Deze week 40 jaar geleden, publicatie van het boek De verbijsterde terugblik van een massaregisseur van de Nederlandse regisseur Carel Briels

Hij is vooral bekend geworden door het organiseren van massa-spektakels.

Het leverde hem de bijnaam “De Napoleon van het Massaspel” op.

Hij groeide op in Roosendaal. Al van jongs af speelde hij toneel.

Bijvoorbeeld op zijn middelbare school, het Sint Norbetuslyceum in Roosendaal tijdens Toneelavonden en tijdens een plechtige feestviering ter gelegenheid van zijn communiefeest op het Instituut St. Louis te Oudenbosch.

Hij verhuisde naar Amsterdam en volgde daar de toneelschool en behaalde in 1939 zijn diploma. Eind 1939 richtte hij zijn eigen toneelgezelschap op, Het Nederlands Toneellyceum.

Dit was meer dan een toneelgezelschap, het gezelschap had tot doel “het cultuurbezit te beschermen door begrip en liefde bij het Nederlandse volk aan te kweken voor de grote toneelwerken in de literatuur van alle tijden”.

Hoewel het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (DVK) Briels bij de start van Het Nederlands Toneellyceum gunstig gezind was, was het dat na de zomer van 1941 niet meer.

Het kwam zelfs zo ver dat Briels werd opgepakt en gevangen gezet in het Oranjehotel in Scheveningen (september 1942).

Hij werd gedwongen Het Nederlands Toneellyceum op te heffen waarna hij werd vrijgelaten.

Na de oorlog kreeg hij naamsbekendheid als artistiek leider en regisseur van talloze naoorlogse massaspelen.

Zo organiseerde hij in 1946 in het Olympisch Stadion in Amsterdam het spektakelstuk Het drama der bezetting.

In 1947 bracht hij het massaspel De waterweg heroverd in het Feyenoordstadion.

Bij het gouden regeringsjubileum van koningin Wilhelmina in 1948 leidde hij wederom in Amsterdam zo’n evenement.

Later regisseerde Briels onder meer het massaspel Zevenhonderd Jaar en één Nacht, bij het 700-jarig bestaan van de stad Breda (1952) en de expositie De Rijn in de RAI (1952).

In 1962 was opnieuw het Feyenoordstadion het podium voor One world or none, een vierdaags massaspel over het atoomtijdperk.

Deze productie werd via Eurovisie in vele landen uitgezonden en er waren ook filmploegen uit Amerika. Briels was een evenementenman avant la lettre en werd ook wel de Nederlandse Cecile B. de Mille genoemd. (Diverse bronnen, Theaterencyclopedie en De Post van 9 november 1980)

Deze week 40 jaar geleden, publicatie van het boek De verbijsterde terugblik van een massaregisseur van de Nederlandse regisseur Carel Briels

Vandaag 100 jaar geleden, verschijnt de Vlaamse literaire klassieker De Witte van Ernest Claes.

De figuur die Claes koos als type voor zijn verhaal heeft werkelijk bestaan, maar de enkele details uit het echte leven van de echte Witte werden ruimschoots aangevuld met verbeelding, observatie en eigen belevenissen van de schrijver.

Dat is ook het geval voor de andere figuren die een rol spelen in het verhaal. Claes schreef de eerste hoofdstukken al in 1908 voor het besloten gezelschap De Violier, een kleine vriendenkring van literatuurliefhebbers die Claes met enkele medestudenten van de Katholieke Universiteit Leuven had opgericht.

Daarna volgden nog enkele voorlezingen ervan in de studentenstad.

Pogingen om het verhaal te laten opnemen in De Nieuwe Gids of in Jong Dietschland mislukten.

Lodewijk Dosfel, hoofdredacteur van dit laatste tijdschrift, vond enkele passages toch te onkies en ongepast.

De volgende hoofdstukken kon Claes wel laten verschijnen in het Leuvense studentenblad Ons Leven, wat hem op een reprimande van de vice-rector kwam te staan.

Vanaf 1911 verschenen het vierde en de volgende hoofdstukken in diverse tijdschriften, zoals Het Land (opgericht in 1911 door Juul Grietens), Dietsche Warande, Groot Nederland en Vlaamsche Arbeid.

Tijdens de oorlogsjaren schreef Claes andere verhalen, waaronder enkele oorlogsnovellen. In 1919 hervatte hij het schrijven aan De Witte en schreef nog twee bijkomende hoofdstukken.

Het boek werd ten slotte afgewerkt toen Emmanuel de Bom hem in 1919 vroeg of hij de novelle De Witte uit kon brengen in de nieuwe serie Vlaamse Bibliotheek, als onderdeel van de Wereldbibliotheek.

Claes schreef toen de laatste vijf hoofdstukken.

Het boek verscheen met 12 pentekeningen van Jos Leonard. De oplage van vijfduizend exemplaren was na enkele maanden uitverkocht.

In totaal zijn er al 128 drukken van deze bijzondere schelmenroman gemaakt.

