Marcia Barrett: van de klassieker Belfast tot de nieuwe single Don’t Forsake Me, Baby

Het levensverhaal van Marcia Barrett leest als een meeslepend avontuur.

Ze werd geboren op 14 oktober 1948 in Jamaica.

Op dertienjarige leeftijd liet haar moeder, die twee jaar eerder naar Europa was verhuisd op zoek naar een betere toekomst, Marcia en haar jongere zus overvliegen.

Na een tussenstop in Groot-Brittannië belandde Barrett uiteindelijk in Duitsland, waar ze aan de kost kwam als danseres.

Toen ze hoorde dat muziekproducer Frank Farian halverwege de jaren zeventig op zoek was naar vrouwelijke artiesten, besloot ze haar kans te wagen.

Barrett wist destijds niet goed wat hij precies zocht, want over zang- of dansvaardigheden was vooraf niets gezegd.

Tijdens de auditie zong ze een paar liedjes voor hem, totdat hij zei dat het voldoende was en dat ze binnenkort een telefoontje mocht verwachten.

Het nummer, dat Farian zelf had geproduceerd en ingezongen, groeide onverwacht uit tot een hit in Nederland en Vlaanderen door het succes van ‘Baby, do you wanna bump?’.

Toen een televisiezender hem vervolgens uitnodigde voor een optreden, moest hij hals over kop een groep bij elkaar zoeken.

Vanaf dat moment maakte ze deel uit van Boney M.

Samen met Liz Mitchell, die net als Barrett echt kon zingen, blikten ze hun eerste echte single ‘Daddy Cool’ in.

Daarna volgden de hitsingles elkaar in snel tempo op.

Het succes was volgens Barrett te danken aan toegankelijke popmuziek met eenvoudige, soms bijna kinderlijke melodieën die iedereen meteen kon meezingen.

Die nummers werden gebracht door vier exotische figuren in de meest extravagante kostuums, waardoor de groep werkte als een goed geoliede machine.

Toch mocht Barrett de dragende stem worden van het nummer Belfast, dat eind 1977 een grote Europese hit werd.

Dit was opmerkelijk, omdat velen er een protestlied in zagen, wat sterk afweek van de gebruikelijke feestnummers van Boney M.

Tijdens optredens merkte Farian dat dit nummer het erg goed deed in discotheken.

Barrett zong het lied toen al live, omdat de groep in de beginperiode nog weinig eigen materiaal had.

Farian maakte er vervolgens een volwaardige Boney M.-versie van, waarschijnlijk zonder te beseffen dat het een politieke lading had.

Barrett was blij dat ze een paar keer de belangrijkste stem in een liedje mocht zijn, wat inhield dat Farian haar stem tijdens de opnames iets meer liet doorklinken.

Voor haar was Belfast altijd haar nummer; het was al voor haar geschreven voordat ze bij de groep kwam en Farian paste het enkel aan de stijl van Boney M. aan.

Ze voelde zich verbonden met het nummer, omdat ze als artieste graag betrokken was bij wat er in de wereld gebeurde.

Belfast was een protestlied dat verwees naar de spanningen tussen katholieken en protestanten in de Noord-Ierse stad.

Het was bijzonder, omdat het niet werd gebracht door een Ierse of Britse band én omdat het tegelijk een danshit was in Europese discotheken.

Vanwege de politieke context werd de single niet uitgebracht in de Verenigde Staten en Canada, om de grote Ierse gemeenschap daar niet voor het hoofd te stoten.

De tekst werd door velen als erg vaag omschreven, waardoor het als protestlied nauwelijks indruk maakte.

Een regel als ‘Cause the children are leaving’ duidde er echter wel op dat Belfast geen veilige plek was om op te groeien.

In maart 2018 vroeg de nieuwswebsite Belfast Life in een overzicht van gedenkwaardige nummers over de stad zich af waar het lied in godsnaam over ging.

In de tweede helft van de jaren tachtig stopte Boney M., vooral omdat Frank Farian zich meer en meer van de groep distantiëerde.

Financieel had hij zich goed ingedekt en hij ging er met het meeste geld dan ook vandoor.

Barrett besloot haar energie niet te verspillen aan jarenlange juridische gevechten, maar koos er bewust voor om haar krachten positief in te zetten voor optredens.

Ze stelde dat Farian weliswaar rijk was geworden, maar in zijn hart een arm individu bleef.

Na Boney M. bleef Barrett actief in de muziek, zowel solo als met aangepaste bezettingen van de band.

Ze kreeg echter te maken met ernstige gezondheidsproblemen.

In 1994 werd eierstokkanker bij haar vastgesteld, het begin van een lange strijd tegen diverse kwaadaardige tumoren, waaronder recent nog slokdarmkanker.

Toch bleef ze strijdvaardig en overtuigd dat ze ook daar weer doorheen zou komen.

Inmiddels woont Marcia Barrett al meer dan zestig jaar in Duitsland, samen met haar echtgenoot en gitarist Marcus James.

Na in haar leven herhaaldelijk en succesvol tegen kanker te hebben gevochten, doet ze het nu rustiger aan met liveoptredens.

Haar muzikale activiteiten spelen zich voornamelijk af in de studio.

Zo bracht ze recent een nieuwe single uit onder de titel ‘Don’t Forsake Me, Baby’, een nummer dat ook te horen is op haar nieuwe album ‘Don’t Forsake Me, Baby’. Een album dat in totaal vijf nummers telt.

Met haar herkenbare stemgeluid, dat onder meer leidde tot de eerste plaats in de Vlaamse hitparade in november 1977 met Belfast, blijft ze een onvergetelijke figuur in de popgeschiedenis.

Meer dan ‘Dokter Bernhard’: Het bewogen leven van Bonnie St. Claire

Bonnie St. Claire werd geboren op een schip, als dochter van een binnenvaartschipper (als Bonje Cornelia Swart op 18 november 1949).

Haar muzikale avontuur begon toen ze in 1966 als 17-jarig meisje tijdens een concert van Peter Koelewijn op het podium een lied mee mocht zingen en zo werd ontdekt.

In 1967 kreeg ze via Koelewijn een platencontract en maakte ze onder de artiestennaam Bonny St. Claire haar eerste single, wat de start vormde van een indrukwekkende en veelzijdige zangcarrière.

Haar allereerste singles, zoals haar debuutsingle ‘Tame Me, Tiger’ (1967) en internationale Engelstalige releases uit die vroege periode, werden uitgebracht onder de naam Bonny.

Later, toen ze in de jaren 70 de overstap maakte naar Nederlandstalige muziek en de vaste zangeres werd van Unit Gloria, werd de spelling definitief veranderd naar Bonnie St. Claire.

In de eerste jaren scoorde Bonnie vooral successen met Engelstalige popmuziek.

Hits als ‘Mañana Mañana’ en ‘I Won’t Stand Between Them’ maakten haar al snel een geliefde naam in de Nederlandse muziekwereld.

