
Jean Bosco Safari (Jean Vydt) in de Post van 22 maart 1991

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek






Super Vlaamse Top 15 (Joepie 22 maart 1986).








Brt Top 30 (week van 21 maart 1981)

Engelse Top 10 singles en Lp’s en Franse Top 10 singles (week van 22 maart 1981)

Europarade (week van 22 maart 1981)

Brt Vlaamse Top 10 (week van 22 maart 1981)

Polderpopparade (week van 22 maart 1981

Paul Snoek wordt gerekend tot de Vijfenvijftigers, een groep experimentele dichters van voornamelijk Vlaamse origine gegroepeerd rond Gard Sivik, zoals Gust Gils en Hugues C. Pernath, die allen zijn gaan publiceren voor 1955.
Deze generatie dichters vormde een reactie op de voornamelijk Nederlandse Vijftigers, waaronder Lucebert, Gerrit Kouwenaar, Jan Elburg, Remco Campert, Simon Vinkenoog, Hans Andreus en Hugo Claus.
Paul Snoek weigerde trouwens ingedeeld te worden bij de Nederlandse Vijftigers.
Zijn werk is moeilijk bij één stroming in te delen of valt moeilijk onder één noemer te vatten.
Begonnen als romantisch dichter, evolueerde hij naar meer agressieve en cynische geschriften.
Op het laatste werd hij een gelaten, pessimistisch dichter, in overeenstemming met zijn manisch-depressieve buien.
Paul Snoek schilderde ook en stelde zijn werken tentoon. Het KaZ in Oostende bezit een viertal schilderijen van hem, onder andere “Little Venus” en “Angry Jupiter”.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post van 21 maart 1971)





De Kota Inten liep op 21 maart 1951 de haven van Rotterdam binnen met aan boord zo’n duizend ex-KNIL-militairen van Indonesische en – grotendeels – Molukse origine.
De Kota Inten was een maand eerder uit Indonesië vertrokken.
Tot 21 juni zouden nog elf ‘Molukse transporten’ in Rotterdam en Amsterdam aankomen, met in totaal ongeveer 12.500 mensen aan boord.
Tot een beloofde en verwachte terugkeer zou het nooit komen.
De Molukkers waren soldaten van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) en hun gezinnen.
Ze waren naar Nederland gehaald omdat hun veiligheid niet langer gegarandeerd kon worden, nu het Indonesische leger de Zuid-Molukken had bezet
De bijna 1000 Molukkers die als eerste voet aan Nederlandse wal zetten, troffen het niet.
Er stond op die eerste lentedag een gure zuidwesten wind en er viel geregeld natte sneeuw.
In Suez hadden de vrouwen en kinderen militaire trainingspakken gekregen, maar dat verhinderde niet dat ze rillend van boord gingen.
Bij aankomst werden ze namens de koningin toegesproken door generaal D.C. Buurman van Vreeden. ‘De zorg die de Nederlandse regering aan u wijdt, terwijl het land in grote moeilijkheden verkeert, vraagt van uw kant ook medewerking’, zo zei hij onder meer.
Verder zei hij te hopen dat het verblijf hier ‘een goede herinnering’ zou blijven.
De Nederlandse regering, maar ook de Molukkers zelf gingen er namelijk van uit dat ze slechts tijdelijk in Nederland zouden blijven.
Na hun aankomst gingen de meeste Molukkers per bus naar het mobilisatiecentrum Amersfoort, waar ze werden onderzocht op tuberculose.
In Amersfoort ontvingen de militairen ook hun ontslagformulier, een gestencild papiertje waarop soms niet eens de naam van de betrokkene was ingevuld.
Sommigen weigerden het te ondertekenen.
Vanuit Amersfoort vertrokken de Molukkers – opnieuw per bus – naar een van de 52 woonoorden.
Achter de term ‘woonoord’ gingen allerlei soorten huisvesting schuil: militaire complexen, kloosters, villa’s en twee voormalige Duitse kampen: Vught en Westerbork.
In de omgeving van Rotterdam waren aanvankelijk geen Molukse woonoorden.
Dat veranderde in 1952 toen een groep Molukse ex-politiemensen zich in Slikkerveer vestigde, waar ze aan de slag konden bij twee scheepswerven en een constructiebedrijf.
De nieuwe werknemers kregen onderdak in een bedrijfsloods die al gauw werd omgedoopt in Kamp Q.
In 1958 vestigde een aantal Molukse gezinnen zich in een barakkenkamp bij Capelle aan den IJssel. Dit kamp, dat IJsseloord werd genoemd, omvatte onder meer een kerkgebouw, een school, een badhuis en een polikliniek.
In 1972 verhuisde een groot deel van de gezinnen in IJsseloord naar de nieuwe Molukse buurt in de wijk Oostgaarde.
Ook elders in de regio, zoals in Krimpen en Ridderkerk, waren inmiddels Molukse wijken gebouwd.(Diverse bronnen en Wikipedia)
