60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse omroepster Nora Steyaert

Nora Steyaert was amper 21 jaar, toen ze bekend werd als een van de drie omroepsters van het NIR, de voorloper van de VRT.

Steyaert was de kleindochter van de pionier van de Vlaamse sportjournalistiek Karel Van Wijnendaele.

Ook haar vader Willem Van Wijnendaele werkte als sportjournalist.

Samen met Paula Sémer en Terry Van Ginderen kondigde ze de programma’s aan, en ze presenteerde in die jaren ook zelf enkele televisieprogramma’s, zoals “Tienerklanken” en “Kijkuit”.

Nora Steyaert huwde in 1956 met de succesvolle auteur Aster Berkhof, die ook regelmatig te gast was in BRT-programma’s.

Aster Berkhof werd geboren als Lode van den Bergh op 18 juni 1920 in Rijkevorsel.

Hij groeide op in een welgesteld gezin in Sint-Jozef-Rijkevorsel.

Zijn ouders werkten in de gemeenteschool: zijn vader als directeur en zijn moeder als lerares. Zelf studeert hij Latijn-Grieks in het middelbaar en later Germaanse filologie aan de universiteit in Leuven.

In 1942 studeert hij af met zijn licentiaatsverhandeling “De nieuwe roman in Zuid-Nederland”.

Al tijdens zijn studententijd weet de jongeman dat hij romans wil schrijven, maar hij wil dat niet doen onder zijn eigen naam.

Uit schrik dat zijn academisch werk geloofwaardigheid zou verliezen, kiest hij voor de naam Aster Berkhof om op zijn romans te zetten.

De naam was niet zonder reden gekozen: in de tuin van zijn ouderlijk huis groeiden er asters onder de berken. Hij schreef ook nog onder een andere naam: Piet Visser.

In 1944 publiceert hij zijn eerste twee romans: “De student gaat voorbij” en “De heer in de grijze mantel”, een detectiveverhaal.

Twee jaar later doctoreert hij in de wijsbegeerte met “Het literaire kunstwerk. Proeve van analyse”.

Berkhof schreef verschillende genres: detectives, humoristische verhalen, avonturenroms en jeugdboeken.

In totaal schreef hij 101 boeken, al zei hij geregeld dat er enkele middelmatige en zelfs slechte bijzaten.

Op zijn 90e kwam zijn 101e boek uit, “Dodelijk papier”.

Een van zijn belangrijkste boeken is “Veel geluk, professor!” uit 1949.

De roman werd verschillende keren herdrukt, werd verwerkt tot een musical en opera en werd in 2001 verfilmd door VTM.

“Veel geluk, professor!” vertelt het verhaal van een jonge docent letterkunde, Pierre Falke.

Hij mag les geven aan een gerenommeerd instituut.

Hij weet niet dat enkele studenten, onder wie de Amerikaanse Ann Shirling, een weddenschap hebben aangegaan.

Vanaf 1958 tot 1967 presenteerde Steyaert voor de BRT samen met Bob Boon jeugdprogramma’s zoals Kijk uit en Tienerklanken.

In 1966 presenteerde ze de televisieshow Eenmaal per jaar.

Nora Steyaert trok zich later terug uit het publieke leven, herinneringen ophalen aan een glorieus televisieverleden hoefde niet voor haar.

In juni 2020 kwam het boek “Aster Berkhof – 100 jaar nieuwsgierigheid” uit, op zijn honderdste verjaardag; het werd samengesteld en geschreven door bibliothecaris Karel Michielsen

Nora Steyaert overleed op 11 maart 2020, enige maanden na haar, in september 2020 overleed Aster Berkhof op 100-jarige leeftijd.

Samen hadden ze een zoon. (Diverse bronnen, Joris Vergeyle, Wikipedia en De Post 28 mei 1961)

60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse omroepster Nora Steyaert
60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse omroepster Nora Steyaert

Vandaag 60 jaar geleden, huwelijk van prinses Birgitta van Zweden met prins en kunsthistoricus Johann Georg van Hohenzollern.

Prinses Birgitta werd geboren als tweede dochter van de toenmalige erfprins van Zweden, Gustaaf Adolf en zijn echtgenote prinses Sybilla van Saksen-Coburg en Gotha.

Het huwelijk gebeurde in het koninklijk paleis te Stockholm op 25 mei 1961. De kerkelijke inzegening vond plaats in de kapel van slot Sigmaringen in Duitsland op 30 mei 1961.