Vanaf 1972 sloot ze zich aan bij de formatie Unit Gloria, waar ze Robert Long opvolgde als frontvrouw.

Met aanstekelijke liedjes zoals ‘Clap Your Hands and Stamp Your Feet’ en ‘Voulez-Vous’ veroverden ze samen de hitlijsten in binnen- en buitenland.

Een belangrijke wending in haar carrière kwam halverwege de jaren zeventig, toen Bonnie de overstap maakte naar het

Nederlandstalig repertoire.

Dat bleek een schot in de roos: haar dramatische duet ‘Dokter Bernhard’ met Ron Brandsteder groeide uit tot een absolute klassieker.

Het nummer bereikte in augustus 1976 de twaalfde plaats in de BRT Top 30 en was in Nederland goed voor een zevende plaats in de Top 40.

Het lied gaat over dokter Christiaan Barnard, de Zuid-Afrikaanse chirurg die in 1967 de eerste harttransplantatie ter wereld uitvoerde.

Het nummer uit 1976 van Bonnie St. Claire en Ron Brandsteder is opgebouwd als een telefoongesprek/dialoog: een bezorgde vrouw belt over haar zieke man, waarna de dokter haar probeert gerust te stellen, hoewel het in werkelijkheid slecht met hem afloopt.

In de decennia die volgden, reeg ze de successen aan elkaar met emotionele en meeslepende nummers zoals ‘Pierrot’, ‘Bonnie Kom Je Buiten Spelen’, ‘De Roos’, ‘Sla Je Arm Om Me Heen’ en ‘Morgen Wordt Alles Anders’.

Naast haar muzikale successen kwam de zangeres de laatste jaren meerdere keren in het nieuws, toen ze tijdens haar optredens ’dronken’ op het podium zou hebben gestaan.

In 2004 werd St. Claire door de rechter veroordeeld tot 20 dagen gevangenisstraf, omdat ze in 1997 voor de 3e keer een auto-ongeluk had veroorzaakt onder invloed van alcohol.

In 2016 was het 10 jaar geleden dat Bonnie als gevolg van haar alcoholprobleem met een ernstige leverbeschadiging werd opgenomen in het ziekenhuis.

In de jaren die daarop volgden, stond de ‘Dokter Bernhard’-zangeres droog, maar begin 2014 bleek ze toch weer aan de drank te zijn.

Bonnie is al sinds 1 oktober 2018 volledig nuchter en heeft sindsdien geen druppel alcohol meer aangeraakt.

Ze vertelt in de media dat ze zich een stuk energieker, helderder en een leukere vrouw voelt nu het ‘waasje’ van de verslaving weg is, al heeft ze wel een beschadigde lever overgehouden aan haar verleden.

Haar bewogen levensverhaal schreef ze tevens openhartig van zich af in haar in 2021 verschenen autobiografie Kwam een vrouw bij de slijterij.

Op persoonlijk vlak was haar laatste grote relatie met Anne Jan Jongebloed, met wie ze in 2004 trouwde.

In september 2023 maakten zij bekend na een huwelijk van 19 jaar te gaan scheiden.

De breuk verliep zonder ruzies en kwam voornamelijk door hun verschillende werkritmes.

De twee hebben nog altijd zeer goed contact; Anne Jan treedt zelfs nog regelmatig op als haar chauffeur om haar naar haar optredens te brengen.

Hoewel er mediaberichten waren dat ze soms spijt had van de scheiding of openstond voor verzoening, is ze momenteel single.

Bonnie woont al sinds 2009 in het Noord-Hollandse Aalsmeer; na een aantal tussentijdse verhuizingen binnen de gemeente heeft ze haar plekje helemaal gevonden in een woning in het hart van het centrum.

De nu 76-jarige zangeres staat nog altijd met veel plezier op het podium en denkt nog niet aan stoppen.

Het levensverhaal van Lynsey de Paul: van internationale hits tot een nieuw begin in Londen

De Britse zangeres, songwriter en pianiste Lynsey de Paul werd op 11 juni 1948 in Londen geboren als Lyndsey Monckton Rubin.

Ze studeerde aan het Hornsey College of Art en begon haar werkzame leven in de grafische vormgeving, waar ze onder meer albumhoezen ontwierp.

Haar muzikale talent bracht haar echter al snel in de muziekindustrie terecht, waar ze aanvankelijk successen boekte als componist voor andere artiesten.

Zo schreef ze onder meer de succesvolle hits ‘Storm in a Teacup’ voor The Fortunes en ‘Dancin’ (On a Saturday Night)’ voor Barry Blue.

Haar grote doorbraak als uitvoerend artiest kwam in 1972 met de single ‘Sugar me’.

Dat nummer was oorspronkelijk helemaal niet voor haarzelf bedoeld, want ze schreef het voor Peter Noone.

Die we allen kenden als de zanger van de succesvolle popgroep Herman’s Hermits.

Op aanraden van onder meer acteur Dudley Moore besloot ze het nummer toch zelf op te nemen en uit te brengen.

Het werd een internationale hit die de eerste plaats bereikte in de hitlijsten van onder meer Nederland en België.

Hiermee schreef ze geschiedenis als de eerste Britse vrouwelijke artiest die een nummer één-hit scoorde met een door haarzelf geschreven nummer.

Rond die periode werd ook haar artiestennaam bewust gekozen.

Vanwege de spanningen rond de Olympische Spelen van München in 1972 werd haar geadviseerd een minder opvallende Joodse achternaam te gebruiken.

Haar nieuwe artiestennaam stelde zij subtiel samen uit de namen van haar ouders.

Het voorvoegsel ‘de’ kwam van de meisjesnaam van haar moeder (wiens achternaam hiermee begon, of naar verluidt verwees naar de ‘de’ uit een familienaam), en ‘Paul’ was de tweede voornaam (middelnaam) van haar vader, Herbert Paul Rubin.

In de jaren daarna volgden verschillende successen in de hitparade, waaronder ‘No Honestly’ en de ballad ‘Won’t Somebody Dance with Me’.

Met die laatste plaat schreef ze opnieuw geschiedenis bij de Ivor Novello Awards door als eerste vrouw ooit deze prestigieuze Britse prijs voor songwriters te winnen.

In 1977 vertegenwoordigde ze samen met Mike Moran het Verenigd Koninkrijk op het Eurovisiesongfestival met het nummer ‘Rock Bottom’.

Het duo eindigde op de tweede plaats en scoorde goed in verschillende hitparades in diverse Europese landen.

In augustus 1981 keerde Lindsey de Paul terug naar haar Victoriaanse huis in Londen om er na het beëindigen van haar vierjarige romance met de Amerikaanse acteur James Coburn een nieuwe elpee en een Europese en Japanse tournee voor te bereiden.

Het viel haar destijds niet gemakkelijk om weer te wennen aan het vrijgezellenbestaan.

In vier jaar tijd was ze ontzettend veranderd.

