haar kleutertijd speelde zich af in Itterbeek bij Brussel, in een heel klein schooltje dat gehuisvest was in een gebouw dat ooit een café was geweest.

Van die periode herinnerde ze zich later niet erg veel meer.

Dat ze in de buurt van Brussel opgroeide, was zeker geen slechte zaak, want op die manier leerde ze Frans.

Niets spectaculairs voor zover ze wist, behalve dan dat ze uitzinnig blij was als er om tien uur chocolademelk werd uitgedeeld.

Gisteren nog vandaag

De eerste maanden van het eerste leerjaar bracht ze door in Regina Caeli in Dilbeek.

Die allereerste schooldag zou ze nooit vergeten.

Haar vader reisde in die tijd veel en had haar een zakje gegeven met de opdruk British European Airways, wat afgekort BEA was.

Ze ging er uiteraard trots mee naar school, maar toevallig was er een juffrouw die ook Bea heette.

De oudere kinderen begonnen haar direct te pesten, omdat ze dachten dat ze het zakje van juffrouw Bea had gepakt.

Later kreeg haar vader een baan in de buurt van Gent te pakken en verhuisde het gezin.

Ze woonden in Sint-Amandsberg en Oostakker, waardoor Bea het eerste studiejaar afmaakte in Onze-Lieve-Vrouw Visitatie.

Dat viel mee, maar het tweede jaar werd een absolute ramp.

Haar zus ging naar het vierde leerjaar en vreesde voor de strenge juffrouw Georgette. Precies die leerkracht bleek te zijn overgeplaatst naar het tweede leerjaar.

Door alle angstaanjagende verhalen van haar zus had Bea vooraf zoveel schrik dat het nooit meer goed is gekomen.

Het werd een verschrikkelijk streng jaar waarin ze continu last had van buikpijn.

Haar moeder nam haar mee naar de dokter, maar er was lichamelijk niets aan de hand.

Het was puur psychologisch, buikpijn van narigheid.

Daarna volgden Tienen en Diest.

Verhuizen vond ze soms erg vervelend, want het was niet leuk om haar vriendinnetjes op school telkens achter te laten.

Vanaf het derde leerjaar tot het tweede jaar humaniora zat ze op het Koninklijk Lyceum in Tienen.

Daar viel alles weer op zijn pootjes.

De eerste dagen waren wel moeilijk, omdat ze haar vriendinnen in Gent miste; samen met haar jongste zus liep ze de eerste twee dagen huilend rond op de speelplaats.

Toch werd het er uiteindelijk heel plezant. Gelukkig vormden ze thuis een hecht gezin met vijf meisjes die stevig aaneen hingen.

Ze zaten met z’n vijven op dezelfde school, wat de leerkrachten en studiemeesteressen sympathiek vonden en waar Bea van kon profiteren.

Ze was een echte babbelkous, maar omdat ze geen studieproblemen had, werd dat door de vingers gezien.

Ze kreeg wel eens flink wat straf toen ze jeukpoeder mee naar de klas had genomen, maar verder waren er nauwelijks problemen.

Op momenten waarop ze zich verveelde, maakte ze haar tafels van vermenigvuldiging al van tevoren af.

Een specifieke herinnering uit de lagere school staat los van de klaspraktijk, maar bleek achteraf erg belangrijk.

Als jongste van het gezin moest ze altijd de gedragen kleren van haar zussen afdragen, terwijl haar vriendinnetjes steeds nieuwe spullen kregen.

Dat voelde soms oneerlijk.

Achteraf gezien is het doorstaan van die jaloezie heel waardevol geweest, want ze leerde dat kleding eigenlijk niet zo belangrijk is.

Tegenwoordig droeg ze met plezier kledingstukken van haar zussen.

Thuis kregen de zussen vooral Franse muziek mee van hun ouders, zoals Julien Clerc en Gilbert Bécaud.

Haar moeder had voortdurend de Franstalige radio opstaan.

Toen Toppop op de Nederlandse televisie begon, was dat meteen helemaal het einde.

