35 jaar geleden, reclame voor het textielbedrijf UCO in Gent

In 1960 verhuisden de kantoren en opslagplaatsen voor de stoffen naar een nieuw pand, zeer gunstig gelegen aan de uitrit Gent-centrum van de snelweg.

Op de tussenverdieping bevond zich het restaurant en op de bovenverdieping het appartement van baron Braun, inclusief salon en eetkamer teneinde er hoge gasten te kunnen ontvangen.

Op december 1967 ging de Union Cotonnière een fusie aan met Louisiane-Texas (Loutex) en met de Etablissements Textiles Fernand Hanus.

Voortaan waren de 3 ondernemingen verenigd onder het letterwoord UCO.Aangezien de Etablissements Textiles Fernand Hanus de belangrijkste aandeelhouder was van de Union Cotonnière, werd René Hanet voorzitter van het directiecomité.

De Generale Maatschappij nam als tweede aandeelhouder het voorzitterschap waar van de Raad van Bestuur. Het directiecomité telde 10 leden en bestond uit 4 algemene directiediensten.

1. Een algemene directie Administratie onder de leiding van baron Gaston Braun, ondervoorzitter van de Raad van Bestuur en tevens voorzitter van een groot aantal textielondernemingen (Filtisaf, Bertel en TAE). Hij werd bijgestaan door zijn zoon Michel en door de oudste zoon van René Hanet, Fernand. Voor de veredelingsafdeling van TAE werd hij bijgestaan door Jacques Hanet.

2. Een algemene directie Spinnerij onder de leiding van Jacques Voortman, ondervoorzitter van de Raad van Bestuur en verantwoordelijke voor de spinnerijen. Zijn schoonzoon Etienne van den Boogaerde bood hem ondersteuning voor het commerciële aspect; Paul en Philippe Hebbelynck deden dit voor het technische aspect.

3. Een algemene directie Weverij onder de leiding van René Hanet, ondervoorzitter van de Raad van Bestuur en verantwoordelijke voor de weverijen. Zijn tweede zoon Paul stond hem bij in de commerciële dienst en zijn jongste zoon Jacques in de technische dienst, de veredeling en de kostprijsberekening.

4. Een algemene directie Technische Diensten onder de verantwoordelijkheid van Paul Hebbelynck. Hij beheerde het technische aspect en de kostprijzen. Inzake spinnerij werd hij ondersteund door zijn zoon Philippe, inzake weverij door Jacques Hanet.Doordat Jacques Hanet het enige lid was van het directiecomité dat deel uitmaakte van 3 algemene directies, werden de veredelingsafdelingen van TAE ondergebracht in de weverijen.

Zo werden deze 3 directies op papier herleid tot 2 directies op het terrein (spinnerij en weverij).In december 1967 beschikte de algemene directie Spinnerij over 13 spinfabrieken en de algemene directie Weverij over 11 weeffabrieken, 4 draadververijen, een grote veredelingsfabriek voor stoffen in Laarne, een breigoedfabriek, een confectieatelier voor hemden en 2 voor bedlinnen. Het aandelenkapitaal bedroeg 1.618.860.000 Belgische frank en 3 miljard Belgische frank aan eigen reservefondsen en afschrijvingsfondsen. In totaal werden er bijna 7000 mensen tewerkgesteld.

Na de fusie maakten alle Gentse katoenspinnerijen deel uit van de UCO, met uitzondering van de Filature d’Orléans (opgekocht in 1970) en de kleine spinnerij De Porre.

Hetzelfde gold voor de weverijen, met daar als uitzondering de firma nv Dierman die overgenomen werd door de Amerikaanse textielmaatschappij Milliken, nv. De Porre en nv. Van Acker.

Deze twee laatste staakten hun activiteiten in 1980.Het zou het begin zijn van het einde. In 1989 werd UCO opgesplitst in enkele min of meer zelfstandig opererende divisies. In hetzelfde jaar werden de afdelingen, voor onderzoek, opleiding, ontwikkeling en hoogtechnologisch textiel gesloten.

In 2006 vond een fusie plaats tussen UCO en het bedrijf Raymond Ltd., waaruit Uco Raymond Denim Holding voortkwam.

In 2008 sloot de denimfabricage te Gent. Daardoor verloren 393 mensen hun werk.

In 2009 sloot Cotonnière E.J. Braun, de modernste fabriek. Op die manier verdween UCO, en daarmee bijna de gehele katoenindustrie, uit Gent.(Diverse bronnen en Jacques Hanet)

Plaats een reactie