Voordat ze James leerde kennen, had ze altijd vrienden over de vloer en liep ze van de ene fuif naar de andere, maar dat zei haar toen niets meer in 1981.

Ze zat het liefst gezellig thuis achter de piano om nummers te schrijven voor haar eerste elpee in jaren.

In die periode kwam ook haar single ‘Strange Changes’ uit, een nummer dat haar gemoedstoestand weergaf.

Het nummer schreef ze samen met Sue Shifrin.

Toen bekend werd dat ze zich weer in Londen ging vestigen, kreeg ze een telefoontje van haar oude platenmaatschappij met de vraag of ze een nieuw contract wilde tekenen.

Dat voorstel nam ze in dank aan, omdat ze zo snel mogelijk weer aan de slag wilde.

Wel werd er gevraagd om snel met een single te komen.

Na drie jaar muzikaal op non-actief te hebben gestaan, wilde ze weer gaan componeren.

‘Strange Changes’ beschreef haar gevoelens en haar kijk op de wereld op dat moment.

Ze vond dat achteraf een beetje jammer, niet omdat ze dingen had verteld die ze niet meende, maar omdat ze niet de indruk wilde wekken dat ze haar zelfbeklag ten gelde wilde maken.

In haar Victoriaanse huis in Noord-Londen, dat ze in 1975 voor een zacht prijsje op de kop had kunnen tikken, was een muziekkamer ingericht met twee piano’s en een enorme collectie elpees.

Een van die piano’s was trouwens een geschenk voor haar ex-vriend.

Het hele huis puilde toen trouwens uit met souvenirs aan James en haar verblijf in de Verenigde Staten.

Deze souvenirs herinnerden haar aan goede tijden, waar ze toen met groot heimwee naar terugkeek.

Ondanks de breuk kwam James altijd gedag zeggen als hij in Londen was, en zij vond dat enorm fijn van hem.

Deze vriendschap zou dan ook blijven duren tot aan zijn dood.

Er kwam ook nog ander bezoek over de vloer, zoals haar poes Sesam, die ze op dat moment haar beste vriend noemde.

Aan een nieuwe relatie was ze toen nog niet toe.

Haar single werd zo goed onthaald dat het een hit beloofde te worden, vertelde ze toen in een interview.

Bovendien kon ze rekenen op de steun van zowel de BBC als de Britse commerciële televisie.

Voordat ze naar Amerika trok, leverde ze regelmatig titelmelodieën af voor tv-series en speelfilms, waardoor ze veel goede contacten had opgebouwd.

Men wist dat ze professioneel werk afleverde en dat hielp haar om goede promotie te krijgen.

De week na het verschijnen van de single had ze al vier aanvragen voor tv-optredens op zak.

Bovendien ging de BBC haar uitspelen in twee grote shows, die in verschillende landen zouden worden uitgezonden, en dit samen onder meer met Sheena Easton.

Ondanks een opvallende hoes, de aandacht van de pers en een beperkte 12-inch promotieversie, wist de single de hitparades niet te bereiken.

Jaren later werd het nummer wel gewaardeerd door liefhebbers en verzamelaars van vroege jaren 80-pop en disco-funk.

Er kwamen zelfs verschillende remixes uit van het nummer.

Naast haar eigen zangcarrière bleef ze actief als songwriter voor televisieprogramma’s en andere artiesten.

Ze verlegde haar grenzen verder als producer, speelde in musicals, interviewde mensen voor televisie en trad regelmatig op in diverse Britse televisieproducties.

Ook zette ze zich in voor maatschappelijke onderwerpen; zo bracht ze in de jaren negentig zelfs een instructievideo uit over zelfverdediging voor vrouwen.

Lynsey de Paul was een bewuste, zelfstandige vrouw die nooit trouwde, al waren haar bedpartners vaak beroemde mannen zoals Ringo Starr, Sean Connery, Bernie Taupin en Dudley Moore.

De Amerikaanse acteur James Coburn, haar ex-vriend, overleed op 18 november 2002 op 74-jarige leeftijd aan een hartaanval in zijn huis in Beverly Hills.

Lynsey de Paul overleed op 1 oktober 2014 op 66-jarige leeftijd, volgens de BBC vermoedelijk aan de gevolgen van een hersenbloeding.

45 jaar geleden, thuis bij Lynsey De Paul (Joepie 16 augustus 1981)

Vandaag acht jaar geleden namen we afscheid van Aretha Franklin: het meeslepende levensverhaal van de ‘Queen of Soul’

Aretha Franklin zag op 25 maart 1942 het levenslicht in Memphis als dochter van een baptistenpredikant.

Ze groeide op in Detroit, waar haar muzikale talent al op zeer jonge leeftijd tot bloei kwam in het kerkkoor van haar vaders New Bethel Baptist Church.

Haar jeugd werd echter gekenmerkt door een snelle opeenvolging van ingrijpende gebeurtenissen.

Op veertienjarige leeftijd werd ze al voor het eerst moeder van een zoon, Clarence, vernoemd naar zijn vader.

Slechts een jaar later schonk ze het leven aan haar tweede zoon, Edward, van een andere vader.

Omdat Franklin haar zangcarrière verder moest uitbouwen, nam haar grootmoeder de dagelijkse zorg voor de twee jongens op zich.

Met de volle steun van haar vader verhuisde ze in 1960 naar New York.

Een demoband belandde op het bureau van John Hammond, de vermaarde ontdekker van Billie Holiday, die haar meteen een platencontract bezorgde bij Columbia Records.

Nog datzelfde jaar verscheen haar debuutsingle ‘Today I Sing the Blues’, een jaar later gevolgd door het album ‘Aretha’.

In de vroege jaren zestig boekte ze bescheiden successen met nummers zoals ‘Rock-a-bye Your Baby with a Dixie Melody’ en ‘Operation Heartbreak’.

Hoewel de grote hitstream toen nog uitbleef, doopte een radiodj in Chicago haar in die periode al om tot ‘The New Queen of Soul’.

Op persoonlijk vlak koos ze in 1961 voor een huwelijk met Ted White, wat tegen de wil van haar vader in ging.

White nam de rol van manager over van haar vader, en in 1964 verwelkomden ze hun zoon Ted Junior.

Achter de schermen ging het er stormachtig aan toe; volgens intimi werd Franklin door haar echtgenoot fysiek mishandeld.

In 1966 dwong White haar om Columbia Records te verlaten en te tekenen bij Atlantic Records.

Deze overstap luidde haar definitieve doorbraak in.

In april 1967 bracht ze bij haar nieuwe label de single ‘Respect’ uit, een bewerking van een nummer van Otis Redding.

Het album groeide niet alleen uit tot een gigantische hit, maar ook tot het officieuze volkslied van de Civil Rights Movement.

Franklin werd de stem van zwart Amerika genoemd.

Hoewel ze zelden meeliep in protestmarsen, gebruikte ze haar bekendheid om grote menigten te trekken, geholpen door de hechte vriendschap tussen haar vader en Martin Luther King.