Met haar zussen keek ze elke week en ze waren verzot op Gilbert O’Sullivan.

Ze stonden te dansen voor de televisie en zongen vol overgave mee.

Met haar oudste zus deelde Bea een kamer.

Zij luisterde ’s avonds vaak naar Radio Luxemburg, en op die manier leerde Bea ook Engelstalige muziek kennen.

Het begin van de humaniora verliep bijzonder aangenaam.

Samen met drie vriendinnen met wie ze de plechtige communie had gedaan, volgde ze de lessen zedenleer.

Ze waren slechts met hun vieren en hadden een ontzettend leuke lerares.

De lerares nam de vier meisjes in haar Porsche mee naar de bioscoop, en soms gingen ze tijdens de les iets drinken in het cafetaria van de GB.

Eén keer ontstond er opschudding toen de lerares tijdens een les over voorlichting allerlei hulpmiddelen meebracht om de uitleg te verduidelijken.

Nadat dat uitlekte, reageerden sommige ouders woedend.

Vanaf het derde jaar humaniora belandde Bea door een nieuwe verhuizing op de nonnenschool in Diest.

Dat was een grote overgang, maar achteraf bleek de hoge onderwijskwaliteit erg nuttig.

Het niveau lag zo hoog dat ze na haar eerste overhoring wiskunde slechts een half op twintig haalde.

Dat was een diepe ontgoocheling, maar haar moeder reageerde heel begripvol door te zeggen dat het nog altijd beter was dan een nul.

Die reactie deed deugd en stimuleerde haar om haar best te doen.

In het middelbaar koos ze voor wetenschappen, omdat ze hield van vakken zoals scheikunde en biologie.

Op haar jonge leraar biologie was ze trouwens erg lang verliefd.

Hij was pas afgestudeerd en droeg meestal een zwart fluwelen pak.

Boven haar bed hing een kalender waarop ze op biologiedagen de letters P.V. noteerde, wat verwees naar Piet Verhoeven uit de Dagobertstraat in Leuven.

Ondanks haar liefde voor wetenschappen koos ze daarna toch voor een studie Germaanse talen.

Dat bleek evenwel te hoog gegrepen.

Ze heeft uiteindelijk geen examens meegedaan, maar toch heeft ze in dat jaar veel geleerd.

Ze begon kranten te lezen, raakte geïnteresseerd in politiek en in de wereld om haar heen, én ze leerde haar man kennen.

Het jaar daarop ging ze regentaat studeren.

Ze was erg enthousiast over lesgeven en wilde de perfecte lerares worden.

Ze overwoog sterk om effectief in het onderwijs te stappen, maar begin jaren tachtig waren de banen in die richting dun gezaaid.

Bovendien waren Bea en haar man net begonnen met hun newwaveband Chow-Chow en hadden ze geld nodig.

Haar man was een echte muziekfreak en hoewel hij zelf geen gitaar speelde, wilde hij graag een band beginnen.

Het was de bloeiperiode van de punk, waarin emotie belangrijker was dan perfect spel.

Bea bleek een goede stem te hebben en mocht zingen.

Om geld te verdienen voor de band ging ze op de boekhouding van een bedrijf werken.

Het was een saaie baan, maar het leverde de nodige financiële middelen op.

In 1982 deden ze met Chow-Chow een eerste keer mee aan Humo’s Rock Rally.

Ze kregen toen prima beoordelingen, maar raakten niet in de finale.

Bij hun tweede deelname in 1984 lukte dat wel en bereikten ze de finale.

Als ze later naar die muziek luisterde, vond ze het zeker niet slecht, al hoorde je wel hoe jong en onervaren ze toen nog waren.

Na het ontbinden van die groep gingen ze verder met meer muzikanten: een saxofonist, een tweede gitarist en een keyboardspeler.

Met die uitgebreide bezetting ging Bea als frontvrouw verder onder de naam Won Ton Ton.

Die naam klonk gewoon goed en kwam er ook grafisch mooi uit.

