Hij werd geboren in Skalbmierz, Polen, op 17 juli 1929 en als tiener overleefde hij de gruwelen van de concentratie kampen tijdens de tweede wereld oorlog. Toch bleef hij naar het leven kijken met de verwondering van een kind en dat uitte hij in zijn mime en proza.Na de oorlog kwam Kanar naar de Israëlische Kibboets Mishmar Hasharon en vocht er in de Onafhankelijkheidsoorlog.Daarna volgde hij in Frankrijk een opleiding als mimespeler bij Etienne Decroux en Marcel Marceau (de grondleggers van de Mime als autonome kunst)Terug gekomen naar ons land was hij en Gentenaar Marcel Hoste, nog beter gekend als M.A.J. Hoste de enige professionele mimes die ons land ooit heeft gekend.Marcel Hoste geboren op 12 april 1912 in de Gentse Sleepstraat, groeide op in een artistiek aangelegde familie. Zijn vader, Charles Hoste, was beroepsfotograaf die vooral werkte voor de Gentse opera. Moeder was actief als naaister en groeide uit tot modeontwerpster in de haute-couture nijverheid.M.A.J. Hoste volgde na zijn Lagere School de opleiding aan de Gentse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (1924 -1930). Hij kreeg er les van Victor De Budt, Léonard de Buck, Carl De Cock en Oscar Coddron. In 1934 herneemt hij deze opleiding en volgt er als leerling o.a. (teken)lessen bij Jos Verdegem, Gustave Dierkens, Alphonse De Cuyper en Rob Aerens. Bij het begin van Wereldoorlog II gaat Hoste als hulp meewerken in het atelier van de Gentse schilder Karel Van Belle. Zo ontwikkelde M.A.J. Hoste zich langzaam tot een gewaardeerd kunstenaar schilder die op regelmatige wijze tentoonstelde in zijn eigen atelier, in Galerij Pan en in Galerij Vyncke-Van Eyck te Gent.In 1935 begint M.A.J. Hoste aan de realisatie van een kinderdroom: poppenspeler worden en een eigen poppentheater bouwen. M.A.J. Hoste zelf vertelt hierover het volgende: Ik was nog zeer klein toen ik reeds theatertjes bouwde. Vader kocht schermen en mannekens/uitgave Epinal e.a. Deze werden op karton geplakt en klaar was kees! In 1935 richt Hoste Het Poppengildeke ’t Maske op, een concept waarbij woord, beweging, schermen en muziek één zouden worden wat geen vanzelfsprekendheid was voor de jaren ’30. De toeschouwer moest vergeten dat hij naar poppen zat te kijken. Belichting en muziek dienden de juiste sfeer te creëren. De decors moesten sober zijn en enkel het essentiële weergeven. In aanvang was ’t Maske vooral een familiaal gebeuren maar tijdens de oorlogsjaren evolueerde ’t Maske tot een gewaardeerd en veel gevraagd poppentheater.In 1952 was hij de oprichter van het Gentse Sabbattini-Pantomimetheater, toen gevestigd in een van de ruimten onder de Sint-Pieterskerk in de Tweekerkenstraat te Gent. De naam Sabbattini ontleende men aan Nicola Sabbattini, een Italiaans architect en ingenieur uit de zestiende eeuw, die een boek over theater- en decorbouw schreef. Hoewel het Sabbattini-theater het kleinste van Europa was, slaagde het er in om internationaal naam te maken en bekende mimespelers naar Gent te halen, zoals Marcel Marceau en Etienne Decroux en natuurlijk ook zijn vriend Zvi Kanar. Hoste had eveneens een mimeschool in de Lange Steenstraat in Gent waar hij zelf les gaf. Een aantal van zijn leerlingen zijn nog steeds bekend in het Vlaamse landschap van theater, stand-upcomedy, cabaret en mime.Begin de jaren 70, was Europa te klein geworden voor Zvi Kanar en hij vertrok naar New York.Daar begon hij buiten het mimespel, ook zijn verhalen in het Jiddisch in Yugntruf en andere tijdschriften te publiceren.Ook had hij veel succes met zijn drama ‘Run Jacob, Run !,’ dat in de jaren tachtig in New York werd gespeeld.Daar beeldde hij uit hoe zijn onschuldige jeugd werd vernietigd door de Holocaust. In een krachtige, stille uitvoering sprak hij alleen de woorden die zijn vader in het Jiddisch tot hem had uitgeroepen toen Duitsers zijn stad binnenkwamen – ” Loyf, Yankev !” Of: “Rennen, Jacob!”Later schreef hij drie romans in het Jiddisch : ” Ikh un Lemekh ” (“I en Lemekh,” 1994), ” Opgegebn Broyt ” (Returned Bread, 1996 en daarmee won hij de Israëlische Itzik Manger-prijs voor Jiddische literatuur) en ” A Fish Hot Mikh Nisht Ayngeshlungen ” (“A Fish Did Not Swallow Me, ”2003).In zijn romans beschreef hij niet alleen de gruwelen dat de Duitsers hebben gedaan in de concentratie kampen, maar ook over de foute keuzes en de misdaden van medegevangenen. Ook beschreef hij hoe sommige van zijn mede gevangenen zich schuldig maakte aan kannibalisme.Zijn geschriften, die de ergste scènes uit de Holocaust laten zien, bevatten altijd ironie en humor. Klein in bouw en jong toen hij aankwam in het concentratiekamp Buchenwald, gebruikte hij zijn fysieke nabootsingsvermogen om in leven te blijven, waardoor hij groter leek dan hij in werkelijkheid was. Op een keer, nadat een Duitse officier hem op de grond had geslagen en iedereen ervan uitging dat hij dood was, sprong hij opgewekt op en keerde terug naar de linie alsof er niets was gebeurd. Dit vermogen om terug te stuiteren en te volharden is terug te vinden in al zijn werken.In 1994 keerde hij terug naar Israël, bleef hij zijn proza publiceren en startte daar met een acteercarrière.Zo was hij onder ander te zien in de film Train de Vie (1998), Voyages (1999) en Forgiveness (2006)Tien jaar geleden, op 18 april 2009 stierf hij in Tel Aviv, Israël op 80 jarige leeftijd.(Diverse bronnen foto 1 tot en met 3 Zvi Kanar september 1964, Foto 4 M.A.J. Hoste)




Een enorme leerkracht die buiten het mimespelen ons lessen bijbracht van nederigheid en ware liefde voor de medemens.
LikeLike