In 1968 verzilverde ze twee Grammy Awards voor ‘Respect’ en veroverde ze de hitlijsten met de feministische klassieker ‘Think’.

Ze schreef geschiedenis door als tweede zwarte beroemdheid ooit, na Martin Luther King, de cover van Time Magazine te sieren.

Privé bleef het echter roerig.

Haar huwelijk met Ted White liep definitief op de klippen, wat eind 1968 leidde tot een scheiding.

Daarna kreeg ze een knipperlichtrelatie met haar roadmanager Ken Cunningham.

Uit deze relatie werd hun zoon Kecalf geboren, een naam gevormd door de initialen van beide ouders.

Vanaf 1976 raakte haar carrière tijdelijk in een slop.

Voor het eerst in acht jaar greep ze naast de Grammy’s, haar verkoopcijfers bij Atlantic Records zakten in en het album ‘Sweet Passion’ werd een commerciële en artistieke tegenvaller.

Na twaalf jaar beëindigde ze haar samenwerking met Atlantic en stapte ze over naar Arista Records.

Haar grote terugkeer kwam er in 1980 dankzij een geslaagde cover van ‘What a Fool Believes’ van The Doobie Brothers, kort daarna gevolgd door een iconische rol in de filmklassieker ‘The Blues Brothers’.

Toch werd ze opnieuw geconfronteerd met tegenslagen.

Het overlijden van haar vader en een traumatisch vliegtuigongeval, dat resulteerde in een hardnekkige vliegangst en agorafobie, (mensen met agorafobie ervaren intense angst of paniek in situaties buiten hun vertrouwde thuisomgeving), dwongen haar om zich tijdelijk uit het openbare leven terug te trekken.

In 1985 maakte ze een sterke comeback met de plaat ‘Who’s Zoomin’ Who?.

Op dat succesvolle album blonk ook haar krachtige samenwerking met Eurythmics uit.

Het feministische duet ‘Sisters Doin’ It for Themselves’, opgenomen met Annie Lennox, groeide uit tot een wereldwijde pop- en R&B-hit die de kracht van beide zangeressen perfect bundelde.

Ook op persoonlijk vlak kreeg ze terug zware klappen te verwerken: haar tweede huwelijk met acteur Glynn Turman strandde officieel in 1984, na een scheiding van tafel en bed in 1982.

Daarnaast verloor ze haar naaste familieleden aan de gevolgen van kanker; haar jongere zus Carolyn overleed in 1988 op 43-jarige leeftijd aan borstkanker, haar broer Cecil, die tevens haar manager was, overleed in 1989 op 49-jarige leeftijd, en haar oudere zus Erma overleed in 2002 op 64-jarige leeftijd aan keelkanker.

Een van de meest opvallende hoogtepunten uit deze periode was haar samenwerking met George Michael.

In januari 1987 brachten ze het ijzersterke duet ‘I Knew You Were Waiting (For Me)’ uit.

Voor George Michael, die net de groep Wham! had verlaten, was het een droom die uitkwam om met zijn idool te zingen.

Het nummer werd een wereldwijd succes en veroverde de eerste plaats in zowel de Amerikaanse Billboard Hot 100 als de Britse hitlijsten.

Het leverde Franklin haar allereerste Britse nummer 1-hit op en de twee mochten er in 1988 zelfs een Grammy Award voor Best R&B Performance by a Duo or Group mee in ontvangst nemen.

Ondanks alle persoonlijke beproevingen bleef de erkenning voor haar muzikale oeuvre gigantisch.

Naast een indrukwekkende reeks Grammy Awards voor beste r&b-zangeres, werd ze geëerd met een Grammy Legend Award (1991) en een Lifetime Achievement Award (1994).

In 1997 schreef ze geschiedenis als de eerste vrouw die werd opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.

Twee jaar later ontving ze de National Medal of Arts, de hoogste artistieke onderscheiding in de Verenigde Staten.

Een absoluut hoogtepunt in haar latere carrière was haar optreden tijdens de inauguratie van president Barack Obama in 2009.

Eind 2010 werd bekend dat er alvleesklierkanker bij haar was vastgesteld.

Na langdurige speculaties in de media liet de zangeres weten dat ze de ziekte had overwonnen en zich weer volledig op haar muziek wilde richten.

Dat onderstreepte ze met het album ‘A Woman Falling Out of Love’ in 2011.

In 2014 volgde ‘Aretha Franklin Sings the Great Diva Classics’, waarop haar krachtige versie van Adeles ‘Rolling in the Deep’ hoge ogen gooide.

In 2017 kondigde ze haar pensioen aan, niet lang na het uitbrengen van het album ‘A Brand New Me’ met The Royal Philharmonic Orchestra.

Een geplande reeks afscheidsconcerten moest ze helaas grotendeels afzeggen vanwege haar broze gezondheid.

Want de kanker stak opnieuw de kop op.

Na een periode waarin ze thuis door haar naasten werd verzorgd, overleed Aretha Franklin op 16 augustus 2018 op 76-jarige leeftijd in haar woning in Detroit, omringd door haar familie en vrienden.

Met haar overlijden kwam er een einde aan het leven van een van de allergrootste en meest invloedrijke stemmen uit de muziekgeschiedenis.

Naast haar indrukwekkende levensloop zijn er heel wat bijzondere weetjes die de unieke persoonlijkheid van de Queen of Soul illustreren.

Zo stond Franklin bekend als een buitengewoon begenadigd pianiste, een talent dat ze zichzelf grotendeels op het gehoor aanleerde zonder formeel noten te leren lezen.

Haar iconische status werd na haar overlijden nogmaals bevestigd toen het prestigieuze tijdschrift Rolling Stone haar uitriep tot de allerbeste zangeres aller tijden.

Ook haar extreme vliegangst zorgde voor opmerkelijke situaties; vanaf de jaren tachtig weigerde ze absoluut om nog in een vliegtuig te stappen, waardoor ze al haar tournees aflegde in een speciaal aangepaste, luxueuze touringcar en optredens buiten Noord-Amerika zo goed als uitgesloten waren.

Haar legendarische optreden op de begrafenis van Martin Luther King in 1968 onderstreepte haar diepe verbondenheid met de burgerrechtenbeweging, terwijl haar muzikale veelzijdigheid op briljante wijze bleek toen ze tijdens de Grammy Awards van 1998 op het allerlaatste moment inviel voor de zieke Luciano Pavarotti en moeiteloos het klassieke operastuk ‘Nessun Dorma’ ten gehore bracht.

Tot slot bezat ze een heel eigenzinnige gewoonte tijdens concerten: vanwege slechte ervaringen in haar beginjaren eiste ze steevast dat ze voor elk optreden contant werd uitbetaald, waarna ze haar goedgevulde handtas gedurende het hele concert op of naast de vleugel liet staan

Vandaag is het ook al 49 jaar geleden dat Elvis Presley kwam te overlijden.

