Willeke Alberti wordt winkeldame

In de zomer van 1976 stond Willeke Alberti op het punt om te trouwen met haar vriend John de Mol jr.

Om meer aandacht te kunnen besteden aan haar privéleven, besloot ze het een tijdje kalmer aan te gaan doen.

Ze zette voorlopig een punt achter haar loopbaan als actrice en las tevens een pauze van enkele maanden in wat betreft haar optredens.

Het daaraan voorafgaande seizoen was ze namelijk bijna dagelijks op pad geweest met André van Duin, en dat was haar een beetje te veel geworden.

Om toch niet stil te hoeven zitten, kochten zij en John een platenwinkel in Laren, op slechts enkele kilometers afstand van hun woning in Blaricum.

Ze nam zich voor om daar een tijdje als winkeldame aan de slag te gaan. Op die manier bleef ze lekker bezig, maar had ze wel de zekerheid dat ze ’s avonds gewoon thuis kon zijn.

De inspiratie voor dit ondernemerschap had Willeke duidelijk van huis uit meegekregen.

Haar vader, de bekende zanger Willy Alberti, was namelijk ook eigenaar van een eigen platenzaak.

Het was in die tijd wel vaker de gewoonte dat succesvolle artiesten een winkel begonnen, enerzijds als verstandige investering voor de toekomst en anderzijds om heel direct in contact te blijven met het kopende publiek en de fans.

De winkel van Willy opende op 28 november 1968 de deuren aan het Osdorpplein in Amsterdam, waar hij de zaak met veel succes runde samen met zijn zoon Tonny, die als inkoper fungeerde.

Deze platenzaak bleef tot ver in de jaren tachtig een begrip voor muziekliefhebbers.

Willeke en John noemden hun nieuwe zaak aan de Brink in Laren toepasselijk Disco Alberti, dezelfde naam als het succesvolle bedrijf van Willekes vader.

Dit betekende echter niet het einde van haar zangcarrière, want ze koesterde wel de wens om weer de studio in te duiken.

Daar had ze voorheen de tijd niet voor kunnen vinden, maar met haar nieuwe, rustigere levensritme lukte dat wel.

Ze gaf destijds wel duidelijk aan dat ze nummers in de stijl van Spiegelbeeld achter zich wilde laten, simpelweg omdat ze geen tiener meer was.

In plaats daarvan wilde ze zich gaan toeleggen op romantisch getinte liedjes met teksten die aanzienlijk meer inhoud hadden dan haar eerdere werk.

Met deze nieuwe muzikale koers leek de kans dan ook groot dat ze snel weer een plekje in de hitlijsten zou weten te veroveren.

De Larense platenzaak werd zakelijk ondergebracht in de vennootschap B.V. Disco Alberti.

In het appartement boven de winkel woonde destijds Berber van der Weg, die in de jaren zeventig haar intrek in de woning nam.

Zij was een absolute sleutelfiguur in het lokale buurtleven en zou later uitgroeien tot een zeer goede vriendin van Willeke. Berber was de drijvende kracht en voorzitter van de Larense buurtvereniging Ons Genoegen.

Tientallen jaren lang organiseerde ze talloze grote en kleine evenementen voor het dorp, variërend van politieke bijeenkomsten en kinderfestijnen tot bingo’s en de traditionele Klepperman van Elleven.

Het avontuur met de platenzaak was uiteindelijk geen lang leven beschoren.

In 1979 sloot de winkel definitief de deuren, en kort daarna strandde in 1980 ook het huwelijk tussen Willeke en John.

Toch kreeg de onderneming nog een opmerkelijk staartje.

Na de sluiting behield John de Mol de oorspronkelijke B.V. en doopte deze om tot John de Mol Produkties, het bedrijf dat later de fundering zou vormen voor het wereldwijde media-imperium Endemol.

Ook de band tussen Willeke en Berber bleef altijd bestaan.

Hun vriendschap was zelfs zo hecht dat Van der Weg uiteindelijk de voorzitter werd van de Willeke Alberti Foundation, de stichting waarmee Alberti optredens verzorgt in zorgcentra voor ouderen en mensen met een beperking.

Tegenwoordig herinnert er in Laren nog maar weinig aan de muzikale geschiedenis van het pand, het biedt nu namelijk onderdak aan exclusieve modewinkels.

Tjens Couter even gek als hun naam

Paul Decoutere, beter bekend als Paul Couter, werd bij toeval geboren in Izegem toen zijn moeder daar op familiebezoek was, maar was in hart en nieren een jongen van de kust.

Hij groeide op in het horecaleven; zijn ouders baatten een café uit in Knokke.

Na hun echtscheiding verhuisde hij met zijn moeder en stiefvader naar Zeebrugge.

De muziek zat er al vroeg in, want vanaf zijn negende speelde hij gitaar.

Het was aan die kust dat hij een muzikale zielsverwant vond in de Oostendenaar Arno Hintjens.

In 1972 legden ze de basis voor hun latere carrière met de band Freckleface.

Met Couter op gitaar, Arno op zang, Paul Vandecasteele op bas en Eddy Storm (later Jean Lamoot) op drums, werd de kiem gelegd voor een jarenlange samenwerking.

Hoewel Freckleface hetzelfde jaar nog werd opgedoekt, gingen de leden naadloos over in de formatie Tjens Couter, een samentrekking van de achternamen van de twee frontmannen.

In 1980 transformeerde de groep tot T.C. Matic, de band die later klassiekers als O la la la en Putain putain zou maken.

Voor Paul Couter was dit echter het eindpunt van de samenwerking.

Het nieuwe geluid lag hem niet, en al na enkele maanden verliet hij de band om plaats te maken voor Jean-Marie Aerts.

Couter koos daarna zijn eigen, grillige pad. Hij trok een tijd naar Parijs als straatmuzikant, richtte met Ferre Baelen de band Partisan op en baatte diverse cafés uit in Zeebrugge.

In de jaren tachtig verlegde hij zijn terrein naar Gent.

Daar drukte hij een blijvende stempel op het nachtleven door, samen met Jo van Groeningen, aan de wieg te staan van het iconische muziekcafé Charlatan.

Tot aan zijn dood bleef Paul Couter actief als muzikant, vooral in de Gentse scene.

Hij bracht nog verscheidene cd’s uit in eigen beheer, ver weg van het commerciële circuit.

Zijn zwanenzang volgde in maart 2021. Terwijl hij op de palliatieve afdeling van het AZ Sint-Lucas verbleef wegens terminale kanker, bracht hij nog een laatste album uit.

Hij overleed in het ziekenhuis op 27 april 2021 op 72-jarige leeftijd.