





Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek







In 1905 werd in Ukkel een college gesticht, waar De Boeck mocht studeren.
Hij eindigde de Grieks-Latijnse humaniora als primus met de hoogste onderscheiding.
De directeur hoopte dat hij priester zou worden, maar zijn besluit stond vast: hij koos geen intellectueel beroep maar zou zijn intellect en filosofie kanaliseren als schilder.
Maar hij wilde zijn kunst niet ondergeschikt maken aan brood verdienen. Daarom zocht hij naar een bestaanszekerheid en werd boer op het ouderlijk erf.
Hij trouwde in 1924 met zijn nicht Marieke. Ze kregen vijf kinderen, van wie er vier stierven nog voor zij een jaar oud waren.
Het vijfde kind, Marcelleke, bleef leven, maar was gehandicapt.
Zijn hele leven verliep volgens een vast tijdsschema.
Zes dagen werkte hij op het veld en componeerde hij in gedachten allerlei doeken.
Op zondag stapte hij zijn atelier binnen en schilderde. De romantische voorstelling van Felix De Boeck als boer die schildert, wordt best omgebogen als Felix De Boeck de kunstschilder die de boerenstiel beoefent.
Marieke heeft dat leven in volle overgave van eigen persoon aanvaard en volbracht. Zonder Marieke zou de Felix De Boeck zoals we die kennen nooit mogelijk geweest zijn.
In 1970 werd Felix De Boeck lid van de Koninklijke Academie van België.
Er werd een Felix De Boeckmuseum geopend op de zolderverdieping van het gemeentehuis van Drogenbos en een Vereniging Zonder Winstoogmerk ter bevordering van zijn werk gesticht.
De Boeck heeft de eerste steen gelegd van het nieuwe Museum Felix De Boeck in 1995: FeliXart Museum.
Kort daarna blies hij zijn laatste adem uit.
Hij werd begraven naast zijn geliefde vrouw, die niet lang voordien gestorven was.(Diverse bronnen, De Post van 14 juni 1970 en Wikipedia)





Ik maakte kennis met Sleppe in 1995 en had veel respect voor hem.
Heb nog altijd getekende bierkaartjes van hem en een mooi werk van hem.(foto 1)
Marc Vanslembrouck (Sleppe) geboren te Oostende is een schilder, tekenaar, graficus en keramist.
Opleiding aan de Academie van Gent (1968-75, voor keramiek C. Dionyse).
Vooral actief als keramist die met zijn creaties controversieel uitdrukking geeft aan zijn gevoelens van verontwaardiging en onmacht.
Werkte bij de Vlaamse Gemeenschap en in de Musea van Gent (Sierkunsten) en Oostende.
Maar we kennen hem vooral als oud-leerkracht tekenkunst aan de academie voor beeldende kunst in Gent.
Waar hij honderden leerlingen inspireerde (periode1980-2006).
Tijdens de zomermaanden ging hij altijd op vakantie naar Schotland.
Restauratie van zijn woning in 2018, een ontwerp van Kunstenaar Leo Copers.
De kunstenaar beschilderde de gevel niet zelf. ‘Ik kon een beroep doen op drie vrienden, onder wie Sleppe, de bewoner van het pand.
Samen hebben ze hier 1.000 manuren aan gewerkt.’









De oorsprong van het feest gaat terug tot in de middeleeuwen.
Op 7 oktober 1349, toen er in de streek de pest heerste, organiseerden de autoriteiten een processie van de relieken van Sint-Waltrudis, de beschermheilige van de stad en van de collegiale Sint-Waltrudiskerk.
Deze werden in een schrijn gedragen tot aan het woud van Casteau en werden daar verenigd met de relieken van de heilige Vincentius van Zinnik, de echtgenoot van Sint-Waltrudis.
De pest hield op en het mirakel werd toegewijd aan de heilige Waltrudis.
Er werd besloten om elk jaar een processie te organiseren en in 1352 werd de datum definitief vastgelegd op Drievuldigheidszondag.
Vanaf 1380 neemt de broederschap van de heilige Joris deel aan de stoet. Deze werd aan het einde van de 14e eeuw opgericht door Willem III van Henegouwen en bestaat uit de adellijke inwoners, de burgemeester en de schepenen van de stad.
Zij voeren in de stoet een mysteriespel op, een wedersamenstelling van het gevecht van de heilige Joris tegen de draak.
De populariteit van Sint-Joris in de streek is te danken aan het samengaan van de geschiedenis van de heilige met een plaatselijke legende, namelijk deze van Gillis van Chin.
Er wordt beweerd dat deze laatste in de 11e eeuw een monster doodde in de moerassen van Wasmes.
Dit gevecht werd in de 19e eeuw niet meer opgevoerd in de processie wegens de minder religieuze oorsprong.
De enige keren dat de processie niet doorging, was tijdens de Franse Revolutie tot 1803 en de periode tijdens de twee wereldoorlogen.
Het is vanaf 1930, onder impuls van kanunnik Edmond Puissant, dat de processie weer aan belang won door de creatie van nieuwe folkloristische groepen en een vernieuwing van de kostuums.
Op 25 november 2005 werd de Ducasse van Bergen toegevoegd in de rubriek Stadsreuzen en drakenfiguren in processies in België en Frankrijk, aan de Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid van de UNESCO.(Diverse bronnen, foto 1 12 juni 1960)



Prinses Ashraf was de tweelingzus van de laatste sjah van Iran.
Prinses Ashraf was een groot voorstander van de moderniseringspolitiek van haar broer Mohammed Reza, die in 1941 door de geallieerden op de troon werd gezet en die in 1979 door een islamitische revolutie werd verdreven.
Dat ze ongesluierd door het leven ging, leverde haar veel kritiek op uit religieuze kringen.
Ashraf had een krachtiger persoonlijkheid dan Mohammed, en werd ook wel gezien als de sterke kracht achter de Pauwentroon.
Haar hart klopte voor Iran en ze werkte aan verbetering van de levensomstandigheden en vrouwenrechten en streed tegen het analfabetisme’, schreef Reza Pahlavi.
Tot haar laatste adem bleef ze geloven in een vrij Iran,
Prinses Ashraf Pahlavi was drie keer getrouwd en had twee zonen, vijf kleinkinderen en enkele achterkleinkinderen.
Eén van haar zoons is kort na de Iraanse revolutie op straat in Parijs vermoord.
Ashraf (26 oktober 1919) woonde in ballingschap afwisselend in Monaco, Frankrijk en de Verenigde Staten.
Haar tweelingsbroer, de sjah, stierf op 27 juli 1980 in Caïro en zij stierf op 7 januari 2016 en dit op de leeftijd van 96 jaar.