Hoewel de officiële doodsoorzaak van Elvis Presley na zijn overlijden op 16 augustus 1977 werd vastgesteld op hartfalen, werpt zijn voormalige huisarts een ander licht op de zaak.

Elvis werd destijds dood op het toilet aangetroffen en de arts die hem probeerde te reanimeren, dokter Nichopoulos, stelt in zijn boek ‘The King and Doctor Nick’ dat de zanger gered had kunnen worden als hij een operatie niet had geweigerd.

Nichopoulos, die de laatste twaalf jaar van Elvis’ leven deel uitmaakte van zijn entourage, onthult daarin schokkende details over de werkelijke gezondheidstoestand van de King.

Volgens de arts leed Elvis aan een erfelijke darmverlamming die leidde tot een extreme vorm van constipatie.

Zijn dikke darm had een abnormale diameter van vijftien tot achttien centimeter, wat aanzienlijk groter is dan de normale zes tot negen centimeter.

Nichopoulos schrijft dat de doodsoorzaak aanvankelijk onzeker was, maar dat nieuw onderzoek de puzzelstukjes uiteindelijk in elkaar heeft doen vallen.

In de darmen van Elvis werd stoelgang aangetroffen die daar al vier tot vijf maanden vastzat.

Deze aandoening verklaart volgens de dokter ook het beruchte overgewicht van de zanger; dit kwam niet door te veel of te vet eten, maar was een direct gevolg van de ernstige verstopping.

De ziekte had een enorme impact op het leven van de zanger.

Elvis schaamde zich er diep voor en had soms zelfs ongelukjes op het podium, waardoor hij zich tijdens optredens halsoverkop moest omkleden.

Omdat constipatie in de jaren zestig en zeventig nog in de taboesfeer zat en nauwelijks bespreekbaar was, zocht hij onvoldoende hulp, hoewel de behandelingen intussen sterk zijn geëvolueerd.

Nichopoulos is er dan ook van overtuigd dat Elvis wellicht nog in leven had kunnen zijn als hij destijds de nodige darmoperatie had ondergaan.

Op de plaats waar Graceland staat, stond oorspronkelijk een boerderij die eigendom was van Stephen C. Toof, de oprichter van S.C. Toof & Co., een commerciële drukkerij in Memphis.

Het landgoed werd vernoemd naar Toofs dochter, Grace, die de boerderij later erfde.

Spoedig daarna kreeg dit gedeelte van het land de naam Graceland.

In 1939 bouwde Grace Toofs nichtje, Ruth Moore, samen met haar echtgenoot dr. Thomas Moore een landhuis in koloniale stijl op het terrein.

Het landhuis telt drieëntwintig kamers, waaronder acht slaapkamers en badkamers.

De badkamer waar het levenloze lichaam van Elvis werd gevonden, bevindt zich pal boven de entree.

Deze ingang wordt ondersteund door vier grote pilaren, en bij het portiek waken aan weerszijden twee grote leeuwen.

Toen Elvis Graceland kocht, liet hij ingrijpende aanpassingen uitvoeren.

Zo kwamen er een stenen muur rondom het terrein, een smeedijzeren poort met een muziekthema, een zwembad, een tennisbaan en de beroemde Jungle Room, die voorzien is van een overdekte waterval.

In februari en oktober 1976 werd deze Jungle Room omgebouwd tot een opnamestudio.

Hier nam Elvis bijna alle nummers op voor zijn laatste twee studioalbums, ‘From Elvis Presley Boulevard’, ‘Memphis, Tennessee’ en ‘Moody Blue’.

Dit waren zijn laatst bekende opnamen in een studio-omgeving.

Om tot rust te kunnen komen, liet Elvis in de tuin de Meditation Garden aanleggen.

Hij bleef op het landgoed wonen tot aan zijn overlijden op 16 augustus 1977.

Na zijn dood werd Elvis begraven in deze Meditation Garden, net als zijn ouders Gladys en Vernon en zijn grootmoeder.

Ook ligt er een gedenksteen voor Elvis’ tweelingbroer Jesse Garon, die tijdens de geboorte overleed.

De Meditation Garden werd al in 1978 opengesteld voor het publiek, en op 7 juni 1982 opende Graceland officieel de deuren als museum.

Inmiddels is het landgoed uitgegroeid tot een waar bedevaartsoord en vormt het, naast de muziek, de grootste bron van inkomsten voor zijn nabestaanden.

Met jaarlijks zo’n 600.000 tot 700.000 bezoekers is het landhuis in Memphis, Tennessee, het op één na meest bezochte woonhuismuseum van de Verenigde Staten, na het Witte Huis.

Een ticket kost afhankelijk van het gekozen type rondleiding tussen de 53 en 148 dollar voor volwassenen (ongeveer 48 tot 134 euro)

Sinds de openstelling voor publiek op 7 juni 1982 tot aan 2026 hebben in totaal ruim 23 miljoen bezoekers een bezoek gebracht aan Graceland.

De muzikale reis van Hans Vermeulen: van Sandy Coast tot Thailand

Hans Vermeulen, geboren op 18 september 1947, verzamelde muzikanten om zich heen om een band op te richten.

De groep opereerde achtereenvolgens onder de namen Sandy Coast Skiffle Group, Sandy Coast Five en Sandy Coast Rockers, om de naam uiteindelijk in te korten tot Sandy Coast.

De bezetting bestond uit de twee broers Vermeulen, Onno Bevoort en Jos de Jager toen de band dankzij een door het blad Hitwezen georganiseerde talentenjacht een platencontract bij Negram won.

Niet veel later verscheen ‘Being In Love/I Want You For My Own’, de allereerste single van Sandy Coast.

De eerste single die de Top 40 wist te behalen was ‘We’ll Meet Again’, die in augustus 1966 op de 39e plaats binnenkwam.

In 1967 bracht de groep haar debuutalbum uit onder de titel And Their Name Is…. Sandy Coast.

De band scoorde in maart 1971 haar grootste hit met ‘True Love That’s A Wonder’, afkomstig van de elpee Sandy Coast.

Vanaf 1972 versterkte zangeres Marian Noble de band voor een jaar.

Deze zangeres uit Zwijndrecht heette feitelijk Marian Meyer en bracht in de jaren zeventig diverse solosingles uit.

Bij haar debuutsingle My Mother in 1967 gebruikte ze aanvankelijk de naam Marian Nobel.

Willem Duys was de ontdekker van deze zangeres en dankzij hem kreeg ze dan ook een platencontract.

Toen hij haar vervolgens introduceerde in zijn immens populaire talkshow Voor de vuist weg, kondigde hij

haar, geheel op eigen initiatief, aan als Marianne Noble.

Omdat de platenhoezen bij Delta destijds al gedrukt waren als Marian Nobel, ontstond er die bekende verwarring.

Hoewel ze daar zelf in eerste instantie wat verbolgen over was, is ze die naam altijd blijven gebruiken.

