Van duivelseik tot bedevaartsoord: de bewogen geschiedenis van Jezus-Eik en zijn Maria-spel

Met een Maria-spel werd in Jezus-Eik gevierd dat de Vlaamse vroomheid hier al driehonderd jaar diepgeworteld zit.

Zo’n Maria-spel is een traditionele vorm van religieus volkstoneel of een theatraal openluchtspel waarin lokale spelers en koren in opeenvolgende taferelen de ontstaansgeschiedenis en de devotie van het bedevaartsoord uitbeelden.

Het Maria-spel was een eenmalige, grootschalige openluchtopvoering die specifiek werd gecreëerd ter gelegenheid van dit historisch driehonderdjarig jubileum.

Heel de parochiegemeenschap werd daarbij ingezet als speler, zanger of figurant om het ontstaan van het bedevaartsoord theatraal te herdenken.

De opvoering vond precies plaats op 9 augustus 1951. Het vormde het absolute hoogtepunt van de driehonderdjarige jubileumviering van Jezus-Eik die zomer.

Met dat groots opgezette openluchtspel bracht men op die datum de hele geschiedenis van het bedevaartsoord nog eenmaal theatraal tot leven voor een massaal opgekomen publiek.

Nadien is dit spel niet uitgegroeid tot een blijvende of periodieke opvoering zoals pakweg een Passiespel of een vaste processie.

De religieuze verering in de Onze-Lieve-Vrouwkerk en de bedevaartstraditie bleven op bescheidener schaal voortbestaan, maar het theaterspel zelf behoort tot het historische verleden van het gehucht.

De geschiedenis van deze bijzondere plek gaat dan ook ver terug in de tijd.

Oorspronkelijk lag het hele gebied volledig in het Zoniënwoud, dat hier werd doorsneden door de steenweg van Brussel naar Waver.

Hier stond een eik die al verschillende keren door de bliksem was geraakt. Om onheil en de duivel af te wenden, spijkerde men een kruisbeeld aan deze duivelseik.

Rond 1636 liet een Brusselaar hier een Mariabeeldje bevestigen en daarna zou het aantal wonderlijke genezingen hier zijn gestegen. Jezus-Eik groeide zo uit tot een bedevaartsplaats, onder toezicht van de Abdij van Heverlee.

De pastoor van Tervuren richtte er een altaar op en door het succes werd een houten kapel gebouwd, die stelselmatig werd uitgebreid en verstevigd.

In 1650 werd de eerste steen gelegd van een volwaardige kerk.

Dat gebeurde onder impuls van Leopold Willem van Oostenrijk (1614-1662), de vrome landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden die vaak kwam bidden aan de eik.

De werken aan de Onze-Lieve-Vrouwkerk zouden dertig jaar duren.

De Franse naam voor Jezus-Eik, Notre-Dame-au-Bois, ontleent er nog steeds haar naam aan. In 1700 werd dit een parochiekerk.

Op de Ferrariskaart uit de jaren 1770 is de plaats te zien als een gehuchtje, midden in het Zoniënwoud, aangeduid als N.D. au Bois (Notre-Dame-au-Bois).

Op het einde van het ancien régime werd Jezus-Eik een gemeente, maar deze werd in 1810 alweer opgeheven en bij Overijse gevoegd.

De rand van het Zoniënwoud werd teruggedrongen, waardoor Jezus-Eik aan de bosrand kwam te liggen.

In de loop van de twintigste eeuw werden in het gebied tussen Jezus-Eik en Overijse nieuwe woonwijken aangelegd, waardoor het gehucht vergroeide met de rest van Overijse.

Ook het kerkgebouw kende een bewogen geschiedenis.

55 jaar geleden werd de kerk grondig gerestaureerd, maar tijdens de werken stortten de neogotische gevel en de toren in, op 23 januari 1969.

De restauratiewerken werden bijgestuurd en op basis van oude tekeningen werd de nieuwe gevel opgetrokken.

Zo kreeg de kerk in 1973 zijn barokke gevel terug.

In 2007 werd de kerk tenslotte binnenin nog uitgebreid gerenoveerd.

Vandaag de dag functioneert Jezus-Eik niet meer als een drukbezocht bedevaartsoord met grote, georganiseerde volkstoeloop.

De tijd waarin duizenden pelgrims te voet vanuit Brussel en omstreken naar de bosrand trokken voor wonderbaarlijke genezingen, ligt definitief in het verleden.

Wel leeft het bedevaartskarakter nog altijd voort in een ingetogen, lokale en erfgoedgerichte vorm.

De Onze-Lieve-Vrouwkerk blijft toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Jezus-Eik en vormt het spirituele hart van de dorpsgemeenschap.

Vooral in de meimaand steken individuele gelovigen, wandelaars en fietsers uit de streek er nog regelmatig een kaarsje aan bij het historische Mariabeeld.

Daarnaast is het rijke bedevaartsverleden nog altijd voelbaar in het dorpsbeeld: de vele herbergen en eetgelegenheden rond het kerkplein danken immers hun ontstaan aan het onthaal van de bedevaartgangers uit vervlogen tijden, waardoor de plek van een massaal pelgrimsoord harmonieus is geëvolueerd naar een sfeervol trefpunt voor rust, bezinning en ontmoeting.

Plaats een reactie