Hij werd twee keer verfilmd, in 1934 door Jan Vanderheyden (De Witte) en in 1980 door Robbe De Hert onder de titel De Witte van Sichem. (Diverse bronnen en Wikipedia)

Jef Bruyninckx

40 jaar geleden, te gast bij de Amerikaanse schrijver Tennessee Williams (oktober 1980)

Te gast bij de Amerikaanse schrijver Tennessee Williams (oktober 1980)
Te gast bij de Amerikaanse schrijver Tennessee Williams (oktober 1980)
Te gast bij de Amerikaanse schrijver Tennessee Williams (oktober 1980)
Te gast bij de Amerikaanse schrijver Tennessee Williams (oktober 1980)

Urbain Vermeulen, de Islam-ideologie heeft één doel, de bestrijding van het Westen (De P Magazine 31 oktober 2001)

Urbain Vermeulen, de Islam-ideologie heeft één doel, de bestrijding van het Westen (De P Magazine 31 oktober 2001)
Urbain Vermeulen, de Islam-ideologie heeft één doel, de bestrijding van het Westen (De P Magazine 31 oktober 2001)
Urbain Vermeulen, de Islam-ideologie heeft één doel, de bestrijding van het Westen (De P Magazine 31 oktober 2001)
Urbain Vermeulen, de Islam-ideologie heeft één doel, de bestrijding van het Westen (De P Magazine 31 oktober 2001)
Urbain Vermeulen, de Islam-ideologie heeft één doel, de bestrijding van het Westen (De P Magazine 31 oktober 2001)
Urbain Vermeulen, de Islam-ideologie heeft één doel, de bestrijding van het Westen (De P Magazine 31 oktober 2001)

Anton Peters in de Story van 23 juli 1985.

Ben je een beetje ziek, dan horen ze meteen de doodsklok luiden…

Geen bier meer, geen cognac, geen whisky, alleen nog af en toe een glaasje wijn. Anton Peters had wat problemen met het hart en moest van de dokter vermageren. Hij is nu 14 kilogram kwijt. Verder is er niks aan de hand, zegt hij. Het leven is te mooi om je zorgen te maken…

Op onze redactie kwamen allerlei alarmerende berichten over Anton Peters binnenwaaien. Dat het zo slecht met hem ging. Het hart. En ook over de gezondheid van Marc, zijn enige zoon, deden wilde verhalen de ronde. Kortom, in de familie Peters was zich een drama aan het voltrekken…

“Pure nonsens,” grijnst Anton. “Onvoorstelbaar wat ze allemaal verteld hebben. Zo zijn de mensen, hè. Ze roddelen graag en dan liefst in de overtreffende trap. Als ze horen dat je ziek bent, fluisteren ze bij de bakker en de slager dat ze de corbillard hebben zien rijden! Echt waar, madam! Dorpsroddels in een stad als Antwerpen. Zo gaat dat.”

“Juist, ik heb in het Academisch Ziekenhuis gelegen. Een dag of tien. Méér niet. Hartinfarct? Laat mij niet lachen. Een kleine hartinsufficiëntie, da’s al. Een verwittiging dus. Moeten ze daar zoveel theater over maken? Luister, ik heb me grondig laten onderzoeken. Een volledige check-up. Een groot nazicht, laat ons zeggen. De dokters verzekerden me dat er geen enkele reden tot paniek was. Dat is goed nieuws. Slecht nieuws interesseert me niet, daar leef ik veel te graag voor.”

“De dokter zei: Je móet vermageren. Goed, ik heb dat gearrangeerd. Geen bier meer, geen cognacje, geen whisky. Voor mij is dat een hele opgave, want de geneugten van het leven hebben aan mij hun beste klant. Verder: geen vet, weinig brood. Ik ben 14 kilogram kwijt en ik moet toegeven dat het een prima gevoel is.”

“De enige zonde die ik nu nog bedrijf: af en toe een glaasje witte wijn. Daar stap ik niet van af. Alleen jammer dat ze in de cafés slechte wijn hebben, uitzonderingen daargelaten. Ze willen allemaal veel verdienen, vlug rijk zijn. Van mij mogen ze wat meer vragen, maar dan moet de waar ook goed zijn. Er zijn herbergen waar ze mij niet meer zien, omdat je met hun wijn alleen maar mayonaise kunt maken…”

“Om nog eens op die paniekverhalen terug te komen. Weet je dat ze rondgestrooid hebben dat onze Marc, mijn zoon, gek was geworden? Allez, allez, waar gaan we naartoe, waar halen ze het? Die jongen mankeert niks. Nee, schrijf gerust op dat de hele familie Peters zich uitstekend voelt, mijn mama incluis. Ze is 88 jaar, dat wil toch al wat zeggen, nietwaar.”

“Weet je, die perikelen met mijn hart, da’s heel normaal voor een acteur. Een toneelspeler – een échte – heeft een groot hart, letterlijk dan. Het hart van een acteur is een accordeon waarvan de registers voortdurend worden opengetrokken. Op het podium geef je álles, je bemint en je haat in superlatieven. Hevige emoties die doorzinderen in het hele lichaam. Een acteur die alleen met zijn verstand acteert, is een slechte acteur.”