Ook na haar latere overstap naar Polydor nam ze de naam die Duys had bedacht definitief over.

Later verwierf zij onder meer bekendheid met haar eigen projecten en haar deelname aan The Voice Senior in 2018.

Marianne Noble is overleden op 2 maart 2025.

De blueszangeres uit Dordrecht is 78 jaar oud geworden.

Kort voor haar overlijden kreeg ze te horen dat ze een kwaadaardige tumor bij haar longen had.

Eerder in 2023 was ze ook al eens in het ziekenhuis opgenomen na een hartinfarct.

Toen de groep in 1974 uit elkaar viel, richtten de gebroeders Vermeulen hun pijlen op een nieuwe formatie genaamd Rainbow Train.

Kort daarna ontdekte Vermeulen zangeres Anita Meyer en lijfde haar direct in.

Vermeulen componeerde ook de nummer 1-hit ‘The Alternative Way’, waarmee Anita Meyer een droomdebuut beleefde.

Tussendoor hield Hans Vermeulen zich bezig met de productie van platen van onder meer Lucifer.

Rainbow Train bestond in 1975 uit naast Hans Vermeulen, die zang, gitaar, orgel en piano speelde, en Anita Meyer, Debbie Wokaty (zangeres), Jan Vermeulen (bas), Shel Schellekens (drums), Eric Tagg (zang, orgel en piano) en ex-Limousine-lid Okkie Huysdens (ook zang, orgel en piano). geboren als Johannes Josephus Huijsdens en helaas op 6 september 2014 overleden.

Later traden ook pianist Jan Rietman, afkomstig van ondermeer de groepen Unit Gloria, Long Tall Ernie And The Shakers, en zangeres Dianne Marchal toe.

Dianne Marchal, wier eigenlijke naam Hilde Vermeulen was, was de echtgenote van Hans.

Hans bracht in 1976 via Mercury zijn soloalbum I Only Know My Name uit, waarop muziek te horen was met invloeden van Stevie Wonder.

Daarnaast verschenen er singles onder de naam Hans Vermeulen & Rainbow Train.

Rainbow Train bracht in 1978 haar eerste en enige lp ‘Accompanied By’ uit, en de bijbehorende single ‘Heaven On Earth’ werd een bescheiden hit in Nederland en Vlaanderen.

In 1980 kwam Sandy Coast weer bij elkaar en trad op 13 juni op tijdens de Haagse Beatnach.

Drie nummers van dat optreden belandden op het verzamelalbum van het evenement.

De heroprichting leidde tot de elpee Terreno, waarvan de single ‘The Eyes Of Jenny’ een grote hit werd in binnen- en buitenland.

Toch koos Hans Vermeulen opnieuw voor de solotoer.

‘Ik dacht het wel’ werd de titel van zijn nieuwe album, dat duidelijke invloeden van Doe Maar liet horen.

Vermeulen ontpopte zich echter meer en meer als producer en werkte in die rol samen met artiesten als Nadieh, Ruth Jacott en Hans de Booij.

Verder schreef hij muziek voor televisiecommercials en had hij de muzikale leiding over de musical De Zoon Van Louis Davids.

In de tweede helft van de jaren tachtig profiteerde Sandy Coast van een heropleving in de belangstelling voor muziek uit de jaren zestig.

In 1988 bracht de band het album Rendez-Vous uit, een elpee en cd met opnieuw opgenomen versies van hun oude successen.

Ondertussen eisten privéproblemen steeds meer hun tol.

Diverse projecten waar hij aan begon, werden niet afgemaakt, en ook zijn huwelijk met Hilde liep op de klippen.

Hans Vermeulen kampte met een gigantische financiële schuld in de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig.

Vermeulen had zich financieel verbonden aan de bekende G.T.B.-geluidsstudio in Den Haag.

De deal mislukte volledig en liet hem met enorme schulden achter.

Hij lette naar eigen zeggen altijd meer op de muziek dan op de centen, waardoor hij een miljoenenclaim opbouwde bij de Belastingdienst.

Ondanks zijn vele successen had Vermeulen te maken met een schuld van 680.670 euro.

Eind jaren tachtig en begin jaren negentig zat hij dan ook volledig aan de grond.

Hij leefde in een sober souterrain in Scheveningen en verdiende wat geld met optredens in Haagse kroegen.

Dankzij zijn manager Peer Evers en een regeling met het maatschappelijk werk en het Sociaal Fonds van de Buma-Stemra werd er uiteindelijk orde op zaken gesteld om de schuld af te betalen.

Deze afspraak hield in dat Vermeulens auteursrechten voor het grootste gedeelte werden ingehouden om de schulden af te lossen.

Hans Vermeulen leefde dan ook enige jaren van een minimaal inkomen.

Eerder dan verwacht had Vermeulen zijn schuld afgelost.

Vrijwel platzak vertrok hij rond 1994 definitief naar Thailand om daar opnieuw te beginnen.

Om zijn muzikale grenzen te verleggen, verruilde Vermeulen Nederland vervolgens voor het Thaise eiland Koh Samui.

Een prettige bijkomstigheid was dat hij in het goedkope Thailand in principe van de royalty’s van zijn hits kon leven.

Toch bleef hij ook in Azië actief met componeren en produceren.

Zo maakte hij onder de naam The Rest in 1994 een nieuw album ‘Domestic Affairs’ uit en dit met oude bekenden uit de Haagse muziekscene, te weten Polle Eduard op zang en gitaar, Len Bouman op bas, Beau Wassenbergh op drums en Okkie Huijsdens voor de productie.

Tevens raakte hij betrokken bij de Thaise band Carabao.

Op 1 juli 1995 trad Hans Vermeulen in Bussum in het huwelijk met de jonge Thaise Jariya Chatsuwan, ook wel bekend als Aom.

Samen met producer Eddy Ouwens nam hij in 1997 een cd op met internationale hits van bekende artiesten.

Ouwens had hem daar al eerder tevergeefs voor gevraagd, maar uiteindelijk ging Vermeulen overstag.

De nummers op het album ‘Vogelvrij’ werden voorzien van Nederlandse teksten geschreven door onder anderen Robert Long, Paula Patricio, Joost Nuissl, Henk Temming en Coot van Doesburg.

De single ‘De Mooiste Droom Is Vogelvrij’, een cover van het gekende nummer ‘Up Where We Belong’ dat hij samen met Sandra Reemer inzong, werd een bescheiden radiohit.

In 1998 verscheen er een dubbel-cd met een overzicht van zijn gehele loopbaan, met de hits van zijn groepen Sandy Coast, Rainbow Train en The Rest en met vocale bijdragen van onder meer Rob de Nijs, Ruth Jacott en Anita Meyer.

Met de single ‘Een Kus En Een Knuffel’ uit het album, een cover van Butterfly Kisses van Bob Carlisle en Randy Thomas, scoorde hij een bescheiden radiohit.