Johann Georg van Hohenzollern was het zesde kind en de derde zoon van Frederik van Hohenzollern en Margaretha Carola van Saksen, een dochter van de laatste koning der Saksen, Frederik August III.

Hij studeerde kunstgeschiedenis en archeologie in Parijs, Freiburg im Breisgau en München.

Hij promoveerde in 1966 en trad in datzelfde jaar in dienst bij de Bayerischen Staatsgemäldesammlungen.

In 1986 werd hij directeur van het Bayerisches Nationalmuseum.

Hij keerde in 1991 terug bij de Staatsgemäldesammlungen, waar hij de drijvende kracht was achter de oprichting van de Pinakothek der Moderne.

Vanaf 1998 was hij directeur Kunsthalle der Hypo-Kulturstiftung en dit tot aan zijn pensioen in 2006.

Birgitta en Johan Georg hebben drie kinderen:

Carl Christian van Hohenzollern-Sigmaringen (5 april 1962),

Nicole Neschitsch Désirée van Hohenzollern-Sigmaringen (27 november 1963),

HalbachHubertus van Hohenzollern-Sigmaringen (10 juni 1969)

Sinds 1990 leefden Birgitta en Johann Georg gescheiden van tafel en bed.

Johann Georg van Hohenzollern kwam te overlijden op 2 maart 2016 in München.

Vandaag 550 jaar geleden, de geboorte van Albrecht Dürer ( Duits kunstschilder, tekenaar, maker van houtsneden en kopergravures, kunsttheoreticus en humanist uit de Noordelijke renaissance)

Door de dood van Keizer Maximiliaan I eindigde ook zijn jaarlijkse toelage.

Daardoor maakte Dürer in juli 1520 een reis om zich te verzekeren van de gunst van de nieuwe keizer van het Heilige Roomse Rijk, keizer Karel V (kleinzoon van Keizer Maximiliaan I), die in Aken gekroond zou worden.

Dürer reisde met zijn echtgenote Agnes Frey en haar dienstmeid Johanna via de Rijn naar Keulen en daarna naar Antwerpen, waar hij met veel eer ontvangen werd.

Hij verbleef in Antwerpen vanaf 3 augustus 1520 tot en met 2 juli 1521.

Hij verbleef in het hotel Engelenborch, gelegen in de huidige Wolstraat 19 in Antwerpen.

De kunstenaar wilde zoveel mogelijk invloedrijke personen ontmoeten die voor hem konden pleiten bij Karel V.

Antwerpen had in Dürers tijd 8600 huizen en het bevolkingscijfer bedroeg 100000 inwoners en was daarmee even groot als Parijs.

In die periode ontmoette Dürer enkele malen Joachim Patinir, grondlegger van de Nederlandse landschapschilderkunst.

In juni 1521 ontmoetten Dürer en Lucas van Leyden elkaar in Antwerpen, ze wisselden prenten uit, en Dürer tekende bij die gelegenheid Van Leydens portret met zilverstift.

Tijdens zijn elf maanden durende verblijf in de Nederlanden, waarvan acht maanden in Antwerpen, tekende Dürer meer dan honderd portretten.

Het Antwerpse bestuur stelde aan hem voor, om definitief in Antwerpen te verblijven.

Hij zou daarvoor een jaarlijks inkomen krijgen van 300 gulden en een gratis woning.

Daarop zei hij, liever 100 gulden, maar dan in Neurenberg leven.

Het beeld van de kunstenaar is het enige overblijfsel van het huis dat ooit gebouwd is door Jan Adriaensens in de Lange Nieuwstraat 29 in Antwerpen.

Het beeld (hoofd) versierde daar de voorgevel omdat de bouwheren van mening waren dat deze kunstenaar veel voor Antwerpen gedaan had.

Het betreffende huis is afgebroken in 1852.

Hij bezocht ook Nijmegen, ‘s-Hertogenbosch, Brugge (waar hij Michelangelo’s beeldhouwwerk de Madonna van Brugge zag), Gent (waar hij Van Eycks Lam Gods bewonderde) en Zeeland.

In juni 1521 bracht hij een bezoek aan Margaretha van Oostenrijk in haar woning Hof van Savoye in Mechelen. Daar toonde ze haar collectie schilderijen aan hem.

Vooral de steun die hij ontving van Margareta van Oostenrijk, een dochter van keizer Maximiliaan, tante van Karel V en landvoogdes van de Nederlanden, zou daarbij van groot belang blijken te zijn.