Peters is 62. Hij heeft intussen al een carrière van 44 jaar achter de rug, maar hij is nog lang niet van plan er de brui aan te geven. Momenteel is hij aan de kust te zien in een dolkomisch soloprogramma getiteld Hoogachtend, Anton Peters. Met dat programma staat hij vanaf 20 september ook in het Merksems Kamertheater, waar hij kortgeleden een contract ondertekende. Aan de Antwerpse KNS zegt hij vaarwel.

“Ik heb drie jaar in de KNS gewerkt en dat is genoeg. Luister, theater is voor mij een lief. En ik verander al eens graag van lief, begrijp je…”

Hij zegt het allemaal in zijn eigen, onnavolgbare stijl, humorvol, spits. De volmaakte showman die barst van zelfvertrouwen.

“Hola, wat zeg je daar? Zelfvertrouwen? Ik? Ik zal eerlijk zijn. Niemand zal het geloven, want ik straal inderdaad zelfvertrouwen uit, maar in feite is dat pose: doen alsof. Ik ben een heel timide, schuchtere, bijna mensenschuwe man, zoals de meeste toneelspelers. Ze komen binnen met een air van hier ben ik, superieur en pretentieus, the big star, terwijl ze verteerd worden door de grootste twijfels. Acteurs zijn kwetsbaar als niemand anders. Het is een raar vak met rare mensen.”

“Op feestjes ben ik een zwijger. Ik zeg niet veel, ik heb liever dat de anderen praten. Ik kom binnen als de geaccrediteerde grapjas en dat wordt voor de aanwezigen dan één grote desillusie, want ik ben de stilste van het hele gezelschap.”

“Ik benader de mensen schuchter. Het duurt bij mij ontzettend lang vóór ik de brug sla, vóór ik iets van mezelf prijsgeef. Ik haat de telefoon, omdat ik niet in de ogen van de man aan de andere kant van de lijn kan kijken: ik kan de reacties niet peilen en dat vind ik een verschrikking.”

“Liefst van al ben ik alleen met Jeannine, mijn vrouw. Bij Jeannine is Anton Peters zoals hij werkelijk is: heel gewoon, niks bijzonders, helemaal op zijn gemak…”

Bij de rechterfoto staat: MKT-directeur Walter Merhottein (rechts) en acteur Frans Vandevelde zijn blij dat ze Anton erbij hebben!

Gisteren nog vandaag

Sfeerbeelden van de voorstelling Canal Grande van Maurice Béjart tijdens het festival Venezia Danza Europa 81op 2 juli 1981

Sfeerbeelden van de voorstelling Canal Grande van Maurice Béjart tijdens het festival Venezia Danza Europa 81
Sfeerbeelden van de voorstelling Canal Grande van Maurice Béjart tijdens het festival Venezia Danza Europa 81
Sfeerbeelden van de voorstelling Canal Grande van Maurice Béjart tijdens het festival Venezia Danza Europa 81
Sfeerbeelden van de voorstelling Canal Grande van Maurice Béjart tijdens het festival Venezia Danza Europa 81

De Nederlandse actrice Esther De Boer- Van Rijk in het tijdschrift ABC van 11 augustus 1935

Toen Esther de Boer-van Rijk in 1937 overleed, rouwde heel Nederland. De kranten kopten ‘Nederlands populairste actrice is dood’ en duizenden mensen stonden langs de route van haar begrafenisstoet.

Haar populariteit was ongekend: ze was een icoon wiens beeltenis op talloze artikelen verscheen en wiens levensechte acteerwerk het publiek diep raakte. Recensenten bejubelden haar naturel met de woorden: ‘Men vergat dat ze speelde’.

Haar roem was een wereld van verschil met haar jeugd in een arm, joods-orthodox gezin in Rotterdam.

Na de vroege dood van haar vader werkte ze in het naaiatelier van haar moeder, maar droomde van het toneel.

Ze leerde haar eerste rollen met de tekst op schoot en vocht zich via het amateurtoneel een weg naar een professioneel contract.

Na haar huwelijk met musicus Henri de Boer en hun verhuizing naar Amsterdam, sloeg het noodlot toe.

Haar man raakte verlamd, waardoor Esther de rest van haar leven de enige kostwinner van het gezin zou zijn. Juist in deze zware periode vond ze haar artistieke thuis bij schrijver Herman Heijermans.

Ze werd de ultieme vertolkster van zijn realistische vrouwenrollen, met als absoluut hoogtepunt de rol van vissersweduwe Kniertje in Op hoop van zegen.

Meer dan 1200 keer speelde ze deze rol, zo levensecht dat haar tranen, zoals ze zelf zei, altijd echt waren.

Ondanks haar status werd haar carrière getekend door financiële tegenslag. Gezelschappen gingen failliet, maar de weduwe De Boer-van Rijk was onvermoeibaar.

Gedwongen door geldzorgen richtte ze haar eigen gezelschappen op en toerde tot op hoge leeftijd door het land met de successtukken van Heijermans.

Pas na een operatie besloot de actrice, die ook bekendstond om haar liefdadigheid en trotse joodse identiteit, te stoppen.

Ze overleed kort daarna in 1937 op 84-jarige leeftijd.