Pas later ontdekten ze dat er ooit een film was gemaakt met de titel Won Ton Ton, maar daar had hun naamkeuze niets mee te maken.

Bea was wel blij dat het om een hond ging, want ze was een grote hondenliefhebber.

Wie Won Ton Ton zegt, denkt onvermijdelijk aan de hit ‘I Lie and I Cheat’ uit 1988, wat een grote Belpop-klassieker werd.

Het nummer bereikte destijds in Vlaanderen de tiende plaats in de BRT Top 30.

Ook in Nederland was de single een succes met een dertiende plaats in de Top 40.

Vandaag is dit een onbetwiste klassieker.

De totstandkoming van dat nummer verliep heel organisch, net als bij hun andere nummers.

De ene muzikant speelde iets, de andere ging erop verder en zo groeide het lied vanzelf.

Ook de tekst ontstond via een hechte samenwerking: Bea begon woorden te zingen en haar man maakte de zinnen af.

De uiteindelijke songtekst gaat over mishandeling, al was dat uiteraard helemaal niet autobiografisch.

Hoewel er destijds zelfs internationale interesse was vanuit de Verenigde Staten, koos ze bewust voor haar gezin nadat ze zwanger werd van haar eerste kind.

In 1996 bracht ze nog het soloalbum Thin Skinned uit, een plaat die ze zelf als een persoonlijk muzikaal hoogtepunt beschouwde.

Eind jaren tachtig werd ze een bekend gezicht voor het brede publiek.

Bij de start van de commerciële zender VTM in 1989 vormde ze samen met Willy Sommers het allereerste presentatieduo van het populaire muziekprogramma Tien om te zien.

Een jaar later maakte ze haar filmdebuut aan de zijde van Urbanus in de kaskraker Koko Flanel, die uitgroeide tot een van de meest succesvolle Vlaamse bioscoopfilms ooit.

Later presenteerde ze onder meer de programma’s Dag Coco, Studio Gaga en het natuurprogramma Rare Streken.

Toch verklaarde ze later dat de schijnwerpers en de roem haar niet altijd even goed lagen.

Ze maakte een stap terug uit de mediawereld en besloot haar regentaatsdiploma te gebruiken om les te geven.

Vanaf 2004 gaf ze als leerkracht Engelse les in de middenschool in Keerbergen.

In juni 2022 werd bij haar de spierziekte ALS vastgesteld.

Bea Van der Maat koos uiteindelijk voor euthanasie en overleed op 27 juli 2023 op 62-jarige leeftijd.

30 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse zangeres Bea Van der Maat (De Post 13 september 1991)

Gisteren nog vandaag

Bea Van Der Maat (Joepie januari 1990)

Gisteren nog vandaag

Bea Van Der Maat (1989)

Gisteren nog vandaag

Bea Van Der Maat in de Joepie van 16 juli 1989

Gisteren nog vandaag

Koen Wouters, Willy Sommers, Bea Van Der Maat en Bart Kaëll in de Joepie van 23 juli 1989

Gisteren nog vandaag

Geen sterallures bij Bea Van der Maat en Dani Klein (Joepie 17 april 1988)

Gisteren nog vandaag

Het schoolverleden van Bea Van der Maat (Joepie 5 oktober 1986)

Gisteren nog vandaag

Bea Van Der Maat met het nummer Pain voor de tv-serie Flikken

Gisteren nog vandaag

De schaduwzijde van Tien om te zien: goudkoorts en gebroken dromen in de Vlaamse showbizz

De opmars van de Vlaamse amusementsmuziek aan het begin van de jaren negentig werd gedreven door een grenzeloos optimisme bij duizenden aspirant-artiesten.

Aangespoord door familie, fans en kleine platenbonzen geloofden velen oprecht dat ze een fantastisch talent bezaten.

Dit leidde ertoe dat artiesten soms wel zes singles opnamen en tot anderhalf miljoen Belgische frank investeerden — wat vandaag de dag neerkomt op ruim 37.000 euro — voordat ze beseften dat de beloofde distributie en promotie door de platenfirma uitbleven.