In Thailand behaalde zijn vrouw Aom een top 10-hit met haar versie van ‘The Eyes Of Jenny’, terwijl Vermeulen optredens verzorgde met het Bangkok Symphonic Orchestra.

Op 19 april 2002 werd hij tijdens een speciaal optreden begeleid door het Metropole Orkest.

Dit concert werd later op televisie uitgezonden door de KRO en verscheen zowel op cd als dvd, onder de naam ‘Met Mij Gaat Het Goed’ in 2004.

Tijdens zijn rijkgevulde carrière ontving Hans Vermeulen onder meer een Gouden Harp en een Edison.

Hij overleed plotseling op 9 november 2017 op 70-jarige leeftijd.

Dianne Marchal: Van hitzangeres en achtergrondstem tot rust en zingeving

Hilde Dianne Marchal werd geboren op 9 september 1952 in Den Haag en groeide uit tot een veelzijdige stem in de Nederlandse popmuziek.

Ze maakte in de jaren zestig haar eerste muzikale stappen en bracht in 1969 onder de naam Turquoise Marchal de single ‘My Man’ uit, geschreven door haar toekomstige man Hans Vermeulen.

In de jaren zeventig en tachtig verwierf ze grote bekendheid als solozangeres en als veelgevraagde achtergrondzangeres.

Ze trouwde in de jaren zeventig met Hans Vermeulen en maakte deel uit van de meidengroep Rainbow Train, het muzikale project van haar echtgenoot.

Binnen deze formatie zong ze samen met onder meer Anita Meyer en Martha Pendleton.

Naast haar werk in de studio bracht ze solo diverse singles uit, waaronder Sandy en Speedtrap in 1977 en It’s My Time Now in 1983.

De relatie tussen Marchal en Vermeulen liep begin jaren tachtig al ernstige schade op.

Hoewel Hans in 1982 nog een muzikale ode en liefdesverklaring aan haar uitbracht met het nummer ‘Hilde’, strandde hun huwelijk in de jaren daarna definitief.

Na een langdurige, moeizame periode vol emotionele en financiële problemen werd de echtscheiding in 1992 officieel afgerond.

Marchal werkte ontzettend veel als achtergrondzangeres en op talloze platen van Nederlandse bodem uit de jaren zeventig en tachtig nam ze de backings voor haar rekening.

Ze vormde daarin vaak een team met collega’s als Anita Meyer en Martha Pendleton, en later met onder anderen Jody Pijper, Julya Lo’ko, Ruth Jacott, Sandra Reemer, Pim Roos en Cees Stolk.

In totaal is ze op meer dan 1000 (sommige bronnen beweren zelfs 2000) nummers te horen, waaronder megahits als ‘Why Tell Me Why’ van Anita Meyer, ‘Sajang é ‘van Massada en ‘Who’s That Lady With My Man’ van Patricia Paay.

Tot begin jaren negentig bleef ze zeer actief als sessiezangeres.

Na een televisieprogramma van Tineke de Nooij, waar ze samen met Hans in Oekraïne was voor het project Kinderen in Tsjernobyl,veranderde haar leven.

Ze raakte zo betrokken bij het project en was zo onder de indruk van het land dat ze een jaar later naar Oekraïne verhuisde en er voor lange tijd bleef.

Pas eind jaren negentig keerde ze terug naar Nederland. In 2020 verscheen er bovendien een filmdocumentaire over haar leven en muzikale loopbaan.

Naast haar muzikale carrière werkte ze ook in de gastronomie. Samen met haar partner Erik Westra runde ze een aantal jaren het kwaliteitsrestaurant en Indische huiskamerrestaurant Plan B aan de Wijnhaven in Delft.

In het voorjaar van 2022 stapte ze in het huwelijksbootje met haar partner Erik Westra. Hoewel de deuren van Plan B inmiddels gesloten zijn, bleef haar echtgenoot actief in het vak.

Hij heeft een lange en indrukwekkende loopbaan in de gastronomie opgebouwd, met ervaring in verschillende Michelinsterrenzaken.

De bijna zeven jaar jongere man van Marchal werkt momenteel als operationeel manager bij Sociëteit De Unie in Loosdrecht en combineert zijn passie voor eten en drinken nog altijd met zijn liefde voor muziek als gitarist en percussionist.

Na een bewogen leven in de muziekwereld en de horeca verklaart Marchal dat ze door haar geloof in God de innerlijke rust en diepe zingeving heeft gevonden waar ze altijd naar op zoek was.

De zangeres, die in september 2026 haar 74e verjaardag viert, woont samen met haar man in Delft en geniet daar van haar pensioen.

Vijftig jaar geleden bracht het Dream Express Orchestra het nummer Villarhides uit.

Dream Express Orchestra was de begeleidingsband van de groep Dream Express met als leden Luc Smets en de zussen Bianca, Patricia en Stella Maessen.

De zussen waren eerder bekend als The Hearts of Soul.

Op dit instrumentale nummer hoort u dan ook de dames op de achtergrond meezingen.

Het nummer werd geproduceerd door Luc Smets.

Maurice Jarre schreef de muziek oorspronkelijk in 1968 voor de film Villa Rides.

Deze western gaat over de Mexicaanse Revolutie en volgt de Amerikaanse avonturier en piloot Lee Arnold, gespeeld door Robert Mitchum.

Hij smokkelt wapens voor de Mexicaanse revolutionair Pancho Villa, gespeeld door Yul Brynner.

Hoewel Arnold zich buiten de oorlog wil houden, raakt hij tegen zijn wil in de bloedige strijd verwikkeld.

Het nummer stond acht weken lang in de BRT Top 30 en bereikte daar de drieëntwintigste plaats als hoogste positie.

Het nummer werd echter vooral bekend als de herkenningstune van Radio Mi Amigo.

Dit destijds illegale radiostation was erg populair en zond eerst uit vanaf het radioschip de MV Mi Amigo en later vanaf de Spaanse kust.

Fox, verloor zijn streken niet

De band werd opgericht door de Amerikaanse songwriter en producer Kenny Young, die eerder al successen had geboekt met hits voor andere artiesten.

Om zijn eigen muzikale visie tot leven te wekken, verzamelde hij een groep getalenteerde muzikanten om zich heen, waaronder de gerenommeerde bassist Herbie Flowers.

Het absolute boegbeeld van de groep werd echter de Australische zangeres Susan Traynor, die de artiestennaam Noosha Fox aannam.

Met haar unieke, zwoele stemgeluid, theatrale uitstraling en karakteristieke zangstijl gaf zij de band een volstrekt eigen gezicht.

In 1975 brak Fox door bij het grote publiek met aanstekelijke nummers als Only You Can en Imagine Me, Imagine You.

Het grootste commerciële succes liet echter niet lang op zich wachten.

Tijdens een vakantie in Portugal schreef Young het nummer ‘S-S-S-Single Bed’.

In het voorjaar van 1976 bracht de band de single uit, afkomstig van hun tweede album Tails of Illusion.

