

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek





Hoewel door haar toedoen geen enkel gewapend conflict is beëindigd, kreeg ze in 1979 de Nobelprijs voor de Vrede, toch min of meer de heiligverklaring van de seculieren.
Toen ze de prijs in Oslo in ontvangst nam, dankte ze God voor deze grote eer en bad met de aanwezigen het vredesgebed van de heilige Franciscus.
Dat vonden de meeste aanwezige hoogwaardigheidsbekleders nog wel aandoenlijk.
Maar een zeker ongemak maakte zich van de zaal meester toen Moeder Teresa vervolgens keihard uithaalde naar abortus, in haar woorden ‘de grootste vernietiger van vrede’ op de wereld. “De landen die abortus hebben gelegaliseerd zijn voor mij de armste landen ter wereld”, voegde ze er nog aan toe. Weg feeststemming.
Sinds die Nobelprijs is er iets veranderd in de beeldvorming rond Moeder Teresa, met name bij progressieve katholieken.
Nog altijd was er veel respect voor haar werk, nog altijd was ze de ‘heilige van de verschoppelingen’, maar ze hield er wel rare ideeën op na.
En dan ging het dus over haar opvattingen aangaande abortus en voorbehoedsmiddelen.
Later werd de kritiek inhoudelijker en ook feller.
Haar grootste criticus was zonder twijfel de Amerikaanse journalist en columnist Christopher Hitchens.
Zijn film ‘Hell’s Angel’ en een boek met de onaardige titel ‘De Missionarishouding’ over leven en werk van Moeder Teresa, hadden alle trekken van een aanklacht.
Ooit bracht Hitchens een bezoek aan het weeshuis van de Missionarissen van Naastenliefde in Calcutta. Het viel hem daarbij op hoe de zieken haar sandalen kuste. Hij was, zoals zovelen voor hem, enorm onder de indruk van wat hij zag. Totdat de heilige zich tot de journalist wendde en zei: “Kijk, zo strijden wij tegen abortus en voorbehoedsmiddelen.” Volgens Hitchens ging het haar helemaal niet om het welzijn van de armen.
De medische zorg in de huizen van Moeder Teresa was zeer primitief en niet te vergelijk met hospices in het Westen.
Zo werden patiënten met tuberculose niet geïsoleerd, injectienaalden niet gesteriliseerd voordat ze werden hergebruikt en moesten de stervenden het doen zonder professionele pijnbestrijding.
Verder zou ze geld hebben aangenomen van een corrupte bankier en naar de pijpen hebben gedanst van de Haïtiaanse dictator Jean-Claude Duvalier.
Moeder Teresa was in de ogen van Hitchens helemaal geen vriend van de armen, maar een vriend van de armoede. “Een religieuze fundamentalist, een politieke agent, een primitieve prediker en een handlanger van niet-religieuze machten.” En dus zeker geen heilige.
Moeder Teresa overlijdt op 5 september 1997.
Haar graf in Calcutta is een druk bezocht bedevaartsoord. (diverse bronnen, Stijn Fijns en Wikipedia)






Cole Porter wordt op 9 Juni 1891 geboren in Peru in de Amerikaanse staat staat Indiana, en speelt al vanaf jonge leeftijd piano.
Later gaat hij studeren aan de Yale universiteit.
Na zijn studie gaat Porter naar Parijs om daar muziek te studeren.
Hij ontmoette zijn vrouw Linda Lee Thomas in Parijs in 1918.
Zij was een rijke gescheiden vrouw die een aantal jaren ouder was dan hij.
Ze trouwden in 1919 ofschoon Porter homoseksueel was.
Het huwelijk bracht beide partners voordelen: Porter kon de schijn van een heteroseksuele relatie ophouden en Thomas hield toegang tot de betere kringen.
De Porters verhuisden van Parijs naar Venetië, van daar naar New York en uiteindelijk naar Hollywood, waar het gemakkelijke (grote) geld lokte en waar Cole Porter voor MGM de muziek voor vele films schreef.
In die tijd nam de kwaliteit van zijn werk – ook tot zijn eigen ongenoegen – af en mede daarom verliet hij Hollywood weer.
Cole Porter en zijn vrouw gingen aan het begin van de jaren dertig (enige tijd) uit elkaar, nadat Porters homoseksualiteit meer en meer openbaar werd.
Zij bleven echter getrouwd en hun – naar de mening van zijn biografen – gelukkige huwelijk hield stand tot de dood van zijn vrouw in 1954.
Door een ongeluk in 1937 werden zijn benen verbrijzeld waardoor hij vrijwel geheel kreupel werd, maar hij bleef componeren.
Cole Porter was een tijdgenoot van Irving Berlin en George Gershwin en schreef musicals als “Anything goes” (1936 en “Kiss me, Kate” (gebaseerd op William Shakespeare’s stuk The Taming of the Shrew), 1948)
Daarnaast heeft hij ook een aantal nog steeds populaire nummers geschreven, waaronder I Get a Kick Out of You, Night and Day, Let’s Do It (Let’s Fall in Love), I Love Paris, True Love, Begin the Beguine, So in Love, Too Darn Hot, In the Still of the Night, Easy to Love, You’re the Top, It’s Delovely, I’ve Got You Under My Skin, Ev’ry Time We Say Goodbye en Don’t Fence Me In.
In 1958 moest zijn rechterbeen geamputeerd worden. Daarna verloor hij zijn levenslust en daarmee zijn creativiteit.
Cole Porter overleed in 1964 en ligt begraven in zijn geboorteplaats tussen zijn vader Sam Porter en zijn vrouw Linda.
Cole Porter is 73 jaar geworden.(Diverse bronnen en Wikipedia)







Ze trouwde namelijk zeven keer en daardoor een geschenk uit de hemel voor de roddelpers.
Haar eerste man was de 20 jaar oudere filmproducent Wesley Rugles en samen kregen ze één kind.
De opvolger was de schatrijke fabrikant Dan Topping, die toen ook mede eigenaar was van de New York Yankees. Samen hadden ze ook één zoon.
Ze huwde Ruggles in 1931 en scheidde van hem op 9 april 1937, een paar uur voordat ze trouwde met Topping, van wie ze scheidde in 1940.
Haar derde man, was de kapitein James Ramage Addams. Ze trouwde 7 oktober 1942 en de scheiding was drie jaar later op 24 juli 1945
Drie weken later op 3 augustus 1945 trouwde ze met Vincent Ryan, om dan twee jaar later van hem te scheiden op 23 april 1947.
Haar vijfde man, was de broer van haar tweede man, namelijk Henry J. (Bob) Topping. Zes dagen na haar scheiding met Vincent Ryan, huwde ze dus met Henry J. (Bob) Topping op 29 april 1947 om een jaar later op 23 april 1948 te scheiden van hem.
Dan was het tijd om te trouwen met nummer zes en dat was George Ross III en ze trouwde op 18 januari 1949 tot en met 10 augustus 1950.
Met nummer zeven, Edward Cooper Heard trouwde ze op 9 april 1955.
Ook dit huwelijk bleef niet duren en eindigde op 2 november 1960.
Dan was de tijd aangebroken om te genieten van het leven zonder een man en dit tot en met aan haar dood op 7 februari 1974.


