In Brussel schilderde Dürer het portret van koning Christiaan II van Denemarken.

In Brussel zag hij ‘De dingen die naar de koning zijn gezonden uit het gouden land’, de Azteekse schatten, die Hernan Cortés naar Karel V stuurde na de val van Mexico.

Hij schreef dat de schat ‘voor mij mooier was dan wonderen.

Deze zaken zijn zo kostbaar dat hun waarde geschat wordt op 100.0000 florijnen’.

Het dagboek dat hij tijdens zijn reis door de Nederlanden bijhield, vormt een rijke bron van informatie voor kunsthistorici.

Dankzij zijn dagboek, komen we te weten dat dieven met de geldbeurs van zijn vrouw aan de haal gingen en dat tijdens een bezoek aan de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen.

Ook krijgen we een beeld van Albrecht Dürer zijn karakter, want hij was toch een beetje aan de gierige kant.

Zo vermeldt hij elke stuiver en gulden die hij uitgeeft.

Zelfs het verlies tijdens een spelletje in de kroegen noteerde hij.

In zijn dagboek schreef hij ook, Antwerpen daar is geld genoeg, maar hij kon van deze rijkdom niet delen.

Want hij stelde vast dat buiten enkele mooie geschenken, hem in het geheel niets opgebracht had.

Toch met een verzekerde toeslag van 100 gulden, maar mogelijk besmet met malaria, keerde Dürer terug naar Neurenberg.

Hij werd na zijn overlijden in 1528 op de begraafplaats van het Johannisfriedhof ter aarde besteld en liet zijn weduwe een groot huis na, thans het Albrecht Dürer Huis, waar hij ook zijn atelier had gehad.

Zij stierf er in 1539.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 16 mei 1971)

Vandaag 550 jaar geleden, de geboorte van Albrecht Dürer ( Duits kunstschilder, tekenaar, maker van houtsneden en kopergravures, kunsttheoreticus en humanist uit de Noordelijke renaissance)
Vandaag 550 jaar geleden, de geboorte van Albrecht Dürer ( Duits kunstschilder, tekenaar, maker van houtsneden en kopergravures, kunsttheoreticus en humanist uit de Noordelijke renaissance)
Vandaag 550 jaar geleden, de geboorte van Albrecht Dürer ( Duits kunstschilder, tekenaar, maker van houtsneden en kopergravures, kunsttheoreticus en humanist uit de Noordelijke renaissance)
Vandaag 550 jaar geleden, de geboorte van Albrecht Dürer ( Duits kunstschilder, tekenaar, maker van houtsneden en kopergravures, kunsttheoreticus en humanist uit de Noordelijke renaissance)

Deze week 40 jaar geleden, Koningin Beatrix en Prins Claus op werkbezoek aan Urk (18 mei 1981 en De Post 14 juni 1981)

Deze week 40 jaar geleden, Koningin Beatrix en Prins Claus op werkbezoek aan Urk (18 mei 1981 en De Post 14 juni 1981)
Deze week 40 jaar geleden, Koningin Beatrix en Prins Claus op werkbezoek aan Urk (18 mei 1981 en De Post 14 juni 1981)
Deze week 40 jaar geleden, Koningin Beatrix en Prins Claus op werkbezoek aan Urk (18 mei 1981 en De Post 14 juni 1981)

40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert.

André Bogaert studeerde aan de Academie van Dendermonde en later aan het Hoger Instituut van Antwerpen.

Om te schetsen en studies te maken, ging hij onder andere in de leer bij Emile Claus, Prosper De Troyer en Albert Saverys.

Hij was assistent bij Floris Jespers en de Amerikaan Steinbech.

In 1953 behaalde hij de Prijs Laurent Meeus en in 1956 de prijs Burgemeester Camille Huysmans.

André Bogaert verkreeg in 1958 de beurs van de Unesco bij atelier Kokoscka voor München en Salzburg.

Verder werd hij vermeld bij de Talensprijs, de Olivettiprijs en de Prijs van de Jonge Belgische Schilderkunst.

In In 1958 trad hij toe tot de “G58”-groep in Antwerpen.

Hij was aanvankelijk actief als schilder, maar vanaf het midden van de jaren 60 begon hij allerlei reliëfs te assembleren, met behulp van verschillende materialen zoals hout, vilt, schuim, polyester, textiel en machineonderdelen.

In België werd assemblage kunst beschouwd als: de metamorfose van het object.