In de praktijk moesten vaders van jonge zangers vaak zelf met de auto de lokale winkels bevoorraden, omdat de beloofde nationale promotie uitbleef.

Het enorme succes van het wekelijkse muziekprogramma Tien om te zien op de commerciële televisie fungeerde hierbij als de grote katalysator.

Het programma bood een ongekend nationaal podium voor het levenslied en de lokale popmuziek, waardoor de verkoopcijfers van Vlaamstalige producties explodeerden.

Voor gevestigde iconen zoals Willy Sommers, die al sinds de jaren zeventig een sterrenstatus genoot met klassiekers als Zeven anjers, zeven rozen, betekende dit een krachtige tweede adem.

Het programma verbond de jarenlange ervaring van dergelijke boegbeelden met een hernieuwde commerciële dynamiek, waardoor zij ook bij een jongere generatie prominent in het vizier bleven.

Opvallend is dat Nederland op dit vlak een belangrijke voorloper was waar veel Vlamingen jarenlang naar keken.

Al vanaf 1971 was daar Op losse groeven te zien, dat later werd opgevolgd door Op Volle Toeren.

Beide programma’s werden gepresenteerd door Chiel Montagne, die daarmee de absolute pionier van het genre was.

Montagne, die helaas op 24 juli 2025 is overleden, bleef voor velen het symbool van de waardering voor het Nederlandstalige lied.

Omdat de Vlaamse staatszender BRT dergelijke amusementsvriendelijke programma’s nauwelijks bood, stemden veel kijkers in Vlaanderen, zoals ik, af op de Nederlandse televisie voor hun portie muziek van eigen bodem.

Pas met de komst van VTM kregen deze artiesten met Tien om te zien eindelijk een eigen lokaal platform van vergelijkbare schaal.

Naast de gevestigde waarden ontstond er in Vlaanderen echter een enorme nieuwe instroom die hoopte op een vergelijkbare doorbraak als bij de noorderburen.

Dit creëerde een scherp onderscheid tussen de professionele top en de wereld van de loonpersingen.

Terwijl de echte sterren konden rekenen op professionele begeleiding, boden kleine labels amateurs de kans om tegen hoge prijzen een single op te nemen.

Zangers draaiden vaak zelf volledig op voor de productiekosten. Voor een oplage van duizend exemplaren betaalde een artiest destijds tussen de 70.000 frank (ongeveer 1.735 euro) en 115.000 frank (bijna 2.850 euro).

Dit bedrag dekte de kosten voor de studio en een vierkleurenhoes, maar de beloofde kwaliteit bleek in de praktijk niet altijd op waarheid te berusten.

De markt raakte hierdoor verzadigd met muziek die door experts vaak als hopeloos ouderwets werd omschreven.

Het was niet ongewoon dat dezelfde melodieën aan verschillende artiesten tegelijkertijd werden verkocht, waarbij enkel de tekst werd aangepast.

Maandelijks stroomden er tientallen van dit soort singles en cassettes binnen bij televisieproducenten, ingestuurd door mensen die ervan overtuigd waren dat zij de volgende grote ster zouden worden naast hun idolen uit de jaren zeventig en tachtig.

Sommigen gingen zelfs zo ver dat ze hun volledige spaargeld van bijvoorbeeld 800.000 frank (circa 19.830 euro) opofferden voor een moment in de spotlights.

Voor de meeste van deze hoopvolle talenten bleef de kelder echter de uiteindelijke bestemming voor hun voorraad.

Meer dan de helft van de geperste singles raakte men aan de straatstenen niet kwijt.

De schrille tegenstelling tussen de weinigen die werkelijk doorbraken en de massa die enkel betaalde voor een illusie, typeerde deze gouden jaren van de Vlaamse showbizz.

Ondanks de financiële aderlating bleven velen hun uitgaven zien als een noodzakelijke investering in een droom, waarbij de glitter van het televisiescherm een onweerstaanbare, maar voor velen onbereikbare aantrekkingskracht behield.

