Vandaag, 95 jaar geleden, vond de 12de IJzerbedevaart plaats

De twaalfde IJzerbedevaart vond plaats op drieëntwintig augustus 1931 in Diksmuide.

Een jaar na de plechtige inwijding van de eerste IJzertoren in 1930 kwamen opnieuw tienduizenden Vlaamse pelgrims, veteranen en sympathisanten samen aan de oevers van de IJzer.

Deze jaarlijkse bijeenkomst stond in het teken van de herdenking van de Vlaamse soldaten die waren gesneuveld tijdens de Eerste Wereldoorlog.

De editie van 1931 versterkte de rol van het IJzermonument als centraal symbool voor het Vlaams-nationale bewustzijn en de Vlaamse cultuureisen.

Gedragen door de bekende leuzen ‘Alles voor Vlaanderen’, ‘Vlaanderen voor Christus’ en ‘Nooit meer Oorlog’, verbond het evenement de roep om Vlaamse ontvoogding met pacificatiedrang en christelijke waarden.

De bijeenkomst kenmerkte zich door toespraken, gezangen en vlaggenhuldes, en verankerde de IJzerbedevaart definitief als een van de meest bepalende massamanifestaties van het interbellum in Vlaanderen.

Het absolute hoogtepunt van deze twaalfde bedevaart was de onthulling van het imposante monumentale standbeeld ter ere van de Vlaamse soldaat Renaat De Rudder.

Dit imposante werk werd geplaatst als een van de hoekpijlers aan de voet van de IJzertoren en was het eerste van een reeks monumentale hoekbeelden die het Vlaamse IJzerleed moesten symboliseren.

Het standbeeld werd ontworpen door de Vlaamsgezinde beeldhouwer Karel Aubroeck.

Aubroeck, geboren in Temse in 1894, was een expressionistisch kunstenaar en oud-frontsoldaat die bekendstond om zijn monumentale constructivistische stijl en het gebruik van robuuste materialen.

Voor het beeld van De Rudder maakte hij gebruik van een vernieuwende en technisch uitdagende techniek waarbij een mozaïek van keien en gietbeton werd gecombineerd. Aubroecks gestileerde vormgeving gaf het figuur een krachtige expressie.

De Rudder werd afgebeeld met geboeide handen die ondanks de ketenen vlugschriften omklemden en naar boven reikten, als verbeelding van het idee dat het ideaal stijgt boven de lichamelijke geknevelijkheid.

Het beeld bracht een eerbetoon aan Renaat De Rudder, een jonge oorlogsvrijwilliger uit Oostakker die studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege in Eeklo.

Aan het front sloot De Rudder zich aan bij de Vlaamsgezinde Frontbeweging, richtte hij het frontblad ‘De IJzerkerels’ op en verspreidde hij Vlaamsgezinde vlugschriften.

In december 1917 kwam hij op twintigjarige leeftijd om het leven na een incident tijdens een verkenningstocht in niemandsland.

Na de oorlog groeide hij uit tot een van de grote IJzersymbolen en werd zijn nagedachtenis een symbool voor het strijdbare Vlaams-nationalisme.

Wetenschappelijke congressen te Gent in april 1936

In april 1936 trokken de wetenschappelijke congressen in Gent opnieuw veel belangstelling.

De geschiedenis van deze bijeenkomsten gaat terug naar 1897, inmiddels 139 jaar geleden, toen in Gent de eerste grote Vlaamse wetenschappelijke bijeenkomst plaatsvond in de vorm van het eerste congres voor natuur- en geneeskunde.

Destijds waren er 23 sprekers en 101 deelnemers, van wie zelfs niet iedereen een universitaire achtergrond had.

De pionier van dit initiatief was Julius Mac Leod (1857-1919), een invloedrijke botanicus en hoogleraar aan de Universiteit Gent.

Hij speelde een cruciale rol in de Vlaamse beweging en zette zich onvermoeibaar in voor de vernederlandsing van het hoger onderwijs.

Zijn visie was dat het volk zich alleen intellectueel en sociaal kon ontwikkelen als wetenschap en onderwijs in de eigen taal werden aangeboden.