Toonaangevend binnen de Belgische moderne kunst waren de activiteiten van de Antwerpse G58 en de Gentse-Forum tentoonstellingen.

Manifestaties waar Bogaerts werk meermaals vertoond werd en door kunstcritici en pers positief onthaald.

Er begon zich een Belgische groep van assemblagekunstenaars te manifesteren: Camiel Van Breedam, Vic Gentils, Paul Van Hoeydonck, Remo Martini en Annie Debie.

In 1964 werd hun lidmaatschap uitgebreid met Bogaert en enkele andere oude G58ers.

Rond 1974 keerde hij terug naar het schilderen en schilderde hij landschappen, struiken en bomen, waaraan hij vreemde elementen toevoegde zoals witte cirkels, vierkanten of abstracte figuren.

Zijn werken werden geëxposeerd in 32 tentoonstellingen te Antwerpen, Gent, Brussel, Leuven, Sint-Niklaas, Ronse, Lokeren (Parkhotel en galerie De Vuyst), Luik, Rotterdam, Milaan en Londen, zowel tijdens zijn leven als na zijn dood.

In diverse musea zijn werken van hem te vinden, onder andere in het SMAK en in het Museum voor Moderne Kunst te Brussel.

In Zele-Durmen werd de “Durmeboorden Wandelroute” geopend, waarlangs een 25-tal reproducties van werken van Dré Bogaert werden geplaatst. (Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 17 mei 1981)

40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert
40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert
40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert
40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstenaar André Bogaert

Vandaag 50 jaar geleden, Radio Noordzee Internationaal door Radio Veronica bijna uitgeschakeld via een bom.

Radio Veronica, die in RNI een nieuwe concurrent zag opdagen, bood Meister en Bollier een groot bedrag om met uitzenden te stoppen en zeker geen Nederlandstalige programma’s te verzorgen.

Op zaterdag 15 mei 1971 ontplofte een brandbom aan boord van de Mebo II.

Niet de olieleiding in de machinekamer zoals oorspronkelijk de bedoeling was, werd getroffen, maar de waterleiding van de MEBO II.

Het achterschip vatte vlam. Dj Alan West, die op dat moment een live programma in het Engels – ’s avonds was er een Engelstalige programmering – presenteerde, werd tijdens het draaien van de plaat Melting pot van Blue Mink opgeschrikt door de explosie en ging poolshoogte nemen.

Hij zag nog net een kleine motorboot met buitenboordmotor wegvaren.

Hij rende terug naar de studio en riep over de zender (hij was duidelijk in paniek) om hulp: Mayday, mayday, the Mebo II is on fire, SOS, SOS, we had an explosion on board, mayday, mayday, we need help!

Deze oproep bleef hij verschillende malen herhalen in het Engels, later deed de Nederlandse kapitein nog een oproep.

Er kwam hulp van blusboten die de brand snel wisten te doven.

Het station ging uit de lucht. Er vielen geen gewonden. De schade aan de MEBO II bleef beperkt; het bovendeel van de kombuis en het achterdek waren grotendeels afgebrand.

De volgende dag was de zender terug in de lucht.

Hoewel er aanvankelijk verhalen in de pers verschenen dat de BVD achter de aanslag zat – Meister en Bollier zouden banden hebben met het bewind van de DDR of zelfs Libië, en de korte golfzender gebruiken voor het verzenden van gecodeerde geheime berichten – bleek al spoedig, dat Radio Veronica de schuldige was: er werden drie duikers gepakt, aan wie Veronica 100.000 gulden (€ 45.380) had betaald om het schip binnengaats te krijgen, zodat men beslag op het schip kon leggen omdat RNI de onderlinge overeenkomst niet zou hebben nageleefd.

Maar de aanslag bewerkte precies het tegendeel van wat Veronica beoogd had: het leverde Radio Noordzee veel sympathie van de luisteraars op en het station won enorm aan populariteit.

Het prikkelde echter ook de Nederlandse overheid om de zeezenders nu eens definitief met wetgeving aan te pakken.

Bull Verweij, een van de gebroeders Verweij, eigenaren van Veronica, en Veronica-aandeelhouder Norbert Jürgens werden, net als de drie duikers, tot gevangenisstraffen veroordeeld. (Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 30 mei 1971)

Vandaag 50 jaar geleden, Radio Noordzee Internationaal door Radio Veronica bijna uitgeschakeld via een bom.
Vandaag 50 jaar geleden, Radio Noordzee Internationaal door Radio Veronica bijna uitgeschakeld via een bom.