Toen de single verscheen, kwam er geen enkele reactie, noch van de pers, noch van de radio.

Kenny Young krabde zich achter de oren, haalde Fox opnieuw naar de studio, paste het nummer aan en nam het nogmaals op.

Drie weken later stond het op de eerste plaats in de Engelse hitparade.

Het nummer viel meteen nu op door de speelse, licht stotterende zang van Noosha Fox in het refrein en een ontspannen, groovy arrangement dat perfect aansloot bij de tijdsgeest.

S-S-S-Single Bed groeide uit tot een internationale hit.

In het Verenigd Koninkrijk bereikte de single de vierde plaats in de hitlijsten, terwijl het nummer in Australië zelfs de absolute nummer één-positie wist te veroveren.

Ook in diverse Europese landen werd de single warm onthaald en veelvuldig op de radio gedraaid.

Ondanks het grote succes van de single bleek het een van de laatste grote stappen van de groep te zijn; niet lang daarna viel het doek voor Fox en ging Noosha Fox solo verder.

Kenny Young werd op 14 april 1941 geboren als Shalom Giskan in Jeruzalem.

Op jonge leeftijd verhuisde hij met zijn familie naar New York, waar hij opgroeide op de Lower East Side van Manhattan.

Rond zijn tweeëntwintigste nam hij de artiestennaam Kenny Young aan en ging hij aan de slag als liedjesschrijver in het legendarische Brill Building in New York, het bruisende centrum van de Amerikaanse popmuziek in die tijd.

Zijn doorbraak kwam er in 1964, toen hij samen met Arthur Resnick het nummer ‘Under the Boardwalk’ schreef.

Het werd een enorme hit voor The Drifters en groeide uit tot een tijdloze klassieker die later door talloze grote namen werd gecoverd, onder wie The Rolling Stones, The Beach Boys en Bruce Willis.

In de jaren zestig volgden nog meer succesvolle liedjes van zijn hand, waaronder ‘Just a Little Bit Better’ voor Herman’s Hermits, ‘Arizona’ voor Mark Lindsay en ‘Captain of Your Ship’ voor Reparata and the Delrons.

Toen hij ter promotie van dat laatste nummer naar het Verenigd Koninkrijk reisde, besloot hij zich daar definitief te vestigen.

Hij boekte succes met zangeres Clodagh Rodgers en niet veel later formeerde hij de groep Yellow Dog, die in 1978 scoorde met het nummer ‘Just One More Night’.

Aan het begin van de jaren tachtig schreef hij samen met Chaz Jankel het nummer ‘Ai No Corrida’, dat in de bekende uitvoering van Quincy Jones een wereldwijde danshit werd.

In de latere fase van zijn leven richtte Young zich steeds meer op milieubescherming.

Hij bracht zijn muzikale netwerk en zijn maatschappelijke betrokkenheid samen in initiatieven zoals het Earth Love Fund en Artists Project Earth.

Via benefietprojecten en het nummer ‘Spirit of the Forest’, waaraan talloze internationale artiesten meewerkten, haalde hij aanzienlijke bedragen op voor het behoud van de regenwouden en klimaatacties.

Voor die inspanningen werd hij geëerd door het milieuprogramma van de Verenigde Naties.

Hij overleed op 14 april 2020 op negenenzeventigjarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

Noosha Fox, geboren als Susan Traynor in het Australische Brisbane, verwierf in de tweede helft van de jaren zeventig grote bekendheid als de opvallende frontvrouw van de Britse popgroep Fox.

Met haar excentrieke verschijning, theatrale uitstraling en heel herkenbare, ietwat lome en zwoele stemgeluid wist ze een onuitwisbare indruk achter te laten.

Samen met songwriter en producer Kenny Young scoorde de band grote successen met nummers als S-S-S-Single Bed en Imagine Me, Imagine You.

Toen de groep Fox eind 1976 uit elkaar ging, zette ze haar muzikale pad voort als solozangeres.

In 1977 bracht ze haar debuutsingle ‘Georgina Bailey’ uit, eveneens geschreven en geproduceerd door Kenny Young.

Het nummer sloot naadloos aan bij de elegante stijl die ze met haar eerdere band had opgebouwd: een mengeling van cabaretachtige pop, verfijnde instrumentatie en haar karakteristieke zangstijl.

‘Georgina Bailey’ bereikte de Britse hitlijsten, terwijl de single ook in de Benelux veelvuldig op de radio te horen was.

Na dit succesvolle solodebuut bracht Noosha Fox in 1979 een titelloos soloalbum uit en verschenen er nog enkele singles, waaronder ‘More Than Tomorrow’ en ‘Skin Tight’.

Hoewel haar latere werk de hoge hitparadeposities van haar beginjaren niet meer wist te herhalen, bleef ze een geliefde en stijlvolle cultfiguur binnen de popmuziek.

Na haar actieve periode in de jaren 70 en vroege jaren 80 koos Noosha Fox bewust voor een gezinsleven buiten de muziekwereld.

Ze is getrouwd met arts Michael Goldacre en het koppel kreeg vier kinderen.

Een van hun kinderen is de bekende Britse wetenschapsjournalist en auteur Ben Goldacre.

In 2022 verscheen haar comebackalbum ‘Back Here in England’ onder haar oude artiestennaam.

De nu 81-jarige zangeres leidt nu een teruggetrokken bestaan in Engeland en geniet van haar pensioen.

Dizzy Man’s Band, wij zijn echte meelbieten

De Nederlandse Dizzy Man’s Band werd in 1968 opgericht door zanger Jacques Kloes en leden van de voormalige band The Fellows.

De band heette toen Take Five en coverde muziek van Blood, Sweat & Tears en Chicago.

In 1970 wordt de groepsnaam veranderd in Dizzy Man’s Band.

Tijdens de liveoptredens speelt Bob Ketzer, hun percussionist en tevens roadmanager, op toneel een clowneske figuur.

In de nazomer van datzelfde jaar is ‘Tickatoo’ de eerste hit, goed voor n°2 in Vlaanderen en n°6 in Nederland.

Volgens sommigen is dit nummer (niet onterecht) een doorslagje van ‘Down On The Corner’ van Creedence Clearwater Revival.

Tot 1978 scoort Dizzy Man’s Band 15 hits in Nederland, waaronder ‘The Show’, ‘Everday In Action’ en ‘Money The Phoney’.

Met ‘The Opera’ staan ze in de zomer van 1975 opnieuw op n°2 in de Ultratop.

Deze keer is het succes in Nederland even groot.

Het nummer stond ook 16 jaar lang in de Nederlandse Radio 2 Top 2000.

Van de acht bandleden zijn er nog slechts vier in leven.

Zanger Jacques Kloes overleed op 2 april 2015 op 67-jarige leeftijd.

Ook gitarist Dirk van der Horst, organist/pianist Herman Smak en Bob Ketzer zijn reeds overleden.

Gisteren nog vandaag