Een aangrijpend artikel in de Joepie van 4 juni 1975, “De Vlaamse zanger Tony Winter na zware klap, namelijk het overlijden van zijn vrouw Rita Heymans, een loopbaan in dienst van zijn kinderen”, belichtte de moeilijke periode voor Tony Winter.

Tony Winter, geboren als Frans De Schrijver en getogen in Affligem-Teralfene (Vlaams-Brabant), begon zijn muzikale reis op veertienjarige leeftijd als gitarist.

Zijn artiestennaam was een speelse knipoog naar Willy Sommers, met de ambitie om de nummer twee in Vlaanderen te evenaren.

Dit lukte echter niet helemaal, want buiten twee bescheiden hits – “Geef mij jouw liefde” (een vertaling van Mike Brants “C’est ma prière”) in 1972 en “Mi Amore Angelica” in 1974, die de top van de Vlaamse Top 10 bereikte – bleef een doorbraak uit.

Na het tragische overlijden van zijn echtgenote in 1975, sloeg Tony Winter een nieuwe weg in.

Hij toerde met Frédéric François als diens licht- en geluidstechnicus.

In 1977 richtte hij zich op productiewerk en kwam hij in contact met Emly Starr. Tony Winter produceerde en schreef onder andere “No No Sheriff” voor Emly Starr, een nummer dat de veertiende plaats bereikte in de BRT Top 30 en de tweeëndertigste plaats in de Nederlandse Top 40.

Ook schreef hij “Samson” voor haar, waarmee Emly Starr België vertegenwoordigde op het Eurovisie Songfestival in 1981 en op de dertiende plaats eindigde met 40 punten.

Hoewel Tony en Emly verdwenen van het zangtoneel, werden ze bekend als het brein achter Globe Show Center in Denderleeuw, dat ook een filiaal in Dubai heeft. In de opnamestudio’s van het Globe Show Center in Denderleeuw werden onder andere de eerste uitzendingen van “Tien om te zien” opgenomen.

Tony Winter was zelfs de bedenker van de titel!

Zelfs wereldsterren als Tom Jones en Tina Turner maakten gebruik van zijn studio’s.

Tony’s drang naar innovatie leidde tot de ontwikkeling van de “Cyber-stage” in 1993.

In 2018 lanceerde hij met zijn bedrijf HD Ledshine het grootste mobiele scherm ter wereld, met afmetingen van 16 meter breed en 9 meter hoog.

Tragisch genoeg werd Tony Winter ernstig ziek door een zeldzame bijwerking van een medicijn.

Hij overleed op 2 februari 2022 op 71-jarige leeftijd.

Emly Starr over haar grote liefde voor producer Tony Winter (Joepie 14 maart 1982)

Tony Winter in 1950 geboren als Frans De Schrijver.

Hij is de broer van gitarist en zanger Mike Steve (echte naam Eugène De Schrijver)

Tony Winter groeide op in Affligem-Teralfene (Vlaams-Brabant) en was actief als zanger in de periode van 1972 tot 1976.

Tony Winter ging daarna aan de slag als lichttechnicus in Frankrijk bij Fréderic François.

Na zijn terugkeer richtte Tony Winter het Globe Show Center op in Denderleeuw.

Hij was ook de producer van zijn toekomstige vrouw Emily Starr en hij schreef voor haar het nummer Samson. Waarmee Emly ons land vertegenwoordigde op het Eurovisie Songfestival in 1981.

Na het overlijden van zijn eerste vrouw (Rita Heymans), trouwde hij met Emly Starr (echte naam Marie-Christine Mareels)

Tony Winter was ook de bedenker van de titel “Tien om te zien”.

In zijn opname studio’s in het Globe Show Center in Denderleeuw werden o.m. de eerste uitzendingen van “Tien om te zien” opgenomen.

Ook wereldsterren als Tom Jones en Tina Turner maakte gebruik van zijn studio’s.