Als directeur van de Plantentuin in Gent legde hij met de oprichting van dat eerste congres de basis voor de latere wetenschappelijke congressen.

In 1910 vonden er drie congressen plaats en in 1920 ontstonden de Vlaamse Wetenschappelijke Congressen onder leiding van een gezamenlijke regelingscommissie.

Vanaf 1926 werden verschillende congressen afwisselend in Nederland en bij ons georganiseerd.

In 1934 telde men in Leuven 279 sprekers, waaronder 52 Nederlanders, en bijna 5000 leden.

Toch was er destijds een gebrek aan blijvend contact en continuïteit.

Afzonderlijke wetenschappelijke initiatieven en intellectuele bijeenkomsten misten de gewenste slagkracht.

Er bestond nog geen algemeen centraal kaartsysteem en ook geen tijdschrift.

Daarom werd op 27 januari 1935 de Vereniging voor Wetenschap opgericht als een direct resultaat van de congressen.

Deze vereniging gaf het blad Wetenschap in Vlaanderen uit, dat al in 1936 werd omgedoopt tot Wetenschappelijke Tijdingen.

Hoewel de vereniging in 2004 werd stopgezet, leeft het tijdschrift vandaag de dag nog steeds voort onder de naam WT, al ligt de focus nu volledig op de geschiedenis van de Vlaamse beweging.

In 1936 waren er twaalf congressen gepland, waarbij vooraanstaande Vlaamse geleerden zouden meewerken.

De Vereniging voor Wetenschap probeerde destijds ook de culturele band met Nederland en Zuid-Afrika te versterken.

De foto’s tonen het volgende: 1. De openingsvergadering in de aula van de Universiteit Gent tijdens de toespraak van dr. Van Broekhuizen, gezant van Zuid-Afrika in Den Haag. 2. Dr. Van Broekhuizen spreekt over Zuid-Afrika. Ook een beeld van de eretribune. 3. De boekententoonstelling. 4. Oude kranten op de afdeling dagbladwetenschap. 5. Een tentoonstelling van wetenschappelijke boeken voor de jeugd.

Vandaag is het 90 jaar geleden dat de Vlaamse priester Blancke Karel is overleden (18 januari 1934)

Blancke Karel was een Vlaamse priester en schrijver die zich inzette voor de Vlaamse beweging.

Hij studeerde aan het Klein Seminarie van Roeselare, waar hij Hugo Verriest als leraar had en Zeger Maelfait als medeleerling.

Hij was actief in de letterkundige kring en als voorzitter moedigde hij de leerlingen aan om deel te nemen aan de Vlaamse strijd.

Hij ging verder studeren aan het Grootseminarie in Brugge, waar hij bevriend raakte met Amaat Vyncke.

Hij werd kapelaan en werkte mee aan verschillende Vlaamse tijdschriften, zoals De Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen, De Vlaamsche Vlagge en Rond den Heerd.

Hij was ook een van de stichters van de volksalmanak ’t Manneke uit de Mane.

In De Vlaamsche Vlagge schreef hij vooral over godsdienstige en zedelijke onderwerpen, maar ook over de Vlaamse strijd.

Hij riep de lezers op om de Vlaamse taal te beminnen, het ‘vreemde juk’ af te schudden en zich in te spannen om een sterk en katholiek Vlaanderen op te bouwen.

In 1925 verbrak hij echter zijn banden met De Vlaamsche Vlagge, nadat de bisschoppen het Vlaams-nationalisme hadden veroordeeld.

Hij vond dat het blad moest stoppen of zijn propaganda moest staken.

De meeste redacteurs waren het niet met hem eens en hij verliet de redactie om problemen met zijn bisschop te vermijden.

Als pastoor in verschillende gemeenten, waaronder Kortemark vanaf 1908, was hij betrokken bij het sociaal-culturele leven en ijverde hij voor de vervlaamsing van het openbaar leven.

Hij was ook een van de leiders van de katholieke partij in Kortemark.

Gisteren nog vandaag