Tony specialiseerde zich verder en bedacht in 1993 de “Cyber-stage”.

In 2018 lanceerde hij met zijn bedrijf HD Ledshine het grootste mobiele scherm ter wereld, 16 meter breed en 9 meter hoog.

Een bijwerking van een medicijn die één op een miljoen mensen treft, maakte hem ernstig ziek.

Tony Winter stierf dit jaar op 2 februari 2022 op 71-jarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag: Emly Starr over haar grote liefde voor producer Tony Winter (Joepie 14 maart 1982)

Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.

De op 12 juli 1932 als Eduard Van de Walle in Zelzate geboren entertainer groeide op in een arbeidersgezin.

Vader Henri, die zelf in de streek regelmatig optrad, werkte in de plaatselijke teerfabriek.

Hij leerde de jonge Eduard accordeon, gitaar en mondharp spelen.

Wanneer Henri op 49-jarige leeftijd overlijdt, wordt de dan 14-jarige Eduard kostwinner in een weverij.

Ook treedt hij na zijn werkuren op en neemt deel aan crochetwedstrijden, de talentenjachten van toen.Op een van die wedstrijden leert hij Mariëtte kennen, met wie hij in 1956 huwt.

Een jaar later wordt hun enige dochter Marina geboren.

Begin jaren 60 opent de tot Eddy Wally herdoopte zanger in Ertvelde de dancing Paris-Las Vegas en gaat hij handtassen verkopen op de Vlaamse markten.

Wanneer Eddy in 1966 de Nederlandse producer Johnny Hoes leert kennen, is dat het begin van zijn succes.

De eerste single ‘Chérie’ wordt meteen een enorme hit, n°1 in Ultratop en goed voor 50.000 exemplaren.

Daarna volgen liedjes als ‘Ik Spring Uit Een Vliegmachien’, ‘Als Marktkramer Ben Ik Geboren’ en ‘Dans Met Mij De Laatste Tango!’.

Opmerkelijk voor een Vlaams charmezanger: hij wordt ook gevraagd in het buitenland, tot in Las Vegas en Rusland. ‘Chérie’ wordt zelfs in het Chinees ‘Baobei’.

Naarmate zijn carrière vorderde, dankte Eddy zijn populariteit steeds meer aan zijn opgemerkte verschijningen in tv-programma’s, waarin hij zich gretig uitspraken als “Geweldig!” of “Eddy Wally is in the house” liet ontvallen.

Legendarisch is zijn bijdrage in 1989 aan het absurdistische comedyprogramma Lava, waarin hij naast Kamagurka en Herr Seele als Kapitein Wally te zien is in de Star Trek-parodie Wally In Space.

Eddy presenteerde met de twee artiesten ook Studio Kafka op StuBru en in de 70s het Radio 2-programma Onvergetelijk.

In 2014 was hij het onderwerp in de docureeks Kroost van Eric Goens.

In 1995, tijdens de hoogdagen van Tien Om Te Zien, maakt Eddy Wally een opmerkelijke comeback in Ultratop met een house-uitvoering van zijn debuuthit. ‘Chérie (Is In Da House)’ wordt een gigantische hit, n°3 en 19 weken notering, en schopt het zelfs tot de Nederlandse Mega Chart.Hierna volgden nog succesvolle danceversies van ‘Als Marktkramer Ben Ik Geboren’ (hertiteld tot ‘Als Housekramer Ben Ik Geboren’) en ‘Ik Spring Uit Een Vliegmachien’.In 1994 wordt Planetoïde (2025) Eddywally naar hem vernoemd.

In 2013 krijgt hij als eerste het statuut van ereburger van de Gentse Feesten.

Hij draaft ook in strips van Urbanus, Nero en Suske & Wiske en in F.C. De Kampioenen.(Diverse bronnen en Wikipedia)

Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.
Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.
Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.
Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.
Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.
Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.
Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.
Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.
Vandaag is het ook vijf jaar geleden dat de Vlaamse charme zanger Eddy Wally is overleden.